Waar droom je van ?

Tags

, , ,

Toen God de aarde schiep en aan de mens al het moois liet zien wat hij had bedacht, vroeg de mens hem: ‘Wat voor zin heeft dat?
Waarop God antwoordde: Zin, moet dat dan?’
De mens: ‘Jazeker.’
Waarna God zei: ‘Mooi, dan mag jij dat gaan uitzoeken.’

Deze anekdote tref ik aan in een boek van Fokke Obbema. Deze journalist en schrijver kreeg op 55-jarige leeftijd een hartstilstand in zijn slaap en werd op het nippertje gered. Na deze ingrijpende gebeurtenis liet de vraag ‘Wat is de zin van het leven?’ hem niet meer los. Hij voerde een veertigtal gesprekken met een diverse groep mensen. Zijn boek De zin van het leven. Gesprekken over de essentie van ons bestaan is er de weerslag van. Vanop het rek ‘Nieuwe aanwinsten’ in de bibliotheek riep het boek: ‘Neem me mee!’ en ik heb me mijn gehoorzaamheid niet beklaagd.

Voeding voor voortschrijdend inzicht leveren mij die gesprekken. Ik weet dat sommige mensen een hekel hebben aan het begrip ‘voortschrijdend inzicht’, er geen begrip kunnen voor opbrengen. Dat ze het een vorm van gemakzucht en kontdraaierij vinden. Ik hou van dit denkbeeld, dat mij toestemming geeft om andere versies van mezelf te ontdekken en steeds duidelijker zicht te krijgen op hoe ik in de wereld sta. Of zoals kunstenaar Job Koelewijn het in het boek verwoordt: ‘Aan grote denkers kan ik mijn geest slijpen. Een mens moet zijn eigen stompzinnigheid niet als norm nemen’.

Wat de visies in dit boek me nog maar eens vertellen: we kunnen geen uitspraken doen over dé zin van hét leven. Ik kan hoogstens benoemen wat mijn leven zin en betekenis geeft. In mijn beste momenten ervaar ik het zo: het leven op zich heeft misschien geen zin – daar ben ik nog niet uit –, maar het zou zonde zijn het zo maar te vergooien of doelloos te laten voorbij gaan. Nu ik hier toch ben, kan ik mijn leven beter waardevol maken, zowel voor mezelf als voor mijn – ruime – omgeving. Schrijfster Bregje Hofstede uit het zo: ‘De betekenis die we weven, is een dun laagje ‘zin’ als een dampkring waarbinnen het leefbaar is’.

Bergbeklimmer Wilco van Rooijen verwondert zich.‘Wat ik vooral niet begrijp, is dat de meeste mensen geen dromen lijken te hebben. Dat is toch bizar. Als ik aan iemand vraag: ‘Waar droom je van?’, krijg ik meestal geen antwoord. Er moet toch iets zijn! Je droom kan van alles zijn. Het gaat niet om het doel, maar om de weg erheen. Maar dan moet je wel eerst een richting kiezen’. Spiritueel leraar en schrijver Jan Geurtz vertaalt deze droomvraag naar: ‘Wat maakt dat ik ’s morgens zin heb in mijn dag?’.

Op dit moment in mijn leven sta ik met enthousiasme op, meestal toch. Mijn dromen zijn gekoppeld aan de ontwikkeling en de inzet van wat ik meekreeg aan talenten. Ik geniet ervan om met wat ik aan bagage heb verworven mijn bijdrage te leveren aan een meer menselijke en verbonden wereld, nabij en ver. Ik volg advocaat Pieter Riemer, die stelt: ‘Ontwikkel je talenten. Excelleer op de vlakken waar je kwaliteiten liggen. Dan voel je je volkomen en heb je een geluksbeleving’.

Zijn uitspraak voert me terug naar de conclusie van een vorig wetenschaapje Een steen verlegd in een rivier op aarde, die een antwoord vormt op de vraag ‘Wat moet je over het leven weten voor je sterft?’. John Izzo legde die voor aan een groep mensen van divers pluimage tussen 60 en 105 jaar. ‘De gelukkigste mensen die ik sprak wisten dat hun leven belangrijk was geweest, dat ze een bijdrage hadden geleverd aan het doorgeven van een betere wereld aan de volgende generatie. In de loop van hun leven ontdekten ze dat verbondenheid met iets groters het ware voedsel van de menselijke ziel is. De ongelukkigsten hadden zich op zichzelf gericht, op het ontvangen van liefde, het verzamelen van dingen, status en roem.’

In de zeven inzichten ter besluit van zijn boek schrijft Fokke Obbema: ‘De gesprekken brachten me een berg wijsheid, geen eenduidige antwoorden. Geleidelijk tekenden zich twee hoofdcategorieën gesprekspartners af: mensen die uit zichzelf, en vaak vanaf hun jeugd, naar de essentie van het bestaan hadden gezocht; en mensen die in zulk zwaar weer terecht waren gekomen dat zij zich, net als ik, ertoe genoodzaakt hadden gezien.’

De confrontatie met de vergankelijkheid van het leven kan een gat slaan in het dunne laagje ‘zin’ van Bregje Hofstede. Een verlies, voor zichzelf of voor een nabije persoon, kan een steekvlam zijn voor het besef van onze eindigheid en voor de vraag: ‘Wat loop ik hier te doen?’. We houden er niet van om te reflecteren over de dood, onze dood, onze enige zekerheid in het leven. Toch kan oog in oog komen te staan met onze sterfelijkheid en dood ons dichter bij een antwoord brengen op de vraag ‘Moeder, waarom leven wij?’.

In zijn autobiografie Dicht bij het einde, terug naar het begin. Memoires van een psychiater schetst  Irvin Yalom de verbinding tussen het besef van onze eindigheid en de mogelijkheid om dichter bij de betekenis van ons leven te komen. ‘Ik zie de dood als het verre onweer tijdens de picknick van het leven, maar ik geloof ook dat een serieuze confrontatie met onze sterfelijkheid onze hele levenswijze kan veranderen: het helpt ons bij het trivialiseren van trivialiteiten en spoort ons aan om ons leven in te richten dat we op het eind zo min mogelijk te betreuren hebben. (…) Het enige wat ons bij ons sterven kan troosten is de wetenschap dat we goed hebben geleefd.’

majo van ryckeghem
juli ‘22

Woorden van troost

Tags

, ,

Bij het overlijden van Remco Campert komt het prachtige en pakkende boek Een kwestie van dood en leven van Irvin Yalom en zijn vrouw Marilyn Yalom-Koenick me voor de geest. Op voorstel van Marilyn schreven ze het samen nadat bij haar in 2019, toen zij 87 en hij 88 jaar was, kanker was vastgesteld. Op een open en eerlijke manier getuigen ze over hoe ze die periode tot aan haar dood – in datzelfde jaar – beleven. Na dat ingrijpende moment schrijft hij alleen verder over hoe hij de eerste 125 dagen na haar heengaan doormaakt.

Wat ik hier met jullie wil delen, is zijn afscheidsgedicht voor de vrouw met wie hij zijn leven deelde. Het heeft een ereplaats in mijn bloemlezing ‘Woorden van troost’. De ode is een uitgesproken persoonlijk eerbetoon, dat extra kracht heeft en geeft omdat het zo is ingebed in het dagelijkse leven.

WE BLIJVEN ALTIJD AAN HAAR DENKEN
Voorgelezen door Eve Yalom en haar dochters Lily en Alana
Opgezegd door alle andere aanwezigen.

Als we de geur van lavendel du Provence ruiken,
Zullen we altijd aan haar denken.

Als we een intelligent, goed geschreven boek lezen,
Zullen we altijd aan haar denken.

Als we naar God verwijzen in haar vrouwelijke vorm,
  Zullen we altijd aan haar denken.

Als wij vrouwen aan tafel plaatsnemen en ons zegje doen,
Zullen we altijd aan haar denken.

Als we eerbied tonen voor de geschiedenis, maar ons vrij voelen om het patriarchaat te betwisten,
Zullen we altijd aan haar denken.

Als we de klokken van Saint Sulpice horen,
Zullen we altijd aan haar denken.

Als de abrikozen bloeien,
Zullen we altijd aan haar denken.

Als de middagthee overgaat in avondsherry,
Zullen we altijd aan haar denken.

Als het vlees wordt afgeknaagd tot op het bot,
Zullen we altijd aan haar denken.

Als de taalpolitie een bon uitdeelt,
Zullen we altijd aan haar denken.

Als de champagneglazen worden geheven,
Zullen we altijd aan haar denken.

Als we in de war, somber, in vervoering, vol vreugde zijn,
Zullen we altijd aan haar denken.

Zo lang we leven, zal zij ook leven, want ze is een deel van ons geworden,
Zullen we altijd aan haar denken.




majo van ryckeghem
juli ‘22

Hoe je een boek schrijft

Tags

, ,

Recept van Edmond Charlot, uitgever en eigenaar boekhandel Les Vraies Richesses in Algiers, voor het schrijven van een boek, te vinden in zijn Notitieboek van 19 oktober 1961:

‘Een journalist die een reportage over Camus voorbereidt – de zoveelste – heeft me gevraagd of er iemand is die dankzij mij is gaan schrijven. Dat is niet één, dat zijn er velen.

Ik heb hem mijn recept gegeven.

Koop een tafel, de gewoonste die er is, met een la en een slot.
Doe de la dicht en gooi de sleutel weg.
Schrijf iedere dag wat je maar wilt, vul drie pagina’s.
Duw die pagina’s door de spleet van de la. Natuurlijk zonder ze te overlezen.
Aan het einde van het jaar heb je ongeveer negenhonderd handgeschreven bladzijden.
Nu jij.’


Bron:


majo van ryckeghem
mei 2022

Wat is het toverwoord?

Tags

, , , , ,

‘Geef eens ne dikke piet aan tant!’ Als gedresseerde aapjes kusten wij als kind vervolgens onze tantes, nonkels en tutti quanti. Zo ook wisten we dat met ‘iets geven met ons beste nantje’ een rechts handje bedoeld werd. Op een gelijkaardige manier leerden we ‘dank je’ zeggen. En als we het automatisme goed beet hadden, werden we beloond met een ‘wat ben jij een braaf meisje!’

Beleefd, maar niet doorleefd leerden we bedanken. Zo’n dankje uit beleefdheid kan een goed opstapje zijn naar een doorleefd dankjewel, waarbij de echte beloning komt.

‘Dankbaarheid is vóór alles een geesteshouding, gebaseerd op inzicht in de waardevolle dingen van het leven. (…) Als we de waarde erkennen van wat we hebben, voelen we ons rijk en bevoorrecht. Erkennen we die waarde niet, dan voelen we ons arm en ongelukkig’. Een uitspraak van Piero Ferrucci, één van mijn grote inspiratiebronnen, die dankbaarheid als ‘de eenvoudigste manier om gelukkig te zijn’ omschrijft.

Maakt dankbaarheid ons niet volledig gelukkig, het maakt ons in ieder geval tevredener. Een eigenschap die veel volwassenen, en helaas ook steeds meer kinderen, zo hard missen in deze tijden van streven naar materieel bezit, gestuurd door de grenzeloze manipulatie van de reclamewereld. Ik hoorde onlangs een kleine meid zeggen: ‘In de herfst is er sinterklaas, in de winter de kerstman, in de lente de paasklok, maar in de zomer zijn er geen cadeautjes. Gelukkig ben ik dan jarig!’ Ze haalt de seizoenen wat dooreen, maar haar punt is duidelijk.

Met verbijstering ontdekte ik dat er in de wereld van de marketing een regel bestaat die de ‘Wet van de Ontevredenheid’ heet. Op een website voor marketingspecialisten vind ik volgende omschrijving van deze Wet: ‘Het is de opdracht van reclamemensen om ontevredenheid te creëren bij hun publiek. Als mensen gelukkig zijn met hun uiterlijk, zullen ze geen cosmetica of dieetboeken gaan kopen. (…) Als mensen gelukkig zijn met wie ze zijn, met waar ze in het leven staan en met wat ze hebben, dan vormen ze geen klantenpotentieel – tenzij je ze ongelukkig maakt.’

Lynne Twist verwoordt in haar boek The soul of money het probleem met deze manier van omgaan met geld als volgt: ‘Onze cultuur moedigt een onverzadigbare goesting naar uitgeven en het hebben van spullen aan, zonder oog voor de gevolgen op persoonlijk vlak en voor de wereld. (…) De op winst gerichte commerciële en culturele boodschappen suggereren dat we met geld geluk kunnen kopen. We gaan deze slogans geloven en beginnen buiten onszelf te kijken om vervuld te zijn. Voor de meesten onder ons is de omgang met geld diep conflictueus, omdat hij botst met onze diepste waarden en idealen – en dus met onze ziel. (…) We laten onze ziel in de steek en groeien steeds verder weg van onze kernwaarden en onze hoogste engagementen. Het welzijn van de mensen die we graag zien, van onszelf en van de wereld waarin we leven komt in het gedrang.’

Waar de reclameslogans het niet over hebben is het fenomeen van de hedonistische tredmolen, ook wel hedonistische aanpassing genoemd, waarbij hedonistisch is afgeleid van de leer dat genot het hoogste goed is. Eens de verlangens bevredigd, sluipen ontevredenheid en een gevoel van leegte terug binnen: is het dat nu? Bij kinderen gebeurt het vaak zelfs onverbiddelijk onmiddellijk. Vervolgens trekt de tredmolen zich weer op gang, op naar de volgende wens en zijn on-vervulling.

Deze vergaande misleiding over het verband tussen materieel bezit en geluk schept onwetendheid over wat we echt nodig hebben om tevreden en gelukkig te zijn, een verlangen dat we allemaal met elkaar gemeenschappelijk hebben en waar we veel voor inzetten.

Opvallend is dat die marketeers met hun ‘Wet van de Ontevredenheid’ eigenlijk wel weten waar het leven in essentie om draait. Ze schrijven immers dat mensen die ‘gelukkig zijn met wie ze zijn, met waar ze in het leven staan en met wat ze hebben’ minder gemakkelijk te verleiden zijn om niet-noodzakelijke spullen aan te schaffen. Kortom hoe meer we ons richten op innerlijke vervulling, hoe minder uiterlijkheden we nodig hebben om ons waardevol te voelen en een gevoel van leegte op te vullen.


Laatst hoorde ik een oma vragen aan haar kleinzoon: ‘Wat is het toverwoordje?’. Een dankjewel is inderdaad een toverwoord, en niet alleen omdat je er als kind veel mee kunt verkrijgen. Met een doorleefde dankjewel komt de echte beloning, namelijk tevreden of gelukkig zijn met wat we dagelijks krijgen als geschenken van het leven: warmte van de zon, afkoeling van de regen, een wonderbaarlijk lichaam, schoonheid, verbondenheid, vreugde, het wonder van de natuur … en ons leven zelf.

Dankbaarheid behoedt ons voor gewenning. Bewust kijken naar het eten op mijn bord doet me beseffen hoe onwaarschijnlijk veel mensen zich ingezet hebben om mij deze maaltijd te bezorgen. We ervaren dankbaarheid door de aspecten van het leven dieper in de ogen te kijken en daardoor te beseffen hoe gezegend we zijn. Denk bijvoorbeeld ook aan wat een geschenk het is dat drinkbaar water hier (niet) zomaar uit de kraan komt.

Dankjewel is inderdaad een toverwoord! Het werkt verbluffend tegen ontevredenheid en haalt het beste in ons naar boven. Dankbare mensen zijn eerder geneigd om anderen te helpen, zijn minder materialistisch ingesteld en minder ik-gericht en daardoor eersteklas ambassadeurs voor de klimaatzaak en voor een wereld op maat van de mens en de natuur. Heb je er moeite mee om dankbaar te zijn, dan kan een dankbaarheidsdagboek helpen. Iedere dag een paar ervaringen opschrijven waarvoor je dankbaar bent en terugbladeren op sikkeneurige momenten kan je ogen openen voor al de zegeningen die je ontvangt.

Ik schaar me achter het besluit van Robert Emmons in zijn boek Thanks! How practicing gratitude can make you happier: ‘Dankbaarheid is een gevoel van verwondering, erkentelijkheid en waardering voor het leven. (…) Door dankbaarheid te cultiveren, zijn we bevrijd van afgunst voor wat we niet hebben of zijn. Het maakt het leven niet perfect, maar met dankbaarheid komt het besef dat nu, op dit moment, we genoeg hebben en genoeg zijn.’


majo van ryckeghem
mei 2022

Het Geschenk van Edith Eva Eger

Tags

, , , , , ,

‘Actieve hoop gaat niet over hoop hebben op een goede uitkomst, maar over hoop zijn en de gewenste verandering zelf leven.’ Deze conclusie van mijn vorig wetenschaapje ‘Actieve hoop in onzekere tijden’ brengt me naadloos bij de levenservaringen van Edith Eva Eger en vooral bij wat ze eruit leerde.

Van haar zijn deze woorden: ‘Een persoon kan alles worden afgenomen, behalve één ding: de laatste van de menselijke vrijheden, namelijk in alle omstandigheden kunnen kiezen welke houding je aanneemt, je eigen weg kunnen kiezen. Elk moment is een keuze. Hoe frustrerend, vervelend, uitputtend, pijnlijk of beklemmend onze ervaring ook is, we kunnen er altijd voor kiezen hoe we reageren’.

Een straffe uitspraak op zich, die met nog meer kracht resoneert doordat ze is neergeschreven door een overleefster van de Holocaust. Dit citaat komt namelijk uit het boek De keuze. Leven in vrijheid van Edith Eva Eger, dat ze op haar 90e schreef. Geboren als kind van Joods-Hongaarse ouders kwam ze als tiener in 1944 met haar familie in Auschwitz terecht. Haar ouders overleden in het kamp en zij woog nog amper 32 kg bij de bevrijding.

In 2020 kwam haar tweede boek Het geschenk uit, waarin ze de lessen beschrijft die ze uit haar ervaringen in Auschwitz heeft geleerd en die ze een geschenk noemt. Ze sluit zich hier aan bij een mede-Auschwitz-overlevende, de neuroloog-psychiater Victor Frankl (1905-1997), die ze haar geliefde mentor en vriend noemt. Ook hij stelt dat onze ergste ervaringen onze beste leerschool inhouden. ‘Genezing, vervulling en vrijheid komen voort uit ons vermogen om onze reactie te kiezen op wat het leven ons voorschotelt en om betekenis en zin te halen uit alles wat we meemaken’. Naast de verstrekkende uitspraak raakt me de tweevoudige betekenis die het werkwoord ‘meemaken’ hier aanneemt. Namelijk, wat we meemaken in de zin van wat we ervaren én in de zin van wat we mee maken of mee realiseren dus.

Een treffende illustratie van Edith Eva Egers levenshouding is hoe ze op haar 50e voor klinisch psychologe ging studeren aan de Universiteit van Texas: ‘Verder studeren? Tegen de tijd dat ik afgestudeerd ben, ben ik vijftig. De directeur van school waar ik les gaf glimlachte: ‘Je wordt sowieso vijftig.’ En inderdaad, ik ontdekte de volgende zes jaar dat er geen reden was om mezelf beperkingen op te leggen, om mijn leeftijd mijn keuzes te laten bepalen. Ik luisterde naar wat het leven mij vroeg.’ Op haar 95e is ze nog steeds werkzaam als psychotherapeute, vooral gericht op mensen die leven met het posttraumatisch stresssyndroom (PTTS), voor wie ze een gids wil zijn.

Ze heeft het geschenk van de wijsheid niet cadeau gekregen. ‘Vijfenzeventig jaar na de bevrijding heb ik nog steeds nachtmerries. Ik krijg nog steeds flashbacks. Tot de dag waarop ik overlijd, zal ik treuren om het verlies van mijn ouders, die nooit de vier generaties hebben meegemaakt die oprezen uit de as van hun dood. De verschrikkingen draag ik nog steeds met me mee. Je vindt geen vrijheid als je bagatelliseert wat er is gebeurd, of als je probeert het te vergeten.’

Ze beschrijft verder hoe ze de gruwel van de Holocaust tot een geschenk voor haar en haar omgeving heeft getransformeerd. ‘Herinneren en erkennen is iets heel anders dan blijven hangen in schuld, schaamte, woede, wrok of angst over het verleden. Ik kan de realiteit van wat er is gebeurd onder ogen zien en weet dat ik, hoewel ik dingen en mensen heb verloren, nooit ben opgehouden om te kiezen voor liefde en hoop. Voor mij is de mogelijkheid om te kiezen, zelfs midden zoveel lijden en machteloosheid, een waar geschenk dat voortkwam uit mijn tijd in Auschwitz.’

‘Lijden is universeel, de slachtofferrol is optioneel. Er valt niet te ontsnappen aan onderdrukt of gekwetst worden door anderen of omstandigheden. Het maakt niet uit hoe aardig we zijn of hoe hard we werken, we zullen gegarandeerd pijn lijden. We worden allemaal getroffen door genetische en omgevingsfactoren waarover we weinig of geen controle hebben. Maar we kunnen ervoor kiezen of we een slachtoffer blijven of niet. De schadelijkste gevangenis zit in onze geest, en de sleutel zit in onze zak. Het maakt niet uit hoe groot ons lijden is of hoe sterk de tralies zijn, we kunnen onszelf bevrijden van wat ons tegenhoudt.
Het is niet gemakkelijk. Maar het is echt de moeite waard.’

In zijn tijd beschrijft Marcus Aurelius, die Romeins keizer was van 161 tot 180 na Christus, het geschenk van het verwerven van innerlijke kracht in zijn Overpeinzingen. ‘Wat ben ik ongelukkig dat mij dit moest overkomen!’ Maar neen, veeleer ben je gelukkig want, hoewel dit mij overkwam, ben ik ongedeerd, niet gebroken door het heden, noch bevreesd voor de toekomst. Iets dergelijks had immers iedereen kunnen overkomen, maar het had niet ieder onberoerd gelaten. Waarom geef je er dan de voorkeur aan in het ene geval te spreken van geluk en in het andere geval van ongeluk? Kan men het wel een ongeluk noemen als iets beantwoordt aan het doel van het mens-zijn? Vormt hetgeen u overkomt een belemmering om rechtvaardig, grootmoedig, weloverwogen, waarheidsgetrouw, vol eerbied, verstandig en vrij te zijn? (…) Wanneer er iets is dat u zou kunnen kwetsen, denk er dan aan gebruik te maken van deze regel: ‘Dit is geen ongeluk, het is veeleer een geluk dit op passende wijze te mogen dragen.’

Laat je inspireren door en voed je met de krachtige woorden van Edith Eger in een interview van vorig jaar: https://www.youtube.com/watch?v=gPhs4D1NK0I.

Bedankt Edith Eva Eger.

majo van ryckeghem
maart 2022

Actieve hoop in onzekere tijden

Tags

, , , ,

‘Als mijn eigen woorden tekortschieten, zoek ik troost bij woorden van anderen.’ Dat schreef ik twee jaar geleden in de eerste maanden van de coronapandemie.

Nu zit ik al dagen te wroeten om in zinnige zinnen een ondersteunende bijdrage uit mijn lijf en klavier te krijgen. Zoekend naar een zacht, sober tegengewicht voor deze verwarrende, harde tijden, zijn de tegelijk realistische én aanmoedigende ideeën uit Actieve hoop. Hoe de chaos onder ogen zien zonder gek te worden van Joanna Macy & Chris Johnston opnieuw een inspiratiebron.

We maken ons terecht zorgen over de wereld. We zijn onzeker over de toekomst en vragen ons bij momenten zelfs af of we het wel zullen halen. Wegens te ontmoedigend zijn we niet zo geneigd om over die onzekerheid te praten en als we dat al doen, vallen we vlug in herhaling. We krijgen opmerkingen als ‘Wat haalt het uit om daarmee bezig te zijn? We kunnen er toch niets aan veranderen’ of ‘Blijf niet zo in het negatieve hangen’.

Het probleem met deze houding is dat ze onze gesprekken en ons denken stopzet. Daardoor heeft deze bezorgdheid de neiging als een onuitgesproken, dreigende aanwezigheid in ons te blijven hangen. Hier kan actieve hoop voor een ommekeer zorgen.

Actieve hoop begint bij de erkenning dat onze tijd ons confronteert met een realiteit die pijnlijk is om onder ogen te zien, moeilijk om binnen te laten en verwarrend en onzeker om mee te leven. Vervolgens is het van wezenlijk belang dat we inzien dat niet wat gebeurt doorslaggevend is, maar wel met welke blik we naar de gebeurtenissen kijken en hoe we erop reageren.

Joanna Macy & Chris Johnston schrijven hierover: ‘Wanneer we naar de wonden van onze wereld kijken, kan dit onze daadkracht activeren en onze solidariteit verdiepen. Maar we weten ook dat collectieve angst en ellende soms omgekeerd werken en isolement en conflict genereert als mensen zich tegen elkaar keren. Waar we ook kijken in de wereld, we zien beide gebeuren.’

De keuze is aan ons om aan de solidaire, daadkrachtige kant te gaan staan, of juist niet.

Actieve hoop vereist niet dat we hoopvol of optimistisch zijn. Dat sluit niet uit dat ieder van ons een bijdrage kan leveren. De sturende impuls is onze bedoeling, onze intentie. We kiezen waar we ons willen voor inzetten en wat we willen realiseren. In plaats van onze kansen te wegen en alleen maar verder te gaan als we ons hoopvol voelen, richten we ons op ons doel en laten dat onze gids zijn.

Als we hopen op en willen gaan voor een leefbare wereld voor iedereen, dan ondernemen we actie in die richting. We zoeken uit hoe we op onze plek en met onze mogelijkheden steun kunnen bieden aan elkaar, dichtbij of verder weg. ‘Wanneer we bewust worden van een crisissituatie en daarop reageren, wordt er in ons binnenste een krachtknop omgedraaid’, schrijven de auteurs van Actieve hoop. We worden actief, en dat vergt moed en volharding, en stimuleert tegelijkertijd onze daadkracht en creativiteit. Denk maar aan de landgenoten die met een omgebouwde Lijnbus maaltijden gaan verzorgen voor oorlogsslachtoffers en andere die op het idee zijn gekomen om kamers te boeken in Oekraïne en die vervolgens niet op te nemen, waardoor het geld rechtstreeks naar Oekraïense mensen gaat.

Een leefbare wereld voor iedereen begint op onze plek, in onze buurt, met onze familie, vriendinnen en vrienden. In vrede leven met de mensen in onze omgeving, opnieuw vrede sluiten door conflicten op te lossen, binnen in ons en met anderen. We gebruiken vredeswoorden wanneer we met kinderen spreken over de oorlog. We zijn er duidelijk over dat zowel Russen als Oekraïners mensen zijn die vrede willen zoals wij, maar helaas misleid zijn door vijandelijke woorden.

Actieve hoop gaat niet over hoop hebben op een goede uitkomst, maar over hoop zijn en de gewenste verandering zelf leven.

majo van ryckeghem
maart ‘22

‘Sommige engelen hebben geen vleugels, maar labojassen’

Tags

, , , , ,

Mijn vorig wetenschaapje eindig ik met de woorden van Satish Kumar: ‘In plaats van te spreken over de rechten van de mens hebben we het beter over de menselijke verantwoordelijkheid om onze thuis, de planeet aarde, niet te bezoedelen, niet te kwellen en niet te vernietigen, maar in ere te herstellen.’

Zijn uitspraak over het belang van onze inzet voor onze planeet brengt me bij een andere menselijke verantwoordelijkheid, namelijk de zorg voor de relaties met onze medemens. Naast een engagement voor een levenskrachtige aarde, is het fundamenteel om onze omgang met anderen ‘niet te bezoedelen, om hen niet te kwellen en niet te vernietigen’. In warme betrokkenheid en verbondenheid omgaan met elkaar komt iedereen ten goede, ook onszelf.

In principe gaan de meesten ermee akkoord dat iedereen baat heeft bij een wereld waarin we op goede voet met elkaar leven en dat harmonie in onze relaties ons geluk voor een zeer groot deel bepaalt. Maar dat zien we niet in veel van de beelden en verhalen die ons bereiken. Dit heeft deels te maken met een selectieve nieuwsgaring die zich focust op het sensationele en meestal negatieve, en die de positieve dingen des leven die mensen bij elkaar brengen, weinig tot niet toont.

Meer dan we ons bewust zijn infiltreert dit negatieve wereldbeeld van afgescheiden zijn ons denken en voelen. Een krantentitel trekt mijn aandacht: ‘Vaccinontwikkelaars laten miljoenen liggen uit idealisme’. Waar de hoofding ons op het negatieve been dreigt te zetten door deze vaccinontwikkelaars voor te stellen als (naïeve) idealisten die heel veel geld aan hun neus te laten voorbijgaan, blijkt het artikel een uitgesproken positieve inhoud te vatten. Twee virologen, Maria Elena Bottazzi en Peter Hotez, werkzaam in Texas en betrokken op het coronaleed in andere continenten, ontwikkelden een c-vaccin met als doel het gratis en ruim te verspreiden in landen waarvoor de vaccins geproduceerd door Big Pharma onbetaalbaar zijn.

Deze wetenschappers hebben het ondubbelzinnig inzicht dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor de levenskwaliteit van alle andere levende wezens op deze wereld. Ze noemen het zelf ‘een actie tegen vaccinapartheid alsook van dekolonisatie’ omdat er volgens hen een koloniale dimensie zit aan het bezit van technologie. Wij westerlingen vinden nog altijd dat we belangrijker zijn en meer rechten hebben dan mensen uit werelddelen die de daadwerkelijke koloniale bezetting in de meeste gevallen wel achter de rug hebben, maar die nog steeds kampen met de zware gevolgen ervan.

Je kan toch niets anders dan plaatsvervangende schaamte voelen bij het besef dat, terwijl wij westerlingen al richting onze vierde prik gaan, Afrika het moet doen met kleine, bijna vervallen, dosissen, ‘geschonken’ door rijke landen. Peter Hotez wijst erop dat de hele wereld misschien al gevaccineerd zou zijn, als hun initiatief een fractie had gekregen van de 4 miljard dollar overheidssteun die Moderna in de VS ontving. Dit terwijl veel ceo’s en ontwikkelaars van coronavaccins op recordtijd miljonair werden. Schuldig verzuim op wereldschaal.

Wat Elena Bottazzi en Peter Hotez doen is de volledige knowhow van hun vaccin openbaar maken en beschikbaar stellen. Ze nemen er geen patent op en dat laat toe dat er uiteindelijk tot 6 tot 9 miljard goedkope dosissen lokaal kunnen geproduceerd worden. Ze doen dat omdat, in hun woorden, ‘die dosissen dringend nodig zijn om mensen in Latijns-Amerika, Afrika en Azië veilig te houden’. Met als gevolg dat uiteindelijk ook de rest van de wereld van een grotere bescherming zal genieten.

Een fantastische actie van twee wetenschapsmensen met het hart op de juiste plaats en met besef van de universele gouden regel: ‘behandel een ander zoals je zelf wilt behandeld worden’. Helden, die gewoon mens-elijk zijn. Kijk en geniet van de vreugde en de terechte trots van Maria Elena Bottazzi en Peter Hotez voor hun vaccin Corbevax.

‘Sommige engelen hebben geen vleugels, maar labojassen’, twitterde iemand.


majo van ryckeghem
januari ’22

Eindejaarskadootje

Tags

, , , , ,

Genegen minnaressen en minnaars van het wetenschaapje,

Graag bied ik jullie een eindejaarskadootje aan. Ik kreeg het zelf van Satish Kumar.

Zijn geschenk is een woord, een notie, een elegant presentje uit zijn boek Elegant simplicity – Elegante eenvoud. Voor mij was het nieuw en het pakte me ogenblikkelijk in …, in geschenkverpakking.

Satish Kumar, een Indiaas-Britse jaïnistische klimaat- en vredesactivist, presenteert mij en ons het begrip ecoliteracy- ecologische geletterdheid. Net zoals we in deze tijden het best over steeds meer digitale geletterdheid beschikken, geldt dit ook voor onze ecologische geletterdheid. Dit begrip staat voor in- en doorzicht in de onderlinge samenhang van alle levende wezens en hun relatie met hun omgeving in de ruimste betekenis, én in de principes voor het creëren van duurzame menselijke gemeenschappen.

Om op een menselijke en duurzame manier samen te leven is het nodig dat we de aarde terug als onze t-huis gaan zien, en niet langer als een gebruiksvoorwerp. Satish Kumar verwoordt het zo: ‘Als we ecologisch geletterd zijn dan maken we de shift van een egocentrische naar een ecocentrische wereldvisie. Vanuit de ego-positie zien we de natuur als ons bezit: mijn grond, mijn bomen, mijn bos. Ik ben de baas en ik heb het voor het zeggen. Vanuit een ecocentrisch gezichtspunt bezit ik de aarde niet, maar zijn alle levende wezens, dus ook dieren en planten, verbonden met elkaar en is de hele aarde onze thuis.’

Hij besluit:’ In plaats van te spreken over de rechten van de mens hebben we het beter over de menselijke verantwoordelijkheid om onze t-huis, de planeet aarde, niet te bezoedelen, niet te kwellen en niet te vernietigen, maar in ere te herstellen.’

majo van ryckeghem
30 december 2021

C

Tags

,

‘De geschiedenis leert dat een pandemie overwinnen jaren duurt’, zegt virologe Erika Vlieghe.
Een uitspraak die naar de keel grijpt.

Het virus dwingt ons lessen te leren. Het eist van ons dat we leven met onzekerheid, dat we geduld oefenen en dat we beseffen dat we, zelfs op wereldschaal, allemaal in hetzelfde schuitje zitten en dus het best in verbondenheid verder varen.

C houdt ons een spiegel voor: hoe is het voor mij om met de onvoorspelbaarheid en onzekerheid van deze epidemie om te gaan, om controle te moeten loslaten? Hoe staat het met mijn geduld, die schone deugd? Hoe voorkom ik dat ik me niet laat opjutten om anderen met de vinger te wijzen? Hoe slaag ik erin om verbondenheid te blijven opzoeken om door deze periode te gaan?

Voor heel wat mensen is via deze spiegel naar binnen kijken een niet zo geliefde bezigheid. We proberen te ontsnappen door in paniek met onze armen te molenwieken en blind te treffen wie in onze ogen de uitweg versperren: gevaccineerden of niet-gevaccineerden naargelang onze eigen keuze, wetenschap/st/ers en politici. Anderen dus en vooral de twee laatste groepen, die evenzeer voor de moeilijke opdracht staan om onze laverende schuit naar minder woelig water te loodsen. Vruchteloos reageren we ons af. Zo hoeven we niet in ons eigen, milde hart te kijken.

In zijn column Eén prik en dan gedaan in De Standaard beschrijft politicoloog Hendrik Vos het mechanisme achter onze houding tegenover politici: ‘Politici zijn makelaars in dromen en sprookjes. Kiezers doorzien dat wel, maar verwachten die illusie tegelijk­, want ze stemmen vooral voor kandidaten die uitpakken met wonderlijke beloftes. Het is een eigenaardig trekje van de democratie.’


De lessen die het virus ons wil leren dus. Als eerste, geduld.
Voor mij hebben geduld en bewuster in het nu zijn een nauwe band gekregen. Zoals ik schrijf in Hier en nu, meer moet dat niet zijn werkt ons zorgen maken over de toekomst zeer ondermijnend voor onze gemoedsrust. We weten dat piekeren over wat kan komen geen enkele zin heeft. Alledaagse momenten kunnen een concrete oefening in geduld inhouden. Je staat zevende in de wachtrij aan een kassa. Je kan kiezen tussen zenuwachtige blikken werpen op de hoeveelheid spullen die iedereen in haar of zijn winkelkar heeft liggen of je kan jezelf bewust in de rust van het hier en nu nestelen en met plezier rondkijken naar de diverse mensen en taferelen rondom jou. In beide gevallen zal de rij even snel of traag opschuiven, maar je innerlijke kalmte zal bij de tweede houding veel baat hebben.

Zo ook met C dus.
Het is menselijk dat we ons in deze C-tijden af en toe een voorstelling maken over wat er met ons en onze geliefden kan gebeuren als we besmet raken en dat we ongeduld voelen over het uitblijven van een finale oplossing. We voelen angst voor lijden en dood. De link tussen angst en geduld beschrijft Piero Ferrucci in Vriendelijkheid als levenshouding en helende kracht als: ‘Geduld is het vermogen dat je nodig hebt om zonder angst het voortdurend voortschrijden van de tijd te kunnen accepteren. Om in het dagelijkse leven verrassende flitsen van tijdloosheid te ervaren.’  Met de steun van geduld, dat we het best kunnen beoefenen in het hier en nu, kunnen we ons dus behoeden voor C-angst.


Een bonus van geduldig leren zijn is dat het ons ook helpt om de onvoorspelbaarheid van deze pandemie, samen met de onzekerheid die ze in haar kielzog meesleept, te hanteren. Zonder de impact die het virus op onze levens heeft te willen minimaliseren, doet een ongedurige houding  me denken aan mensen die niet kunnen wachten op de afloop van een roman, zelfs van een detective, en dan maar meteen het laatste hoofdstuk gaan lezen. De afhandeling, het einde weten van het C-verhaal is wat we zo graag zouden willen. Wanneer kunnen we ‘terug naar normaal’? We willen ‘daar’ al zijn omdat ‘hier’ te veel onzekerheid en angst oproept. Terwijl, zoals Eckhart Tolle in zijn Een nieuwe aarde. De uitdaging van deze tijd schrijft: ‘Als je met gemak met onzekerheid kunt omgaan, dan openen er zich oneindige mogelijkheden in je leven, omdat angst dan niet meer de bepalende factor is voor wat je doet en laat.’


En dan hebben we de derde les nog: het belang van verbondenheid tegenover het aanwijzen van schuldigen. In het laatste geval blijven we zitten in de illusie van controle op en voorspelbaarheid van het virus. Het helpt natuurlijk niet als politici in hetzelfde bedje ziek zijn. Hun ‘weldra terug naar het rijk der vrijheid’ blijft hen achtervolgen. Maar eerlijk, wie zou in hun schoenen willen staan? Een wijze hen legt wel eens een ei in de brandnetels.

Laat mildheid hier het gonswoord zijn. Naar onze eigen onvolkomenheden kijken maakt ons welwillender tegenover onszelf én tegenover anderen, waardoor we minder snel gaan ver-oordelen. Mildheid en niet oordelen ja, maar wederzijds begrip tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden is in deze tijden met uitgestelde zorg in de ziekenhuizen een veeleisende opdracht. ‘We doen allemaal ons best’ kan voor sommigen klef en makkelijk lijken, maar uiteindelijk geldt dit waarschijnlijk ook wel voor jou en dus ook voor het overgrote deel van de mensheid.

Ik sluit me graag aan bij het gezichtspunt van Marie Blommaart, een nu 100-jarige Nederlandse die verzetsstrijdster was in WOII, in een recent interview in de Volkskrant: ‘Voor alles moeten we optimistisch zijn. We moeten er doorheen en komen er weer uit, want zoals altijd komen er onherroepelijk tegenkrachten en die zijn ook nu al in opkomst. We moeten de blik meer naar binnen richten en niet zo de strijd met elkaar aangaan. En ons realiseren dat de wereld niet zo zwart is als zij lijkt, en de meeste mensen goed zijn. 
Daar gaat het om: altijd de mens blijven zien in de ander.’


majo van ryckeghem
november ‘21

De maand december in aantocht

Tags

, , ,

Gedachte bij het zien van de voorbereidingen op de nog-meer-nooit-genoeg-maand december: indien we, al was het maar eens per week, zouden stilstaan en ons realiseren hoeveel duizenden mensen over de hele wereld iedere dag weer zorgen dat we kunnen eten, drinken, ons verwarmen, ons verplaatsen, gezond zijn, verbonden zijn, zouden we dan meer tevreden, dankbaarder en dus gelukkiger zijn?

majo van ryckeghem
november ‘21