Schaduwgevechten

Tags

, , , ,

‘Majo, ik herken er je Wetenschaapje over schaduw* in.’
‘Ja, dat klopt, je gaat te lijf bij een ander wat je in je eigen lijf niet onder ogen durft zien, wat in je schaduw zit.’

Enkele dagen nadat het Vaticaan heeft verkondigd dat homoseksualiteit zonde is en dat priesters geen homohuwelijken mogen inzegenen, heb ik, op de morgen dat de reacties hierop loskomen, een uitgebreid en boeiend WhatsAppgesprek met de buurvrouw, coronaveilig op anderhalve meter door de scheidingsmuur van onze beide livings. Het levert me het idee op voor dit Wetenschaapje.

Het zoveelste Vaticaanse mes in de rug van katholiek gelovige, maar eigenlijke alle, homoseksuele, lesbische en transgender mensen en hun omgeving. Dit gebeurt vijf maanden nadat paus Franciscus een kleine opening had gemaakt in de documentaire ‘Francesco’, waarin hij verklaarde dat homoseksuelen het recht hebben om een gezin te vormen. ‘Ze zijn kinderen van God. Ze moeten bij wet een samenlevingscontract kunnen afsluiten, zodat ze wettelijk beschermd zijn’, stelde hij toen nog.

De Franse socioloog Frédéric Martel schrijft in zijn boek Sodoma. Het geheim van het Vaticaan ** uit 2019: ‘Hoe vaker en feller iemand een anti-homoboodschap verkondigt, des te groter de kans dat diegene zelf homoseksueel is. Het roeptoeteren is een beproefde tactiek om de eigen homoseksualiteit, de eigen existentiële schizofrenie, het eigen dubbelleven te verbergen.’

Een homofoob discours om het geheim te maskeren. Zelfverloochening om het eigen vel te redden. Het klinkt als een doelbewuste strategie en dat kan het inderdaad zijn, maar het gaat niet altijd om opzettelijk mist spuien. Drie psychologische fenomenen zijn hier in het spel, namelijk de werking van schaduw, verinnerlijking en projectie.


Wanneer we opgroeien, nemen we waarden, normen en verwachtingen over van onze omgeving en van de maatschappij waarin we leven. Met bepaalde aspecten van onszelf zitten we in de verwachte lijn en daar krijgen we dan waardering voor. Andere kenmerken liggen moeilijker en leveren minder applaus op, zoals aantrekking voor een persoon van dezelfde sekse bijvoorbeeld. Om aanvaard te worden onderdrukken we, meestal onbewust, deze facetten van onszelf die afwijzing oproepen. We verdringen deze en brengen ze onder in het donkere deel van ons zijn. Ze vormen onze persoonlijke schaduw.

Schaduw heeft ook een positieve kant. Bewondering, bijvoorbeeld voor iemand die durft naar buiten komen met een zangtalent, kan ons laten zien dat we zelf wel meer met onze creativiteit uit onze pijp mogen komen.

Dus,
schaduwwerking in de negatieve zin is een eerste psychologisch mechanisme achter de afkeuring van homoseksuele, lesbische en transgender mensen in de maatschappij in het algemeen en in het Vaticaans verhaal. De eigen aantrekking voor iemand van hetzelfde geslacht niet toelaten, al of niet bewust uit schrik voor verwerping, komt in de persoonlijke schaduw terecht.


Hier bovenop dringt de verinnerlijking van de negatieve, afkeurende houding van de maatschappij, het tweede psychologisch mechanisme, extra diep de persoon en haar of zijn schaduw binnen.

Dit mechanisme van verinnerlijking vertrekt vanuit de heteronormaliteit in onze samenleving. Als een vrouw zegt: ‘Mijn lief heet Jo, Kris of Dominique’, gaan we vlugger aan een man denken dan aan een vrouw, terwijl bij een man een vrouwelijke partner in beeld komt. Heteronormaliteit is echter niet zo onschuldig als uit dit voorbeeld zou kunnen blijken, omdat ze er niet alleen van uitgaat dat heteroseksualiteit de ‘norm-ale’ seksuele gerichtheid is, maar ook dat ze een meer volwaardige en ‘natuurlijker’ seksuele oriëntatie is.

Heteronormaliteit brengt dus een uitgesproken negatieve lading in haar kielzog mee. Voor veel mensen, holebi’s en betrokkenen, is die maatschappelijke onderwaardering, die afkeuring, dat niet voor vol aanzien van de holebileefstijl, nog steeds heel problematisch. Homonegativiteit raakt persoonlijk op een diep niveau: niet te mogen zijn wie men is, geen bestaansrecht te krijgen als wie men is.

Het risico op verinnerlijking van die respectloze, laatdunkende houding is groot. De veroordeling en minachting laat diepe sporen na bij de geviseerden. Het vreet aan hun zelfvertrouwen en zelfrespect, waardoor ze met zelfhaat te kampen kunnen krijgen, met mogelijk zelfdoding tot gevolg. Andere negatief beoordeelde groepen zoals zwaarlijvige personen of mensen van kleur, of ook nu nog steeds vrouwen in het algemeen, kunnen met gelijkaardige gevolgen van verinnerlijking worstelen.

Dus,
er kan geen twijfel over bestaan dat de uitgesproken negatieve houding van de Rooms-Katholieke Kerk tegenover homoseksualiteit via dit mechanisme van verinnerlijking veel mensen extra pijnlijk raakt in hun diepste wezen. Een pijn die nog dieper in de schaduw verdwijnt, zowel bij de bedienaars van die Kerk, als bij haar gelovigen.


Dit negatief schaduwaspect – homoseksualiteit is verwerpelijk-, versterkt door de werking van verinnerlijking –ik ben verwerpelijk-, vormt de bron van de verontwaardiging over het gedrag van een ander en de afkeuring ervan. Een afwijzing die eigenlijk de projectie is van de zelfafwijzing, het derde psychologisch mechanisme. Je gaat te lijf bij een ander wat je in je eigen lijf niet onder ogen durft zien. Projectie in de psychologische betekenis ontstaat wanneer we eigenschappen of emoties van onszelf trachten te ontkennen, verbergen of verdringen door ze toe te schrijven aan iets of iemand anders.

‘Ik was als de dood dat ik lesbisch zou zijn. Ik wilde dat absoluut niet!’ vertelt Isabel. ‘En dus was ik het niet. Punt. Ik liet wel geen enkele gelegenheid voorbijgaan om lesbiennes verbaal onderuit te halen en belachelijk te maken. En zo ook mezelf.’  

Dus,
de samenwerking tussen deze drie psychologische mechanismen, schaduw-verinnerlijking-projectie, biedt een belangrijke verklaring voor de hoogoplopende emoties rond holebi’s en transgenders, en niet alleen in Vaticaanse middens. Het mag duidelijk zijn dat de omvang van de afkeuring in de omgeving van de persoon en de sterkte van de verinnerlijking ervan, de heftigheid van de projectie in grote mate bepaalt.


Wat we verdrongen hebben om te beantwoorden aan de verwachtingen van onze omgeving en wat in onze schaduw zit, kunnen we per definitie niet rechtstreeks zien. We krijgen onze schaduwaspecten onder ogen via onze reacties op anderen. Wanneer we emotioneel reageren op gedrag van anderen, kunnen we bijna zeker zijn dat onze schaduw in het spel is.

Hoe zit het dan met onze verontwaardiging over de houding van het Vaticaan? Veel mensen hebben geen goede herinneringen aan hun contact met bedienaren van die Kerk, als kind op scholen en internaten bijvoorbeeld. Ook al zijn er goede ervaringen, die wegen vaak niet op tegen de pijnlijke. Een aangetast rechtvaardigheidsgevoel, de confrontatie met onverdraagzaamheid en met hypocrisie kunnen ons terecht opstandig en kwaad maken. En daarnaast kan onze emotionele reactie een uitnodiging zijn om te kijken hoe tolerant we zelf zijn, hoe rechtvaardig, consequent, integer we oordelen als het over situaties gaat waar we ons niet zo nauw bij betrokken voelen.

Het is niet altijd prettig dat we de bron van onze irritatie over iemands gedrag niet bij de ander kunnen leggen, maar bij onszelf mogen zoeken. Als we irritaties en adoraties als uitnodigingen zien, uitnodigingen om onszelf beter te leren kennen, is er niets tegen dat we ons ergeren of in opperste verrukking zijn. We zijn vrij om op de invitatie in te gaan, maar als we dit poortje naar zelfkennis nemen, hoeven we onze zelfontkenning niet langer meer te projecteren op anderen en geen pijnlijk verraad te plegen, ook niet aan onszelf.


* Meer in ‘De vork in de schaduwsteel’ (Schaduw, deel 1) & ‘Mens, erger je’ (Schaduw, deel 2), te vinden op https://wetenschaapjes.wordpress.com : zoeken in Archief op mei 2015 en juni 2015.
** Frédéric Martel, Sodoma. Het geheim van het Vaticaan, 2019, https://historiek.net/sodoma-geheim-van-het-vaticaan-frederic-martel/107538/
Frédéric Martel in De Afspraak, VRT, op 25/02/19: https://www.youtube.com/watch?v=LBdwCjz-d2Q


maart 2021
majo van ryckeghem

Ik ontdek Vivian Gornick

Tags

Ik ontdek Vivian Gornick.
Haar boek ‘Een vrouw apart en de stad. Een memoir’ plant zich pal op mijn pad.

Midscheeps raakt me haar verhaal over Alice, een schrijfster die op haar vijfentachtigste behoeftig wordt en naar een seniorencomplex verhuist.

‘Twee weken na haar verhuizing ging ik bij Alice op bezoek. Verspreid over de hal, die zachtgeel geschilderd was en ingericht met banken en tweezitters in felle kleuren, zaten wat vrouwen en mannen lusteloos voor zich uit te staren. Geen goed voorteken, schoot door mijn hoofd – maar het eenkamerappartement dat ze Alice hadden gegeven was prachtig.

Elke keer dat ik haar kwam opzoeken, zag ze er oneindig vermoeider uit dan de keer ervoor. Inmiddels was ze over de 85 natuurlijk en leefde ze op pijnstillers voor haar gewrichtsontstekingen, maar toch was het eerder een geestelijke dan een lichamelijke vermoeidheid.

Na een paar maanden in het seniorencomplex trof ik haar daar voortaan ineengedoken in haar stoel aan en zag ze er zo uitgeput uit dat ik telkens weer schrok. Niettemin nam ik dan plaats in een stoel tegenover haar en begon, zonder zelfs te vragen hoe het met haar ging, te praten. Zodra ze mijn stem hoorde, begonnen haar gezicht, haar lichaam, haar handgebaren weer tot leven te komen. Al snel zaten we even geanimeerd over boeken en actualiteiten en kennissen te praten als altijd, en zonder te kissebissen.

Ik geloof niet dat ik de aanblik van die wonderbaarlijke metamorfose ooit zal vergeten. Een halfdode persoon tot leven gewekt zien door haar ontwikkelde geest aan te spreken betekende zoveel als getuige zijn van een magische transformatie.

Is hier dan echt niemand met wie je een gesprek kunt voeren?, vroeg ik een keer.
Neen, lieve schat, antwoordde Alice. Gekwebbel, ja. Meer dan genoeg. Maar een gesprek? Nee. Zeker niet dat soort gesprekken dat wij nu voeren.
Het gekeuvel dat dagelijks haar oren vulde was geestdodend, vertelde ze me. Erger dan stilte, zei ze. Veel erger.

Alice had haar leven gewijd aan het streven een bewust mens te worden wier grootste genoegen het gebruik van haar eigen geest was. En nu zat ze opgesloten in een omgeving waarin die lange, moedige inspanning werd genegeerd – sterker nog, waar er geen plaats voor was -. Terwijl het enige wat men een mens verschuldigd is, van het prille begin tot de laatste zucht, de erkenning is van dat streven.’

 

majo van ryckeghem
juli ’20

Wetenschaapjes 2

Met plezier laat ik mijn nieuwe bundel ‘Wetenschaapjes 2’ op de wereld los.

Mijn wetenschaapjes zijn korte bijdragen over uiteenlopende thema’s, een persoonlijke mix van gedachtespinsels op een bedje van boekenwijsheid en eigen ervaringen.

Voor €10 kan je de bundel met 32 schapen in je brievenbus laten belanden.

Interesse? Laat het me weten via wetenschaapjes@gmail.com.

Wetenschaapjes 1 & 2

Hartelijke groeten,
Majo Van Ryckeghem

Actieve hoop

Tags

, ,

Als mijn eigen woorden tekortschieten, zoek ik troost bij woorden van anderen.

In Actieve hoop. Hoe de chaos onder ogen zien zonder gek te worden van Joanna Macy & Chris Johnstone vind ik tegelijk realistische én aanmoedigende gedachten.

We zijn met velen die ons terecht zorgen maken over de wereld.

Omdat het onderwerp meestal beschouwd wordt als te deprimerend om over te praten, heeft het de neiging als een onuitgesproken aanwezigheid in ons achterhoofd te blijven hangen. We horen opmerkingen als ‘Hou je daar niet mee bezig’, ‘Dat is te deprimerend’ of ‘Blijf niet in het negatieve hangen’. Het probleem met deze benadering is dat het onze gesprekken en ons denken stopzet.

Hoe kunnen we zelfs maar beginnen de chaos waarin we zitten aan te pakken als we die te deprimerend vinden om over na te denken? Laten we die gedachten wel binnen, dan kunnen we ons overweldigd en ontmoedigd voelen.

Hier begint actieve hoop. Bij de erkenning dat onze tijd ons confronteert met een realiteit die pijnlijk is om onder ogen te zien, die moeilijk is om binnen te laten en verwarrend om mee te leven.

Het is van wezenlijk belang ons te realiseren dat niet wat gebeurt doorslaggevend is, maar wel hoe we op die gebeurtenissen reageren. Actieve hoop vereist niet dat we hoopvol of optimistisch zijn. Ook op terreinen waarop we ons zonder hoop voelen, kunnen we deze benadering toepassen. Bijvoorbeeld op de vraag of het zin heeft wekelijks met duizenden op straat te komen voor een sociaal klimaatbeleid, terwijl de opwarming zich schrikbarend doorzet en de mensen aan de beslissingsknoppen de andere kant uitkijken.

De sturende impuls is onze bedoeling, onze intentie. We kiezen waar we ons willen voor inzetten en wat we willen realiseren. In plaats van onze kansen te wegen en alleen maar verder te gaan als we ons hoopvol voelen, richten we ons op ons doel en we laten dat onze gids zijn. Als we hopen op en willen gaan voor een leefbare wereld voor iedereen, dan ondernemen we actie in die richting.

We laten onze stem horen en gaan manifesteren, we kopen lokale en fair trade producten, als dat binnen onze mogelijkheden ligt beleggen we in ethische projecten, we nemen deel aan de Refugee Walk of bieden steun met onze vrijwillige inzet, we tekenen verzet aan tegen elke vorm van discriminatie, …

Onder impuls van actieve hoop gebruiken we onze talenten en onze vermogens om bij te dragen aan een maatschappelijke bewustzijnsverschuiving naar meer verbondenheid, rechtvaardigheid en menselijkheid in de wereld.

 

Actieve hoop

majo van ryckeghem
31 mei 2019

27 mei 2019

Tags

,

27 mei 2019

‘De consumptiemaatschappij wordt door massaliteit en uniformiteit gekenschetst en zal onherroepelijk tot de teloorgang van de gemeenschapszin leiden. Dat wil zeggen van de politieke zin zich verantwoordelijk voor de wereld te voelen.’

Hannah Arendt, politiek denkster, (1906-1975)


Geciteerd in: 

Het tij keren Joke Hermsen

 

Majo Van Ryckeghem

Schaarste ontmoet overvloed

Tags

, ,

Aan het einde van je geld nog dagen van de maand over hebben, of eindeloos kunnen putten uit je geldvoorraad. Een wereld van verschil.

SchaarsteOver armoede is heel wat geschreven, over rijkdom veel minder. Lijkt me logisch kan je denken. Maar misschien toch niet. Twee boeken, een rond schaarste en een ander rond rijkdom, nodigen me uit om even de hoofdweg van het schrijven van mijn eigen boek te verlaten en een wetenschaapje de wei in te sturen.

Geld is een raar ding. Oorspronkelijk bedoeld als ruilmiddel is het snel tot een begerenswaardig streven op zich verworden. Voor Aristoteles, de vader van het economisch denken die zo’n 2400 jaar geleden leefde, is het doel van ons bestaan een moreel goed leven. Zijn deugdethiek benadrukt het belang van het samengaan van menselijke waardigheid en economie. In de huidige economische visie, met nadruk op ongebreidelde groei en winst, zien we helaas het menselijke aspect de mist ingaan.

Het ene boek Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepaalt’ * verheldert, via het aantonen van het bestaan van een specifieke psychologie van schaarste, de drijfveren van mensen die in armoede leven. Het andere ‘Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord?’ ** zoemt in op de maatschappelijke gevolgen van een te grote ongelijkheid, en op de karakteristieke problemen die – extreme – rijkdom met zich meebrengt. Er zijn parallellen te trekken tussen de effecten van armoede en de gevolgen van te grote rijkdom.Rijkdom

Zowel een tekort als een teveel aan middelen brengt een tunnelvisie met zich mee. De dagelijkse zorgen en het zoeken naar oplossingen voor de onbetaalde schoolrekening en de kapotte wasmachine dringen zich dwingend op bij mensen in armoede. ‘Schaarste kaapt de geest. De geest keert zich automatisch en krachtig naar onvervulde behoeften’. * De tunnelvisie installeert zich niet alleen bij een gebrek aan geld, maar ook bij tijdsgebrek: ‘Laat me gerust. Ik moet dit verslag nog afmaken!’.

Te weinig geld, tijd neemt onze aandacht in beslag. Deze tunnelvisie levert een klein voordeel op. Ze dwingt ons om dringende behoeften aan te pakken. Maar die doorgedreven gerichtheid op één aspect van het leven heeft ook een prijs. We verwaarlozen en negeren andere belangen, zoals een kind dat vraagt om te spelen terwijl jij drukdrukdruk bent. De hypnotiserende lichtbak van geld en status heeft een gelijkaardig tunneleffect.

Vooral de waarden die ons tot mens maken en die onze verhardende maatschappij zo nodig heeft, schieten er bij in. Respect, zorgzaamheid, vriendelijkheid blijven in de tunnel steken. Mensen onderaan de ladder krijgen in hun dagelijkse strijd om te overleven de ongelijkheid in het gezicht gesmeten en zijn verplicht zich vooral met materiële bekommernissen in te laten. ‘Drukke, rijke mensen worden ongevoelig voor de waarde van activiteiten die niet draaien om materiële goederen en status.’ ** Aristoteles waarschuwde in zijn tijd al voor het toegeven aan hebzuchtige impulsen, die het gevaar voor verlies van innerlijke deugden inhoudt.

Hier ontmoeten schaarste en overvloed elkaar. Mensen in armoede en in rijkdom, beide groepen hebben er voor hun eigen welzijn en tevredenheid alle belang bij dat er een meer gelijkheid en bijgevolg meer menselijkheid is in de samenleving. Waar we toevallig geboren zijn bepaalt zoveel. ‘Wie het beste lotje trekt in de loterij van het leven, zou dus de anderen met een slechter lot moeten steunen’, stelt Ingrid Robeyns, hoogleraar ethiek van instituties. **

Haar besluit: ‘Het eerste wat we nodig hebben is bewustzijn, bij een veel bredere groep in de samenleving, dat als we het over kwesties van rijkdom en ongelijkheid hebben, het niet alleen over economie gaat, maar ook over politiek, en al helemaal over moraliteit.’ Deze ideeën vinden hun weerklank in het burgerinitiatief van Hart boven Hard.

 

* Sendhil Mullainathan & Eldar Shafir, Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepaalt.
** Ingrid Robeyns, Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord?
*** www.hartbovenhard.be/

 

majo van ryckeghem, mei ‘19

 

Een raadsel opgelost

Tags

, ,

‘Wat doet een getrouwde vrouw als ze thuiskomt van haar werk?’ Ze neemt het aanrecht af, strijkt de was en helpt de kinderen bij hun huiswerk.

‘Wat doet een getrouwde man als hij thuiskomt van zijn werk?’ Hij leest de krant, kijkt televisie en speelt misschien even met zijn kinderen.

Vrouwen met werk buitenshuis besteden een groter deel van hun vrije tijd aan het huishouden en dat is vermoeiender dan vrij hebben. Dit verklaart waarom het rationeel is dat vrouwen lagere lonen krijgen.

Aan het woord is professor Gary Becker (1930-2014), hoogleraar economie aan de Universiteit van Chicago en een van de grondleggers van het neoliberalisme

61 een raadsel opgelost

Een raadsel opgelost. Door al dat soppen en voorlezen zijn vrouwen veel meer vermoeid dan mannen. En dus kunnen ze zich op hun job niet even hard inspannen, wat logischerwijze tot minder centen op de vrouwelijke bankrekening leidt.

Wat een valabele reden om vrouwen voor hetzelfde werk minder te betalen dan mannen! Dat ik daar nooit zelf ben opgekomen. Als vrouw ben ik daarvoor waarschijnlijk te vermoeid en ook niet slim genoeg. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit een Nobelprijs gewonnen, wat onze Gary wel deed in 1992 en dan wel voor economie.

Een 25 jaar geleden dus. Ondertussen nemen steeds meer mannen taken op in het huishouden. Dat ze maar oppassen dat ze niet te vermoeid raken.

Alle gekheid op een stokje: er is voortschrijdend inzicht op het punt van gelijke verloning voor vrouw en man, maar helaas werken soortgelijke onzin-zaadjes, geplant door economen als Gary Becker, nog steeds door.


Inspiratiebron: Katrine Marçal, Je houdt het niet voor mogelijk. Katrine Marçal rekent af met (mannelijk) egoïsme in de economie, 2015.

 

majo van ryckeghem
januari 2019

Stil

Tags

, ,

Stil was het rond mijn wetenschaapjes de laatste maanden. Maar schijn bedriegt. Ik ben stevig aan het lezen en studeren, want ik ben een vrouw met een plan. Een ambitieus plan, zegt mijn zoon. En gelijk heeft hij.

In een notendop is het doel dat ik voor ogen heb het volgende: bevallen van een vlot geschreven en goed begrijpelijk wetenschaap over de gevolgen van de levenswijze van onze voorouders op de werking van ons brein. Vervolgens ingaan op het effect van deze invloed op de manier waarop wij mensen met elkaar omgaan, en dit toegespitst op het thema in- en uitsluiting.

Nieuwsgierig? Ja, ik ook. We’ll see of ik slaag in mijn opzet. Snel of scheetsgewijs – een ondeugend woord dat ik net ontdekte – zal het boek er niet liggen, maar met tijd en boterhammen en voortschrijdend inzicht kom ik er wel.

 

Susan Cain Stil

Stil is ook de titel van het boek van Susan Cain waar ik tijdens mijn opzoekwerk op botste en dat een stroom van herkenning meebracht, gevolgd door weer een stukje meer erkenning van mezelf en opluchting.

Ja, ik druk mezelf vaak liever schriftelijk uit dan door te praten.
Ja, ik vind het prettig om alleen te zijn of in rustig gezelschap.
Ja, drukte vermoeit me snel, terwijl ik in stilte oplaad.
Ja, ik hou niet van een overboekte agenda.
Ja, ik kan me goed concentreren.
Ja, ik hou ontzettend van lezen.
Ja, ik praat graag diepgaand over onderwerpen die me interesseren en voel me rap verveeld bij geklets.

Lange tijd wrong ik me in een extraverte rol die me eigenlijk niet past. Ik vroeg ik me ook regelmatig af of ik niet asociaal ben. Nu weet ik dat meerdere introvert ingestelde mensen in dat schuitje varen. Onderzoek wijst uit dat 1 op 3 mensen zich kan terugvinden in bovenstaande ja’s en zich probeert staande te houden in een luide, actieve, naar buiten en op groepen gerichte samenleving, die de hunne niet is.

‘Niets tegen extraverten’, schrijft Susan Cain. ‘Wel tegen het extraverte ideaal in onze maatschappij. … De meeste introverte mensen zijn sociaalvaardig op hun manier. … Op jezelf zijn is een belangrijke sleutel tot creativiteit en vernieuwende ideeën’.

Herkenning? Dan is Stil ook een kostbaar boek voor jou.

majo van ryckeghem
oktober 2018

Moeten staat op stal

Tags

, , ,

kalf-moette

Ik moet nog … Ik zou nog moeten … Tegen morgen moet ik … Je zou dat echt moeten doen … .

Waagde ik als kind te zeggen: ‘Ma, ik moet een nieuwe vulpen hebben want deze is kapot’, dan kreeg ik gegarandeerd te horen: ‘Moeten is dwang en bleiten (wenen) kindergezang.’ Helemaal duidelijk was de betekenis van dit spreekwoord toen voor mij niet. Het woordenboek leert me dat de uitdrukking beduidt: ‘Ik wil het wel doen, maar niet als ik verplicht word’. Ik denk niet dat mijn moeder het zo zag. De ervaring leerde mij dat haar reactie betekende dat ik naar mijn nieuwe pen kon fluiten.

Eens vertrokken uit de West-Vlaamse contreien leerde ik het gezegde ‘Moeten staat op stal’ of ‘De muittes (kalveren) staan in de stal’ kennen. Samen met de opgehokte kalveren is er niets te moeten dus. Drie jaar geleden ging ik met pensioen onder het motto ‘van moeten naar mogen’. Schitterende intentie, maar het kalf blijkt een eerder moeilijk te temmen stier. Hoe allergisch ik zelf ook ben voor het werkwoord moeten, ik betrap me er te vaak op dat ik zelf van mogen moeten maak, waardoor het plezier wegsijpelt uit wat ik doe.

Als dat een troost mag wezen we zijn niet alleen met dit geworstel. De media en de reclamewereld bieden ons weinig steun hierin, integendeel. Lijstjes van ‘must read’-boeken, ‘must see’-films en ‘must hear’-muziek zijn in alle weekendedities van de krant te vinden. Bart Eeckhout, journalist van De Morgen, concludeert: ‘Zo raakt vrije tijd verkaveld met dingen die je misschien wel wil doen, maar waarvan je toch vooral het gevoel hebt dat je ze moet doen, wil je niet van de wereld afvallen. En dus staan we vrijwillig maar gestrest in de file om allemaal dezelfde expo, dezelfde panda’s of dezelfde smartphone te kunnen bewonderen. De vraag die we ons moeten stellen, is niet of we voldoende vrije tijd hebben, wel of die tijd nog wel werkelijk vrij is.’

En dan valt mijn oog (nou ja *) op Ankertje 302 uit 2005 in mijn boekenkast. Een kleinood, geschreven door Paul Liekens en getiteld Gevangen in taal, dat mij regelmatig bruikbare inzichten verschaft. Moeten valt onder wat de auteur stemmingmakers noemt, naast bijvoorbeeld proberen en hopen. ‘Er zijn hulpwerkwoorden die een stemming geven aan de hele zin en die de aandacht – zowel die van jezelf als van de ander – in een bepaalde richting sturen. … Deze hulpwerkwoorden hebben een onvermoed krachtige invloed op jouw systeem, vooral omdat ze niet opvallen, zoals scherpschutters in een hinderlaag.’

Vooral moeten heeft als stemmingmaker een slechte reputatie omdat het werkwoord een sfeer van tegenzin oproept. Met het gebruik van moeten overdrijven we de last en sluiten we ons af van enthousiasme, creativiteit, flexibiliteit en efficiëntie die de aan te vatten taak lichter maakt. Ik herken het zo door de manier waarop ik me ieder jaar richting Tax-on-web sleep. – Voor de Nederlandse taalgenoten, dit is het Belgisch belastingaangiftesysteem via internet -. In een ander wetenschaapje citeer ik journaliste Jelle Van Riet: ’Woorden hebben een verpletterende kracht, en het is waar dat onze gedachten niet alleen de taal aantasten, maar de taal ook onze gedachten.’ **

We houden dus moeten het best op stal. Hoe doen we dat? De eerste stap bij elke verandering is  ons bewust zijn van ons eigen aandeel en er verantwoordelijkheid voor opnemen. Paul Liekens stelt de volgende vragen voor: Van wie moet dat? Wat zou er gebeuren als ik het niet deed? Welk voordeel levert het me op als ik het doe? Wil ik dit voordeel?’. Als het antwoord op de laatste vraag ‘ja’ is, gaan we moeten door willen vervangen en meteen voelen we een andere, vrijere en prettiger energie stromen. Ik moet dit boek nog lezen – ik wil dit boek nog (graag) lezen. Ik moet het gras nog afrijden – ik wil het gras afrijden. Ik moet Tax-on-web nog aangaan – ik wil Tax-on-web aanvatten en beslis de klus niet langer voor me uit te schuiven.

Naar aanleiding van mijn pensioenmotto ‘van moeten naar mogen’ kreeg ik van een collega volgende sms: ‘Geniet van het mogen en niet moeten. Het zou voor iedereen zo moeten zijn.’ Hardnekkig zo’n taalgewoonten! Ook ik betrap me er regelmatig op dat ik mijn slagzin verbaster tot ‘van mogen naar moeten.’ Deze volgorde ligt me duidelijk beter in de mond dan ‘van moeten naar mogen’.

Dus werk aan de winkel, proberen moeten te vermijden. Neen! Niet proberen ***, maar doèn!

 

* Meer lezen over beeldend of concreet denken in wetenschaapje ‘Tantezegger en oomzegster’, juni ’16.
** Wetenschaapje ‘Elke koningin zijn eigen kasteel’, mei ’15.
*** Proberen is net zo’n stemmingmaker als moeten. Dit hulpwerkwoord introduceert onzekerheid over het te bereiken resultaat met een groter risico op mislukking.

 

majo van ryckeghem
juni ‘18

 

 

 

Leespillen

Tags

, , , , ,

Wat is het beste dat een boekenwurm kan overkomen? Een artikel toegestuurd krijgen over de voordelen voor de gezondheid van … lezen. Nu ja, het beste. Die bewuste ‘infografiek’ * is van het internet te plukken en staat dus niet op papier. Voor de aanhang/st/ers van de papyrusrol een klein maar niet onbelangrijk detail. Zoals velen onder jullie ongetwijfeld herkennen: voor letterfret/s/ters gaat niets boven een papieren boek, brief, berichtenblad.

Leespil

Bij het overlopen van de leeswinsten valt me naast vermindering van stress, een herstellende slaap, zelfs een langer leven, een beter contact met andere mensen op. Alhoewel ik me daar wel iets kan bij voorstellen, ben ik toch benieuwd hoe de bijeengesprokkelde onderzoeken ons van A naar Z brengen. Het mag geen verrassing zijn dat veel afhangt van het soort lectuur dat we degusteren. Ze wisten dat trouwens al in 1750! Dit weetje haal ik uit een van mijn favoriete boeken, het fascinerende en nostalgisch makende Ode aan de brief. Kroniek van een verdwijnend fenomeen opgetekend door Simon Garfield.

Meer dan 250 jaar geleden schreef een vader – met een lange adem blijkt uit de eerste zin – het volgende aan zijn zoon: ‘Veel mensen verspillen veel tijd met lezen, want ze lezen lichtvoetige en overbodige boeken, zoals de absurde romanceliteratuur van de laatste twee eeuwen, waarin personages die nooit bestaan hebben op een nietszeggende manier worden neergezet en gevoelens die nooit werden gevoeld met veel poeha omschreven, zoals de oriëntaalse wartaal en buitenissigheden van Duizend en één nacht en Tartaarse geschiedenissen. En zulke overbodige en lichtzinnige dingen voeden en verbeteren de geest precies zo goed als slagroom het lichaam zou voeden.’

Zijn advies: ‘Hou het best bij gevestigde boeken in elke taal en lees gevierde dichters, historici, redenaars en filosofen.’ Ook de infografiek van de 21e eeuw heeft het over ‘in de diepte lezen’ als voorwaarde voor gezondheidswinst. Door op die manier te lezen houden we onze hersenen extra actief en ontwikkelen we wat in de wetenschap te boek staat als de ‘theory of mind’, letterlijk vertaald de ‘theorie van de geest’. Dit is de vaardigheid om gevoelens en overtuigingen van jezelf en anderen te begrijpen en van daaruit te zien dat emoties en gedachten van anderen kunnen verschillen van de jouwe. Over deze kwaliteit beschikken is een voorwaarde om zich in anderen te kunnen inleven.

Door ons open te stellen voor hoe andere mensen in het leven staan, verhogen we dus onze empathie en ook onze emotionele intelligentie. Met als gevolg een opener, milder en toleranter houding tegenover anderen wat leidt naar een breed gamma aan sociale contacten, een ideaal antidotum of tegengif voor isolement en vereenzaming. Volgens deze onderzoeken zouden leespillen onze levensduur met 23% verlengen, maar dan mogen we natuurlijk niet al lezend onder een auto sukkelen of mag de boom waaronder we zitten niet juist dan besluiten om bovenop ons het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen.

De boekenapotheek

Wie inspiratie voor leespillen zoekt, kan ik De boekenapotheek aanbevelen. Ella Berthoud en Susan Elderkin geven onder de meest uiteenlopende lemma’s, zoals ‘maandagochtendgevoel’, ‘schaamte’, ‘ambitie’, ‘ontevreden zijn met wat je hebt’, korte beschrijvingen van boeken die over dit trefwoord gaan. Je vindt er ook ‘De tien beste boeken’-lijsten, bijvoorbeeld ‘… voor op de wc’, of  ‘… om je bloeddruk te verlagen’, of  ‘… voor tieners, twintigers, … tot negentigers’. Ook stelden ze een aparte ‘Index van leeskwalen’ op met suggesties van boeken ter behandeling van die ongemakken. De schrijfsters zijn Engels, maar er is een aanvulling voor Vlaamse en Nederlandse literatuur. **

Brieven van belang

Ik haal mijn leespillen vooral uit autobiografieën en brievenboeken. Naast de in volume eerder bescheiden bovengenoemde Ode aan de brief koester ik een kanjer van formaat, zowel inhoudelijk als in omvang. Het boek Brieven van belang. Onvergetelijke correspondentie samengesteld door Shaun Usher, dat ik ooit als verjaardagsgeschenk kreeg, is prachtig uitgegeven met reproducties van beroemde, beruchte en meer discrete brieven. We ontmoeten er mensen in al hun kwetsbaarheid, zoals de ontroerende en schrijnend invoelbare brief van een slaaf aan zijn meester, of de hartverscheurende afscheidsbrief van Virginia Woolf aan haar man: ‘Liefste, ik weet zeker dat ik gek aan het worden ben.’

Ik zou eindeloos uit deze leespil kunnen citeren. Ik hou me in en stuur jullie enkel nog de lezersbrief die ene Alfred D. Wintle in 1946 aan de redactie van The Times schreef: ‘Heren, ik heb u zojuist een lange brief geschreven. Nadat ik die eens had overgelezen, heb ik hem in de prullenbak gegooid. Ik hoop dat dit uw goedkeuring kan wegdragen. Hiermee verblijf ik, uw nederige dienaar’.

* https://www.treehugger.com/health/7-ways-reading-boosts-health-according-science.html
** voor wie moeilijk aan in de diepte lezen toekomt: https://www.treehugger.com/culture/how-maximize-number-books-you-read.html

majo van ryckeghem
april 2018