Ik zal eerlijk zijn

Tags

,

Ik zal eerlijk zijn. Ik heb er last mee. Met momenten veel last zelfs. Dan zoek ik soelaas in mijn boeken. En helpt schrijven om mijn hart en ziel weer in balans te brengen.

Vaak vind ik troostende inspiratie bij Ram Dass. Wanneer ik tegen een muur van desinteresse voor mijn leefwereld als oudere vrouw aangebotst ben, schenkt zijn boek Vanaf hier, vanaf nu me een opstap naar hernieuwde gemoedsrust.

Ik zal eerlijk zijn. Zijn Chinees verhaal is wrang en shockerend. Kippenvel krijg ik ervan en toch werkt het voor mij verzachtend. Daar gaat ie: Een oude man is te zwak om in de tuin te werken of met andere karweitjes in het huishouden te helpen. Hij zit maar op de veranda over de velden te staren, terwijl zijn zoon de grond bewerkt. Op een dag kijkt de zoon naar de oude man en denkt: ‘Waar is hij nog goed voor nu hij zo oud is? Alles wat hij doet is het voedsel opeten. Ik heb een vrouw en kinderen voor wie ik moet zorgen. Het is tijd dat er een eind komt aan zijn leven!’ Dus de zoon maakt een grote houten kist en zet die op een kruiwagen. Hij rijdt de kist naar de veranda en zegt tegen de oude man: ‘Vader, ga in de kist liggen’. De vader gaat in de kist liggen en de zoon doet het deksel erop, waarna hij de kist naar een klif rijdt. Bij de rand van de klip aangekomen, hoort de zoon geklop vanuit de kist. ‘Ja, vader?’ vraagt de zoon. De vader antwoordt: ‘Waarom gooi je me niet gewoon van de klif, dan kun je die kist bewaren. Op een dag zullen je kinderen hem nodig hebben.’

Onze cultuur is in belangrijke mate gericht op jeugdigheid. Oudere mensen zijn meer een probleem dan een zegening. Wij zijn de vergrijzing die de sociale zekerheid in gevaar brengt. We zijn een aanfluiting van de schoonheidsidealen en een obstakel voor de snelheid van het maatschappelijke verkeer. We zijn ‘ongewenste bezoek/st/ers die hun bagage hebben uitgepakt en niet willen vertrekken’. Eens uit het arbeidscircuit verdwenen of als de kinderen het huis uit zijn lijkt het of we niets zinnigs meer te vertellen hebben.

Bij al dat fraais dat onder- en bovengronds tegenover ouderdom leeft, is verinnerlijking van deze opvattingen onvermijdelijk. Via het proces van verinnerlijking betrekken we de veralgemeningen over de groep waartoe we behoren op onszelf en gaan ons er naar gedragen. Door die maatschappelijk diep verankerde bril op te zetten, halen wij ouderen onszelf en onze leeftijdsgenoten naar beneden. Een fenomeen dat zich meestal op onbewust niveau afspeelt. *

Ook hier geldt: niet het feit op zich doet er toe – in dit geval de negatieve kijk op oud zijn die leeft in onze samenleving -, maar wel hoe we er mee omgaan. Het vraagt een grote inzet en mobilisatie van onze veerkracht om, eens onderdaan van dit koninkrijk in verval, van onze wezenlijke waarde te blijven uitgaan. Bewust zicht proberen te krijgen op dit mechanisme van verinnerlijking zodat het ons niet belet om ten volle te gaan voor wie we zijn, is een eerste en essentiële stap.

En dan, wat kunnen wij oude knarren verder doen? Wat kan ik zelf doen als de weemoed en nostalgie toeslaan naar tijden waarin ik een meer vanzelfsprekende plaats innam in de wereld?

Ik zal eerlijk zijn. Ram Dass zet me op mijn plaats waar hij het heeft over ‘doen’ en ‘zijn’. Hij schrijft: ‘De meeste mensen denken dat ze zijn wat ze doen in plaats van te beseffen dat wat we doen maar een deel is van wie we zijn. In het besef van hoe verslaafd we zijn aan bevestiging van buitenaf die ons verzekert dat we ‘goed genoeg’ zijn, voelen we ons niet op ons gemak als we geen prestaties meer leveren’. Dat klopt dus voor mij.

De uitnodiging om te evolueren van minder doen naar meer zijn dringt zich meer dwingend op in de latere levensfase, al is het maar omdat de spieren en de knoken zich gaan verzetten tegen een te doenerig leven. Maar daarnaast hebben wij ouderen vanuit onze levenservaring onze bijdragen te leveren voor een menselijker samenleving. Daarom zit ik vele uren te presteren – en te genieten – aan mijn schrijftafel.

In Vanaf hier, vanaf nu formuleert de auteur het evenwicht dat we te zoeken hebben: ’Hoe kunnen wij, als ouder wordende mensen, onze wijsheid kenbaar maken in de wereld?’ Zijn antwoord: ‘Door die wijsheid te belichamen. We kunnen een gelukkig evenwicht vinden tussen deelname en retraite, in het besef dat hoewel het onze plicht is waar mogelijk dienstbaar te zijn, het ook van belang is dat we ons voorbereiden op onze eigen reis naar de dood door middel van contemplatie, rust en verdieping van de kennis van onszelf’.

rollator wetenschaapjes

Ik zal eerlijk zijn. Dit schrijven heeft me weer een beetje verzoend met wat mijn moeder noemde ‘het geluk hebben van leven’ en het heeft mijn zelfkennis bijgespijkerd. Ik bof dat ik niet moet twijfelen aan de liefde van mijn zoon, én … dat er geen kliffen in de buurt zijn.

* Zie ook wetenschaapje ‘Op een zonnige dag’, mei ’16.

 

majo van ryckeghem
april 2018

 

Advertenties

Wat is er mis met de secretaresse?

Tags

Je moet het maar durven. De jobnaam ‘secretaresse’ vervangen door ‘secretaris’ en dat genderneutraal noemen. Idem dito met het omtoveren van ‘hostess’ tot ‘onthaalmedewerker’. Volgens mij zijn secretaris en onthaalmedewerker mannelijke benamingen, of is mijn vrouwelijk brein helemaal van slag van al die cadeautjes die ons in de buurt van de internationale vrouwendag in de schoot zijn geworpen?

‘Maar neen’, zegt onze Federale minister van Werk Kris Peeters (CD&V), ‘je vergist je, Majo. Mensen moeten op de arbeidsmarkt kansen krijgen op basis van hun competenties. Een vacature voor “hostess” kan mannen afschrikken om te solliciteren, terwijl dat bij “onthaalmedewerker” niet zo is.’

Ah zo, nu begrijp ik het, genderneutraal staat gelijk aan verdoezelen van het vrouwelijke, want anders durven mannen niet solliciteren én kunnen wij vrouwen het slechten – ik schreef eerst slachten – van de loonkloof helemaal vergeten.

kers-op-taart

Want, kers op de taart! ‘Het aanpassen van de functietitels kan iets kleins lijken, maar het draagt bij tot een mentaliteitswijziging om de loonkloof voort te verkleinen. Functieclassificaties met een vrouwelijke titel situeerden zich traditioneel lager in de hiërarchie, terwijl genderneutrale of mannelijke titels hoger stonden. Het maakt dus wel degelijk iets uit’, zegt ons aller minister.

Nu zakt mijn broek, en ja niet mijn rok, helemaal af. Dát is dus vooruitgang? In plaats van vrouwelijke functies op te waarderen met een gelijke en gelijkwaardige verloning, moeten vrouwen zich weer eens onzichtbaar maken en onder een mannelijke jobtitel gaan schuilen, en dan komen er misschien met muizenstapjes meer centen op onze bankrekeningen.

Fantastische redenering. Dat ik er zelf niet ben opgekomen. Maar waarom het ingewikkeld maken, als het simpel kan. Gelijk loon voor gelijk werk, onder welke naam we onze job ook uitvoeren.

 

majo van ryckeghem
9 maart ‘18

Ben jij een woke persoon?

Tags

, , , ,

Je bent wit, man, gezond, hetero, bemiddeld en aan de jonge kant? Dan heb je veel kans te genieten van een pak privileges, gunsten, voorrechten, waarvan je je meestal niet bewust bent. Ons aller dikke Van Dale geeft als algemene definitie van privilege: ‘Bijzonder recht, voorrecht, voor bijzondere personen of groepen van personen’. Peggy McIntosh, professor vrouwenstudies die al in 1988 het thema op de agenda zette, omschrijft privilege als ‘de onzichtbare gewichtsloze rugzak die gevuld is met vermogens en middelen waar je niks voor hebt hoeven te doen, maar waar je wel elke dag gebruik van kunt maken’. *

Deze Amerikaanse onderzoekster deed baanbrekend werk door het aanleggen van lijsten van privileges die wit-zijn en/of man-zijn met zich meebrengen. Zo herkenbaar voor wie zich niet aan de ‘juiste’ kant van de maatschappelijk acceptatie bevindt, maar een ongemakkelijke en moeilijk te vatten boodschap voor de geprivilegieerden. Witte mensen lijden niet onder racisme, hetero’s niet onder discriminatie op basis van hun seksuele oriëntatie, valide mensen niet onder de gevolgen van leven met beperkingen, rijken niet onder de grote impact van armoede op verschillende terreinen van het leven.

Het is niet evident om te zien dat je tot een bevoorrechte groep behoort. Het proppen-experiment maakt dit duidelijk. ** Opdracht: zoveel mogelijk proppen papier in een prullenbak gooien van op drie verschillende rijen. De 1e rij slaagt met veel glans voor hun opdracht, zich onbewust van de situatie van hun collega’s op de 2e en 3e rij. De afstand tot de bak bepaalt uiteraard de kans op gelukte worpen. Zonder besef van hun privileges kan de 1e rij vinden dat de anderen niet moeten klagen en maar beter hun best moeten doen, terwijl de anderen maar al te bewust zijn van de achtergestelde positie waarin ze gezet zijn en de benadeling.

Vanuit de onwetendheid in je eigen bevoorrecht hokje heb je de luxe van de ontkenning. Je hoeft niet te zien: dat een gekleurd persoon die een winkel binnenstapt met meer achterdocht te maken krijgt dan een witte klant; dat vanzelfsprekende tandzorg voor je kinderen en jezelf een onbetaalbare luxe is voor mensen in armoede; dat personen in een rolstoel met letterlijk onoverbrugbare hindernissen te maken krijgen waar jij met alle gemak overheen stapt; dat oudere mensen in groepen geïsoleerd kunnen zijn door een gebrek aan interesse voor hun vroegere en huidige leven; dat transpersonen scheldwoorden en kleinerende opmerkingen moeten ondergaan; dat …

Oef, je ontsnapt aan veel. Ook als je maar in één gediscrimineerde categorie thuishoort, ontsnap je aan veel. Maar je kan een woke persoon worden, met ‘woke’ als de verleden tijd van ‘wake up’. Anousha Nzume verklaart: ‘Woke komt uit de VS en is een korte omschrijving van knowing what’s going on. Het snappen’. Je bewust zijn van het maatschappelijke systeem waarin we leven en hoe discriminatie en sociale onrechtvaardigheid werkt. Lees je in, las ik ergens, en dat is een manier die voor mij heel goed werkt.

In haar boek presenteert Anousha Nzume mij een paar beklijvende eyeopeners. Ik kon me tot nu toe eerlijk gezegd niet goed oriënteren in de Zwarte-Piet-discussie. De schrijfster helpt me een heel eind op weg met als vertrekpunt het begrip blackface, een term voor een zwart geschminkt gezicht in theater gebruikt om een Afro-Amerikaan voor te stellen. De oorsprong van dit stereotype, en de pijnlijke gevoelswaarde ervan, ligt in de slavernij. Tot slaven gemaakte mensen moesten niet alleen volledig ten dienste staan, maar dat ook steeds met de glimlach. Ze moesten hun tevredenheid met hun bestaan uitstralen en dienden op die manier ‘het psychologisch comfort van de witte mens tijdens de slavernij’. ***

Over de rand van je eigen geprivilegieerd hokje of bevoorrechte hokjes kijken, reflecteren op de voordelen van je eigen positie, via betrouwbare bronnen kennis vergaren over ‘de anderen’ en je vervolgens inzetten voor een menswaardige samenleving – en dat niet alleen overzees maar ook in je buurt en in het dagelijkse leven – zo kan het bondgenootschap van woke personen eruitzien.

witte piet en zwarte sint

* https://en.wikipedia.org/wiki/Peggy_McIntosh
** Anousha Nzume, Hallo witte mensen, 2017.
*** Gloria Wekker, Witte Onschuld, 2017. Zie ook wetenschaapje ‘Ook wit is een kleur’, augst ‘17

 

majo van ryckeghem
maart 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

Vreemde snuiters

Tags

,

Tijd om weer eens een taalwetenschaapje op het droge te trekken. Wat een vreemde snuiters duiken soms op in pennenvruchten allerhande. Deze tongbrekers of soms swingende woorden, ze passen niet altijd in Albert Einsteins overtuiging ‘dat de meest fundamentele ideeën van de wetenschap in wezen eenvoudig zijn en in regel kunnen worden uitgedrukt in een taal die voor iedereen begrijpelijk is’. Neen, deze taalsnoeshanen dwingen ons richting woordenboek of Wikipedia.

Starten doe ik met deze onvolprezen struikelaar: ultracrepidarianisme. Dit amper uitspreekbare woord staat voor de onbedwingbare drang om je mening te spuien over dingen waar je geen verstand van hebt. Een uitbundig beoefende bezigheid in deze tijden van sociale media en waaraan ik tracht me niet te bezondigen. De term komt voort uit een reactie van de Griekse kunstenaar Apelles, die de negatieve commentaar van een schoenlapper op zijn schilderijen maar matig kon waarderen. Het spreekwoord ‘schoenmaker blijf bij je leest’ vindt hier haar oorsprong.

Nog eentje om u tegen te zeggen: floccinaucinihilipilificatie. In het Engels uitgesproken als:[flok-suh-naw-suh-nahy-hil-uh-pil-uh-fi-key-shuh n]. Proficiat! Ik trof het aan in het boek Zelfcompassie. Stop jezelf te veroordelen van Kristin Neff *, waar de schrijfster het heeft over het kwalijke aanwensel om onszelf onderuit te halen. Het is een raadsel wie het in 1741 nodig achtte om vier Latijnse woorden die elk op zich ‘voor een kleine prijs’ of ‘voor niets’ betekenen, samen te voegen tot een nauwelijks uitspreekbare benaming. Floccinaucinihilipilificatie betekent dus, in viervoud, de gewoonte om iets als waardeloos of onbeduidend in te schatten. De overeenkomst tussen vorm en inhoud is hier wel erg ver zoek.

vreemde snuiters

Sommige vreemde snuiters zijn best uitspreekbaar, maar prikkelen om andere redenen onze bovenkamer. Enig idee wat er achter Bin Ladens schuilgaat? Briefjes van € 500. En waarom dat zo is? Je weet hoe ze eruitzien, maar ze zijn heel moeilijk te vinden. Plus, ze dienen voor praktijken die het daglicht schuwen, zoals drugsverkeer, afpersing, mensenhandel, terrorisme. Bin Laden himself is ondertussen gevonden en de verhandeling van grote coupures is aan banden gelegd, met voor zware criminelen als collateral damage of nevenschade de zinloosheid van bankovervallen.

Een letterwoord dat we regelmatig gebruiken wanneer we op het web persoonlijke gegevens invullen, maar waarvan ik geen idee had waarvoor het stond, is captcha. Deze term betekent ‘completely automated public Turingtest to tell computers and humans apart’. Eenvoudig gezegd, een reactietest gebruikt bij de gegevensverwerking om te bepalen of er een mens deze items invulde of een machine.

Met een mondegreen treffen we een vriendelijk snoeshaantje aan. Het woord staat voor het verkeerd verstaan van een gedeelte van een tekst, bijvoorbeeld van een liedje of een gedicht, waarbij de hersenen automatisch een passend alternatief bedenken om het tot een kloppend geheel te maken. De luisteraar/ster hoort dan dus andere woorden dan er eigenlijk staan. In het Nederlands zouden we mondegreen als verhoring kunnen vertalen, maar geef toe, erg poëtisch klinkt dat niet.

De inhoud van het woord mondegreen lijkt op niets te slaan, maar toch geniet het van een verrassend achtergrondverhaal. De Amerikaanse schrijfster Sylvia Wright gaf in 1954 deze naam aan het verschijnsel van deze verkeerde interpretaties. Als kind verbasterde ze de versregel van een Schots gedicht ‘and they laid him on the green’ tot ‘and the Lady Mondegreen’, en het begrip was geboren.

Ondertussen doe ik al een paar dagen vergeefse pogingen om een eigen mondegreen uit mijn geheugen op te vissen. Ze zijn er, ik zie ze in de verte zweven, maar kan ze niet aan de haak slaan. Ik kom niet verder dan een grapje van het huis, dat eerder een verkapte versie van het fenomeen is. Het gaat om de tekst van een liedje uit lang vervlogen tijden: ‘De noorderwind blaast, ’t gaat sneeuwen wel haast, en wat zal het roodborstje doen?’. Omdat we ons het vervolg niet herinneren, zingen we dan maar ‘roodborstje tikt tegen ’t raam, tik tik tik, laat me erin, laat me erin’, wat aan een ander liedje toebehoort. Een heel vrije interpretatie van een mondegreen dus. Iemand beter?

Na al die vreemde snuiters toch nog een mooitje om te eindigen: Mini-ster.

* Zie ook wetenschaapje ‘Zelfcompassie verzacht’, maart 2017

majo van ryckeghem
februari 2018

 

 

Vers stokbrood met boter

Tags

,

stokbrood

Als reactie op mijn vorig wetenschaapje Klagen met gezonde botten schrijft een lezeres: ‘Een tip die ik heb toegepast om de automatische negativist in mezelf te dimmen, is het beoefenen van dankbaarheid. Elke dag vijf dingen opschrijven waar je dankbaar voor bent, hoe onnozel ook. Het heeft geholpen’. Woorden die Piero Ferrucci bevestigt in zijn boek Vriendelijkheid. Als levenshouding en helende kracht, waar hij schrijft: ‘Dankbaarheid is de eenvoudigste manier om gelukkig te zijn’, en dus om minder te zeuren.

De woorden ‘onnozel en eenvoudig’ in combinatie met ‘dankbaarheid en geluk’ brengen me bij het boek Kleine genoegens, recent uitgegeven door The school of life. Deze cultureel-filosofische vormingsorganisatie met tien campussen over de hele wereld, ook in Antwerpen en Amsterdam, stelt de ontwikkeling van emotionele intelligentie centraal. Met cursussen en evenementen willen ze bijdragen ‘tot meer wederzijds begrip en compassie, en tot een betere onderlinge communicatie’.*

In onze consumptiemaatschappij, waarin genieten gekoppeld is aan Veel en Groot, gaan we vaak te onachtzaam om met kleine genoegens. ‘De vermaaksmentaliteit is nauw verbonden met zaken die zeldzaam en moeilijk toegankelijk zijn en vaak worden ze gezocht in plaatsen die ver van de eigen woonplaats liggen.’ De speels en bekorend beschreven tweeënvijftig kleine genoegens, met dan nog eens een lijst met hetzelfde aantal zeer kleine genoegens, leveren inspirerende dicht-bij-huis-ideeën met voor elk wat wils.

Voor mij sprongen de herkenbare genoegens eruit die verbonden zijn met schrijven en inspiratie opdoen. Lezen en mijmeren terwijl ik in mijn eentje in een treincoupé zit. Op nieuws over een wetenschappelijke doorbraak stuiten. Het vinden van de juiste woorden. En wat de auteurs onder de titel ‘In het donker over de snelweg rijden’ als rijtherapie benoemen. De nachtelijke auto als een ‘mobiele baarmoeder’ die de optimale omstandigheden levert om gedachten tot hun recht te laten komen: stilte in combinatie met bewegen en een niet al te inspannende taak.

Het is niet altijd gemakkelijk om bewust om te gaan met die kleine genoegens, er dankbaar voor te zijn en er tevredenheid uit te puren. Balen doen we soms van dat complexe leven, waarbij de kleine genoegens achter duistere wolken verdwijnen. Ook onze genen spelen hun rol in het al of niet gemakkelijk kunnen oppikken van de levensvreugde die ze meebrengen. Of een ondermijnende gedachte, zoals de dreiging van de klimaatopwarming die opduikt bij onze poging om te genieten van een veel te vroege krokus of een te prille hazelaarknop.

Maar laat ons de loftrompet steken over een oprechte glimlach **, over samen puzzelen, over buiten zijn als het van binnenuit geen weer lijkt, en natuurlijk over vers stokbrood met boter! Kleine genoegens overladen met superlatieven: ze zijn cruciale ingrediënten voor een beter bestaan, ze versterken onze goede eigenschappen en verzachten emotionele schokken, ze verbeteren onze stemming en verrijken ons leven. Meer moet dat niet zijn.

Boter

* https://www.theschooloflife.com/
** zie ook wetenschaapje ‘Een glimlach in de hoofdrol’, augustus 2016

 

majo van ryckeghem
januari 2018

 

Klagen met gezonde botten

Tags

,

Af en toe eens stevig
klagen, vitten, zeuren, grommen, zaniken, lamenteren, malen, meieren, mekkeren, mopperen, drenzen, kankeren, foeteren, gal spuwen
kan deugd doen, en is soms nodig.

Maar als we ‘klagen met gezonde botten’ zoals het spreekwoord zegt, dus als alles min of meer goed gaat, dan is de kans groot dat we op dat moment op automatische zeurmodus varen. Met de actie ’30 dagen zonder klagen’ willen de initiatiefneemsters Greet Van Hecke en Isabelle Gonnissen die negatieve routine een halt toeroepen en ons uitnodigen om bewuster naar de positieve aspecten van het leven te kijken.*

Van automatisch naar bewust reageren is de toverformule. Maar we moeten slim zijn en eerst een onverwachte tactiek van onze hersenen verschalken. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat onze hersenen een negatieve bias of vooringenomenheid hebben. Of zoals neuropsycholoog Rick Hanson het verwoordt: ‘Je hersenen werken als een klittenband bij negatieve ervaringen en als een antibaklaag bij positieve ervaringen’. **

Dit aspect van het functioneren van onze hersenen heeft gemaakt dat onze voorouders overleefden, en wij hier dus nog rondlopen. Gespitst zijn op een driest everzwijn of op een adder onder het gras was letterlijk van levensbelang. Een lekkere bessenstruik voorbijlopen, had minder gewicht. Veel kans dat je nog meer exemplaren op je weg aantrof. Evolutionair gezien heel belangrijk dus die negatieve vooringenomenheid van ons brein. Maar als onze hersenen het zo druk hebben met het negatieve, hoe kan een actie als ’30 dagen zonder klagen’ dan slagen?

Geen nood, naast een negatieve bias heeft ons brein een andere eigenschap die wél haar medewerking verleent aan deze campagne, namelijk haar plasticiteit of vormbaarheid. Dagelijks leggen we nieuwe verbindingen tussen de neuronen of zenuwcellen in onze hersenen. Herhaling versterkt deze linken en maakt dat we beter worden in wat we doen. We hebben dus de verbindingen in ons brein op zo’n manier te verstevigen dat we gemakkelijker het positieve gaan zien.

Om onze positieve bril op te blinken kunnen we omstandigheden opzoeken of ze vermijden. In de natuur zijn staat bijvoorbeeld op numero uno als tegengewicht voor het dagelijkse bombardement aan uitputtende en humeurverpestende prikkels. Negatieve besmetting voorkomen door de overkant van de straat op te zoeken als gekende klaagsters en zagers in beeld komen, is een gewettigd maneuver, gezond voor geest en lichaam. En dit zowel voor onszelf als voor de galspuwsters en mopperaars, die we daardoor een portie zelfvergiftiging besparen.

bos

De opzoekkant van het verhaal noemt Rick Hanson ‘taking in the good’ of ‘het goede binnenhalen’. Hij beschrijft hiervoor een proces van vier stappen, die hij samenvat in het letterwoord HEAL of genezen. De H staat voor ‘heb een positieve ervaring en haal ze op de voorgrond’. De E gaat voor ‘enrich’ of verrijk deze gewaarwording door ze een tijdje vast te houden en ervan te genieten. Absorbeer ze vervolgens door ze helemaal tot je te laten doordringen. Maak er een intense beleving van, en niet enkel een denkoefening. De L ten slotte staat voor het leggen van een hersenverbinding van het positieve naar het negatieve, waardoor de ervaring zich installeert in je brein en waarvoor hij verschillende methodes beschrijft.

Zullen we ons meteen maar wagen aan een leven zonder gezonde-botten-klagen, in plaats van enkel gedurende die 30 dagen?

* https://www.30dagenzonderklagen.be/ en via Facebook.
** Rick Hanson, Geheugen voor geluk. Neem het goede in je op voor een beter leven, 2014.

 

majo van ryckeghem
januari ‘18

Niet jong geleerd is simpelweg niet oud gedaan

Tags

, , , ,

Uit een kindermond: ‘In de herfst is er sinterklaas, in de winter de kerstman, in de lente de paasklok, maar in de zomer zijn er geen kadootjes. Gelukkig ben ik dan jarig.’

Verjaardagsscène: Matthew, 3 jaar, zit voor een berg pakjes, met veel liefde gekocht en gestapeld door de bijna ontelbare nieuw-samengestelde ouders en grootouders. De derde doos die uit het geschenkpapier tevoorschijn komt, betovert hem helemaal. Verwarring slaat toe. Binnenin hem woedt een strijd tussen gehoorzamen aan de volwassen stemmen die hem aanmoedigen om de andere kadootjes te openen en zijn eigen borrelend verlangen zich in het spel te smijten. Vertwijfeling alom. Eindresultaat, een wenend kind en beschaamd-teleurgestelde volwassenen.

De grote Chinese filosoof Lao Tse schreef het al in de 6e eeuw voor Christus: ‘Er is geen groter onheil dan niet weten van genoeg.’ In de meer proletarische versie van de jaren ’60 verwoord door toenmalig premier Paul Vanden Boeynants klinkt het: ‘Trop is te veel en te veel is trop’. In onze tijd zingt Admiral Freebee het uit in Too much of everything. *

In The soul of money beschrijft Lynne Twist de gevolgen van ‘De op winstgerichte commerciële en culturele boodschappen, die suggereren dat we met geld geluk kunnen kopen. We gaan deze slogans geloven en beginnen buiten onszelf te kijken om vervuld te zijn. (…) We laten onze ziel in de steek en groeien steeds verder weg van onze kernwaarden en onze hoogste engagementen.’ Wanneer we hier bij stilstaan kunnen we op een dieper niveau het besef vinden dat over-consumeren niet bijdraagt tot meer blijheid, geluk en dankbaarheid.

kind-zeepbel-1170x300

In Discipline. Overleven in overvloed stelt Marli Huijer dat zelfcontrole, zich leren beheersen in overvloed, een van de big five persoonlijkheidskenmerken is om het ver te schoppen in het leven. Ze concludeert: ‘Niet jong geleerd is simpelweg niet oud gedaan. Het is dus aan ons, volwassenen, om rolmodel te zijn voor onze kinderen en kleinkinderen.’

Rolmodel zijn. Opvoeden. Wanneer doen we het goed!?

Marieke Henselmans, omschreven als dé experte op het gebied van vrolijk besparen, is intens bezig met het thema consuminderen en meer bepaald met wat we onze kinderen op dat vlak kunnen meegeven.** Ze legt in haar lezingen aan ouders de vraag voor of ze het idee hebben dat ze genoeg doen, zowel op materieel als op niet-materieel vlak, dat laatste onder de vorm van tijd, aandacht, liefde, geduld. Uit de antwoorden blijkt dat een gevoel van tekortschieten permanent op de loer ligt.

Zeker in een scheidingssituatie is een diep schuldgevoel over het verdriet dat daardoor in het leven van kinderen is gekomen permanent op de achtergrond aanwezig. De verleiding is groot om te proberen dit gevoel met materie te compenseren. Bij mensen in armoede kan dit leiden tot een constant gevecht met het beschikbare budget, bij wie beschikt over voldoende middelen tot een schier eindeloze materiële verwennerij.

Die vage gevoelens van onbehagen en schuldig zijn onder de loep nemen is de eerste opdracht. Zijn ze terecht? Misschien ontdek je dat je kinderen over voldoende speelgoed, boeken en andere spullen beschikken, maar dat je eigenlijk tekortschiet in aandacht en geduld. Hoe kan je daar iets aan veranderen? Als je minder spullen koopt, moet je misschien minder werken en heb je meer tijd voor de kinderen. Praat met de kinderen als je je schuldig voelt over de scheiding. Je kunt je spijt uitdrukken en vragen of ze je iets kwalijk nemen. Misschien valt het antwoord best mee.

‘Als je na al je gepieker concludeert dat je het zo slecht nog niet doet, afgezien van enkele onvermijdelijke uitglijders, leg dat dan vast voor jezelf. Schrijf het op en lees het als de koopdrift weer toeslaat. Bestempel een leuke foto tot symbool van het feit dat jullie het fijn hebben met elkaar. Komen er dure wensen op: werp een blik op de foto. We hebben het goed, ook zonder nieuwe broek of wereldreis’, is een concreet bruikbare suggestie te lezen bij Marieke Henselmans.

samen spelen

En dan zijn er nog de oma’s en opa’s, die soms wel in een wedloop met elkaar verwikkeld lijken voor de bovenste plek op het erepodium van de beste grootouder. Wat zijn onze motieven? Vrezen we dat we de kleinkinderen zullen teleurstellen wanneer we niet meedoen aan het opbod? Je kan de ontgoocheling lezen in ‘Eén kadootje maar, oma?’. Veel enthousiasme is verder niet te verwachten over je keuze voor St Niklaas of Kerstmis. Misschien ook niet over het feit dat je pakjes voorziet voor minder bevoorrechte kindjes. Dat voor jou een boswandeling, speeltuinuurtjes samen of een gezelschapsspel een even waardevol geschenk zijn, is mogelijk niet vanzelfsprekend. Maar hopelijk leren kleinkinderen hieruit dat het anders kan en durf je steeds meer de ‘zuinige of gierige’ oma of opa zijn.

* http://songteksten.net/lyric/1995/98658/admiral-freebee/too-much-of-everything.html
** Haar ervaringen pende Marieke Henselmans neer in Consuminderen met kinderen. Wat geef je ze mee?, 2014

 

majo van ryckeghem
januari 2018

Een kapotte ruit nodigt uit

Tags

, ,

‘Het vuil van een ander oprapen, daar moet ge toch goed zot voor zijn. Mij niet gezien.’ Ik ben dus goed zot, en gezien. Of niet? Zijn er misschien redenen om gewapend met een grijper als zwerfvuilvrijwilligster mijn omgeving onveilig te maken? Of is veilig hier de gepaste term?

Enkele jaren geleden kwam ik op het spoor van de Broken windows theory of de Theorie van de kapotte ruiten.* Deze criminologische theorie van de jaren ’80, ontwikkeld door George Kelling en zijn team, demonstreert de kracht van de context zoals dat in het jargon heet. Met andere woorden, omdat wij mensen in wezen sociaal zijn laten we ons gedrag onbewust beïnvloeden door omgevingsfactoren.

Gebroken ruiten dagen uit om er nog een paar te molesteren. Straten en pleintjes met her en der verspreid vuil kunnen een uitnodiging zijn om nog meer rommel achter te laten. De criminologen verwoordden het zo: vieze buurten en kapotte ramen zijn fysieke bewijzen van klein crimineel gedrag. Ze creëren een gevoel van onveiligheid en leiden naar meer misdrijven, klein én groot. Uit het oorspronkelijke onderzoek kwam volgend advies om de misdaad in het algemeen te bestrijden: ‘Hang geen camera’s op, maar veeg de straat schoon en repareer de kapotte ramen.’

Recent onderzoek vindt geen voldoende bewijs dat deze conclusie ook voor de grote criminaliteit opgaat, maar voor het thema zwerfvuil en vandalisme blijft ze interessant. Meer actuele experimenten, onder andere die door omgevingspsycholoog Kees Keizer van de Universiteit van Groningen, tonen aan dat de invloed van de omgeving op de morele kwaliteit van onze handelingen indrukwekkend groot is. Orde en respect is voor de meeste mensen minstens zo besmettelijk als chaos en geweld.

Proef zelf hoe het aanvoelt wanneer je op je trein of metro wacht in een verloederd en met allesbehalve kunstzinnige graffiti besmeurd station. Een sfeer van onveiligheid en wetteloosheid is dwingender aanwezig dan wanneer de omgeving er proper bij ligt. Een je-m’en-foutisme of onverschilligheid steekt onder groezelige omstandigheden gemakkelijker de kop op en kan je eigen gedrag negatief beïnvloeden.

Ik doe mijn eerste ronde als zwerfvuilvrijwilligster in het gezelschap van mijn overtuigde kleindochter, die met een verwoed rondspeurende blik geen enkele sigarettenpeuk, verpletterd papiertje of stukje plastiek over het hoofd ziet. Opgeruimd komen we thuis. Op de plek waar we de meeste rommel bij elkaar vonden, ligt pas veertien dagen later weer een blikje te blinken. Uiteraard zijn kille herfst- en winterdagen niet zo uitnodigend voor een frisse drink, maar toch.

Het onderzoek van Kees Keizer levert een interessante tip op voor dergelijk opruimwerk. Het schoonmaken van straten gebeurt namelijk beter overdag dan in de ochtenduren. Als niemand de inzet voor een propere buurt ziet, gaat een deel van het Broken windows-effect verloren. ‘Goed gedrag moet goed zichtbaar zijn’, stelt hij. Woorden wekken, voorbeelden trekken dus. Gemeenschapszin, samen zorgen voor een mooie omgeving, werkt.

Een boeddhistisch geïnspireerde vriendin wijst mij met recht en rede op een aandachtspunt. Naast een zoekend oog voor zwerfvuil, is het blijven zien van al het moois in onze buurt een essentiële aanvulling.

In zijn roman Leeftocht. Veertig jaar onderweg schrijft Adriaan Van Dis over de Jardin de Luxembourg in Parijs: ‘Wie dagelijks duizenden mensen wil ontvangen, moet wel een strenge gastheer zijn. En het vreemde is, iedereen houdt zich aan de regels omdat men lijkt in te zien dat een goed onderhouden park troost en geluk aan allen biedt.’

Zwerfafval

* Bron: Rutger Bregman, Met de kennis van toen. Actuele problemen in het licht van de geschiedenis, 2012.

 
majo van ryckeghem
december 2017

 

 

Karolientjes en ijsbergjes

Tags

, , , , ,

Geen idee of jij de figuurlijke vreugdesprongetjes kent bij een onverwachte ontmoeting met een hilarisch of verbazingwekkend weetje of achtergrondverhaal. Voor de fans van deze maatschappelijk onbetekenende, futiele kennis presenteer ik graag een keuze uit mijn met ontdekkingslust* bijeengesprokkelde feitjes.

Weet je hoe onze telefoon-hallo ontstaan is? Tivadar Puskas was een Hongaarse uitvinder in de telefonie en medewerker van Thomas Edison. Volgens de legende zou hij, toen hij in 1877 voor het eerst de hoorn opnam, ‘Hallom!’ hebben geroepen. Dat is Magyaars of Hongaars voor ‘Ik hoor je!’. Deze uitroep is nadien verbasterd tot ‘Hallo!’ dat in veel verschillende talen voorkomt.

1e Stethoscoop van René Laënnec

Op dit plaatje is de eerste stethoscoop te zien. Hij werd een 200 jaar geleden uitgevonden door de Franse arts René Laënnec. Tot die tijd beluisterden dokters de hartslag door het oor tegen de borst te houden. Volgens de overlevering vond hij het niet netjes om zijn oor tegen de vooral vrouwelijke boezem te leggen.

En waarom piraten een ooglapje dragen? In het scheepsruim was er geen kunstlicht. Ogen moeten wennen aan de duisternis en dus waren piraten wanneer ze een schip overmeesterden in het nadeel tegenover de scheepslui op de boot. Het ooglapje deed het oog vooraf wennen aan het donker en bij het enteren trokken ze het doekje weg en konden ze meteen beter zien.

‘Habet!’ of ‘Hij heeft!’ gevolgd door ‘Deo Gratias!’ of ‘God zij geloofd!’. Zijn deze gevleugelde woorden je bekend? Hier schuilt een wat langer verhaal achter, al of niet naar waarheid. We schrijven de 9e eeuw. Om zich vrij te kunnen bewegen in de wereld vermommen veel vrouwen zich als man. Ene Johanna bekleedt twee jaar zeven maanden en vier dagen het ambt van paus door zich als man voor te doen. Volgens de legende is hij, zij dus, een goede en verstandige vertegenwoordigster van God op aarde. Wie zou daar aan twijfelen?

In deze pre-anticonceptietijd raakt ze zwanger van een bevriende monnik. Foei! Het noodlot slaat toe in de vorm van een vroegtijdige bevalling op het moment dat ze processiegewijs in vol pauselijk ornaat door de stad trekt. De verbijstering en woede is enorm. Aan de staart van een paard gebonden worden en vervolgens gestenigd is de fatale prijs die ze betaalt voor haar vermetele daad.

Als gevolg van dit vrouwelijk bedrog bestond tot in de 16e eeuw een vreemd ritueel bij de pausverkiezing. Via een doorkijkstoel, waarvan ik je de afbeelding bespaar, kreeg een jonge prelaat de opdracht om van onder de zitting de genitaliën van de nieuwe paus te betasten. Om vervolgens ‘Habet!’ of volgens een andere versie ‘Duos habet et bene pendentes’ te schreeuwen, wat betekent: ‘Er zijn er twee en ze hangen er goed’. Waarop alle kardinalen opgelucht een ‘Deo Gracias’ naar de hemel stuurden.

In Het absurde idee je nooit meer te zien ** besluit Rosa Montero: ‘Of de legende van pausin Johanna waar was of niet, maakt niet uit. Het gaat om de ongelooflijk symbolische kracht ervan en hoe goed het de angst van de mannelijke wereld weergeeft voor de maatschappelijke vooruitgang van de vrouw. Daarnaast deed het dienst als een didactische parabel waarmee duidelijk werd gemaakt dat vrouwen die de Plaats Van De Man probeerden in te nemen op een vreselijke manier werden gestraft.’

Waar komt de titel van dit wetenschaapje vandaan? De betekenis schetsen van deze voor mij verrassende ontdekking van de benamingen ‘karolientjes’ en ‘ijsbergjes’ kan niet beter gebeuren dan in deze periode van Sinterklaas. De koekjes, die ik onder de naam nic-nac’jes, piknikken of letterkoekjes ken en die mijn kleinkinderen omakoekjes noemen, blijken ook karolientjes te heten.

Karolientjes

Volgens Wikipedia zijn ze in Vlaanderen bekend onder de volgende benamingen: ‘nic-nac’jes’ (in het Antwerpse dialect, afgeleid van een bepaald merk: Nic Nac), ‘piknikken’ (in het West-Vlaamse dialect), ‘karolientjes’ (in het Oost-Vlaamse dialect), en elders ook ‘ABC-koekjes’ of ‘ABC-letterkoekjes’. In het Waasland wordt gesproken over ‘mokskes’. In de Kempen spreekt men dan weer van ‘mopkes’.

Een andere soort verwante koekjes leidden voor mij tot voor kort een naamloos bestaan als koekje-met-een-mopje-suiker-op. Nu weet ik dat ze ijsbergjes heten. De koude naam voor deze kleurige knabbels komt voort, vermoed ik, uit hun omschrijving als ‘ronde koekjes met bevroren suiker erop’.

Ijsbergjes

* Term gemunt door Fritzi ten Harmsen van der Beek, Nederlandse dichteres en tekenares, https://nl.wikipedia.org/wiki/Fritzi_Harmsen_van_Beek
** Zie ook wetenschaapje ‘Er is een steen geboren’, oktober 2017.

 

majo van ryckeghem
december 2017

Oh wat zijn we bijzonder!

Tags

,

Ginkgo biloba

We plantten een baby ginkgo biloba autumn gold in ons voortuintje. Zijn pracht ontdekten en bewonderden we in het Arboretum van Wespelaar *. Een mannelijke schoonheid inderdaad. Gewaarschuwd als we waren voor een vrouwelijk exemplaar dat, alhoewel even verleidelijk als een mannetje, in het najaar niet te genieten is. Haar vruchten verspreiden dan een doordringende onappetijtelijke geur. Hondenkakachtig lichtte een vriendin toe die er eentje in haar buurt heeft staan. Ook liefde voor vrouwen kent haar grenzen.

Een ginkgo biloba is een boom met een fascinerende geschiedenis. De soort bestond al in de tijd van de dinosaurussen en draagt daarom de bijnaam levend fossiel. Ze trotseerden als enige variëteit uiteenlopende levensbedreigende gebeurtenissen. Zeven exemplaren overleefden zelfs de atoombom op Hiroshima. Duizendjarige ginkgo’s vertonen amper verouderingsverschijnselen en de traditionele Chinese geneeskunde maakt al eeuwen gebruik van hun geneeskrachtige eigenschappen. In het Westen kennen we voornamelijk de ondersteuning van het geheugen als toepassing.

Rond de tijd dat we de ginkgo planten lees ik: ‘In een of twee generaties ben je vergeten’. Als een natte dweil kletst die zin mij in het gezicht. Pets! Het contrast met de ginkgo’s kan niet groter. Er over doordenken en –voelen leidt naar een niet te ontlopen waarheid. Voor de vergetelheid zich voltrekt, kan er voor sommigen nog een derde generatie bijkomen, maar ook daarna is het voor hen over en uit. Het besef van deze realiteit confronteert ons nijpend met onze vergankelijkheid en ze levert een indringende les in bescheidenheid af. Wie ben ik … maar? Pets!

Piero Ferrucci schrijft in Vriendelijkheid. Als levenshouding en helende kracht – een pittig inspiratieboek in mijn leven – : ‘Het inzicht dat we niet zo belangrijk zijn als we dachten is wellicht pijnlijk, maar tegelijkertijd bevrijdend. De Amerikaanse president Theodore Roosevelt had de gewoonte om ’s nachts naar buiten te gaan en naar de sterren te kijken. Zo herinnerde hij zichzelf aan de onmetelijkheid van het universum. Aan het hoofd staan van een machtige natie gaf hem een heel ander gevoel wanneer hij het in de context van het sterrenstelsel plaatste.’

De auteur heeft het, naast de schrijnende kant van onze onbelangrijkheid, ook over het bevrijdend aspect ervan. ‘Onze impliciete en irrationele overtuiging dat we anders en speciaal zijn is een overblijfsel uit onze kindertijd die maakt dat we ons gedragen alsof we niet onderhevig zijn aan de algemeen geldende wetten en regels. Nederigheid betekent de dood van deze geheime innerlijke overtuiging.’

Het besef dat we niet het middelpunt van het universum zijn, brengt ons een behoorlijke stap dichter bij een ander basiselement van onze menselijke omgang met anderen, namelijk vriendelijkheid. Het bewustzijn dat we zowel even gewoon als even bijzonder zijn als iedereen noemt de schrijver een essentiële voorwaarde voor vriendelijkheid. ‘Hoe kunnen we ooit vriendelijk zijn als we diep vanbinnen denken dat wij speciaal zijn, dat we niet onderhevig zijn aan de wetten waar alle anderen aan moeten gehoorzamen?’.

Om dit inzicht, dat er andere mensen op de wereld zijn met gelijkaardige behoeften als wij zelf, op kleine en grote schaal om te zetten in daden kunnen we ons beroepen op de universele gouden regel: ‘Behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden’. **

Niet dat Winston Churchill in zijn kleine daden zo voorbeeldig was, maar om zijn grote bijdrage in onze bevrijding van het fascisme citeer ik hem hier graag: ‘We zijn allemaal wormen. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik een glimworm ben’. ***

* http://www.arboretumwespelaar.be/
** Zie ook wetenschaapje ‘De universele gouden regel’, 23 maart 2016.
*** Bron: Stiff upper lips. Waarom de Engelsen zo Engels zijn. Flip Feyten & Harry De Paepe.

 

majo van ryckeghem
november 2017