Een ongezochte vondst

Tags

, , , ,

Gezellig op mijn eentje in de trein. Veel medereizig/st/ers kondigen zich niet aan. Zalige rust. Ik lees een interview met Lais Bodanzky, regisseuse van de net gelanceerde film Just like your parents, en stuit op een voor mij onbekende meetlat, de bechdeltest. Deze toets beoordeelt het aantal vrouwelijke personages in een film, hun plaats en interacties. De regisseuse zegt: ‘Die bechdeltest is bijna een provocatie en toont via objectieve informatie hoezeer onze maatschappij de vrouw als bijkomstig, als toeschouwster ziet’. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Hier wil ik meer over weten. Een nieuw wetenschaapje lonkt.

Op een schoteltje krijg ik vervolgens, via een ander krantenartikel, een futuristische versie van dit fenomeen gepresenteerd: ‘Mannen schrijven vaker over mannen. In het ene genre al wat meer dan in het andere: de grap is dat aliens die hun kennis van de aarde op Hollywoodfilms baseren, nogal zullen schrikken als ze zien dat meer dan 5% van de wereldbevolking vrouw is.’

De bechdeltest kreeg haar naam van Alison Bechdel, een Amerikaanse cartooniste. In een beeldverhaal van 1985 uit de serie Dykes to watch out for voert ze de stripfiguur Mo op. Dit personage vertelt dat ze alleen naar films kijkt waarin minstens twee vrouwen voorkomen, die met elkaar praten over een ander onderwerp dan mannen. De test is een informele toets die kan gebruikt worden om fictie, of op fantasie berustende films of verhalen, te testen op seksisme. Een film slaagt voor deze proef als ze aan de criteria van Mo voldoet. Hoewel oorspronkelijk bedacht voor films, is deze meetlat ook op andere verhalende media van toepassing, zoals computerspellen, stripverhalen en boeken.

Ongeveer de helft van alle films haalt een onvoldoende, maar er zijn ook andere dan seksistische redenen die dit falen kunnen verklaren. Sommige hebben weinig vrouwelijke personages in het script omwille van het verhaal of de omgeving, zoals in de benedictijnenabdij in The name of the rose. Een verhaal kan misogyn of hatelijk zijn ten overstaan van vrouwen door de denigrerende manier waarop deze worden voorgesteld, los van hun aantal of interacties. De bechdeltest valt dus te licht uit om individuele media te beoordelen, maar een algemene trend is er wel mee te achterhalen. *

Alison Bechdel

Nieuwsgierig geworden ga ik op zoek naar de vrouw die haar naam gaf aan de bechdeltest. Ze blijkt een alive and kicking en gevierde lesbische cartooniste te zijn. Van een heerlijk voorbeeld van serendipiteit gesproken.** Meer gegoogel en gegoochel levert me de Nederlandse versie van haar bejubelde autobiografische literaire strip Fun home op. Bij haar verschijnen in 2006 door Time Magazine verkozen tot Beste Boek van het Jaar, wat een unicum voor een graphic novel blijkt te zijn.

Uit het Time Magazine-wierookvat kringelt deze lof: ‘Een veelomvattend boek met een rijk taalgebruik en een nauwgezette beeldtaal. Dit autobiografische verhaal dat kernachtig en tegelijkertijd gedetailleerd is, is zo boeiend en meeslepend dat het voelt alsof je in Bechdels wereld leeft. Het is merkbaar dat er vele jaren werk in zitten. Behalve een ode aan de literatuur, een coming out en een coming of age, is Fun Home tevens een kroniek van de jaren zeventig.’ Deze literaire strip is nog steeds te koop, ook in een Nederlandse vertaling.

Jouw nieuwsgierigheid gewekt? Maak kennis met haar stijl en inhoud op de beeldige website van Alison Bechdel: http://dykestowatchoutfor.com/.

*- http://bechdeltest.com/
Een verduidelijkend filmpje vind je op https://feministfrequency.com/video/the-bechdel-test-for-women-in-movies/
– Voor de liefhebsters/hebbers: aanvullende criteria leveren de Mako Mori test en de Sexy Lamp test https://fanlore.org/wiki/Sexy_Lamp_Test 
**- Pek van Andel & Wim Brands, Serendipiteit. De ongezochte vondst.
– ‘Stel, je bent in je ouderlijk huis op zoek naar je oude rolschaatsen of voetbalschoenen. Kelder, zolder, berging, garage, alle mogelijke stockplaatsen, meestal veel te veel. In de plaats van wat je zoekt vind je toch wel de liefdesbrieven van de oudertjes zeker. Of je dat nu een aangename vondst vindt of niet, je hebt hier te maken met een huiselijke vorm van serendipiteit. Een woord waarmee ik nog altijd moeite heb om het uit te spreken, door de Amerikaanse onderzoeker Julius Comroe beeldend omschreven als ‘het zoeken naar een speld in een hooiberg, en eruit rollen met een boerenmeid’. Of droger en wetenschappelijker geformuleerd, serendipiteit betekent iets ontdekken of uitvinden waar je niet naar op zoek was. Op die manier bijvoorbeeld kwam Alexander Fleming achter de bacteriedodende werking van penicilline.’
(Uit wetenschaapje Eindejaarskadootje, december 2015)


majo van ryckeghem
september 2017

Advertenties

Ook wit is een kleur

Tags

, ,

Ben jij ook van de generatie die het zilverpapier van de chocoladereep, die we met veel smaak opaten, spaarde voor de arme negertjes? Vroeg jij je ook af of die kindjes ginder ver weg in Afrika dan geen chocolade lustten? Misschien was het daar te warm en smolt die lekkernij onmiddellijk door de zon, bedachten we als mogelijke verklaring. Stak jij ook af en toe een centje in de spaarpot met een dankbaar knikkend zwart kopje, die menig winkeltoog sierde? Vervlogen tijden. Oh ja? Zijn die tijden wel zo vervlogen?

In de documentaire Wit is ook een kleur *, in 2016 gerealiseerd door Sunny Bergman, is er een passage waarin 4 à 5-jarige kindjes met uiteenlopende huidskleur voor een zwarte en een witte pop zitten. Ze krijgen vragen als: ‘Wie is volgens jou de mooiste en de slimste?’ ‘Wie is de baas?’. Ook bij een rij getekende figuurtjes, gerangschikt van wit naar diep gekleurd, komen dezelfde vragen.

Een meerderheid van de kinderen, ook de gekleurde, wijzen de witte pop en de bleke figuurtjes aan als de mooiste, braafste en slimste. Een zwart jongetje zegt zelfs: ‘Wit is de echte huidskleur.’ Deze jonge kinderen hebben geen weet van zilverpapier sparen voor arme negertjes, maar spiegelen toch het onderhuids racisme van de wereld waarin ze opgroeien. Een groot deel van de ouders is geschokt bij het zien van de reacties van hun kinderen.

Van waar dat neerkijken op mensen met donkere tinten, van waar die ingebakken witte superioriteit? Gloria Wekker schrijft in White Innocence **: ‘Geloven jullie nu echt dat vier eeuwen kolonialisme en slavernij geen sporen heeft nagelaten in ons denken, in onze gevoelens, in hoe we naar onszelf en de ander kijken?’. We pakken graag uit met onze joods-christelijke beschaving en vergeten dat deze ook slavernij, kolonialisme en de holocaust heeft voorgebracht. Onze witte blik is gekleurd. Dit ontkennen betekent opnieuw onze verantwoordelijkheid ontlopen.

Gloria Wekker Witte onschuld

Iemand voor wie de rode loper uitgerold is, heeft meestal geen besef van de eigen privileges. Aan het begin van haar documentaire spreekt Sunny Bergman enkele witte Nederlanders aan op hun witheid en graad van integratie. Een rare vraag vinden de meesten, die reacties van ongemak, onbegrip, zich aangevallen voelen en zelfs woede oproept. Dominante groepen houden er niet van om bekritiseerd te worden of tot onderzoeksobject gemaakt. Uit ons koloniaal verleden nemen we een superieure en paternalistische houding mee, waardoor we ongevoeliger zijn voor de situatie van gekleurde anderen. We gaan ervan uit dat onze witte ervaring universeel is.

Een paar voorbeelden van gekleurde mensen in deze film illustreren het verschil in beleving treffend. Een witte vrouw stapt met alle gemak een bordje ‘Verboden doorgang’ voorbij. Een onbekommerde vrijheid die haar gekleurde vriendin zich niet durft te veroorloven. Blauw op straat betekent voor witte mensen veiligheid, terwijl een gekleurde man getuigt dat hij door die verhoogde aanwezigheid van politiemensen meer gefouilleerd wordt, zich dus meer gecriminaliseerd en juist onveiliger voelt.

Een van de gevolgen van die koloniale erfenis is wat de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Adichie noemt The danger of a single story of Het gevaar van één enkel verhaal. In een doordringende ted talk *** legt ze met aansprekende voorbeelden uit hoe dit mechanisme werkt. Over dominante groepen gaan veel verhalen. Denken we maar aan alle Westerse histories en mythes die de wereld via televisie en internet overspoelen.

Niet-dominante groepen moeten het met single stories stellen: Afrikaanse mensen zijn enkel arm, lijden honger en zijn dus meelijwekkend, homo’s zijn enkel op zoek naar seksuele lust, vluchtelingen enkel uit op onze welvaart, werklozen enkel gericht op profiteren van de sociale zekerheid, moslims enkel van plan de hele wereld te islamiseren. Een single story neemt de waardigheid en uniekheid van mensen af en legt de nadruk op verschillen.
Het enkel verhaal schept afstand, verdeelt en heerst.

 

* https://www.vpro.nl/lees/columns/sunny-bergman/wit-is-ook-een-kleur
** citaat uit Anja Meulenbelt, Feminisme. Terug van nooit weggeweest en Het verschil. Zeventien actuele kwesties bekeken vanuit het feminisme.
In het najaar 2017 verschijnt Witte onschuld. Paradoxen van kolonialisme en ras van Gloria Wekker.
***https://www.ted.com/talks/chimamanda_adichie_the_danger_of_a_single_story/transcript (Nederlandse ondertiteling is aan te vinken)

 

majo van ryckeghem
augustus 2017

 

 

 

 

Malta, ten points

Tags

, ,

Rainbowindex 2017

Jaarlijks publiceert de Europese holebi- en transgenderorganisatie ILGA-Europe een Rainbowindex *, die alle Europese landen rangschikt naar hun holebi- en transgender-vriendelijkheid in hun wetgeving en beleid.

Op de ranking van mei van dit jaar neemt België de vierde plaats in. In 2016 stond ons land tweede na Malta, dat nu terug de hoofdprijs wint. Dat de nieuwe Transwet ** nog niet gestemd was op het moment van deze registratie is een van de redenen van onze lagere positie.

Ook het feit dat een nieuw interfederaal actieplan tegen holebi- en transfobie op zich laat wachten heeft de rangschikking van België op de Rainbowindex negatief beïnvloed.

Daarnaast is het niet verankeren van de antidiscriminatiewetgeving in de grondwet, waar ons land achterloopt op sommige Europese landen, een ander bepalend minpunt.

Deze enkele bedenkingen mogen niet in de weg staan van dankwoorden aan allen die zich de voorbije decennia hebben ingezet voor de vele wetten die de levenskwaliteit van holebi’s en transgenders verbeteren, en België toch maar mooi op de vierde plaats van deze index doen belanden.

Rainbowindex 2017.png Grafiek

Nu is het aan ieder van ons om onze steen bij te dragen tot de noodzakelijke mentaliteitsverandering om deze wetten van droge letters naar een gelijkwaardige benadering van mensenlevens om te zetten .

* https://rainbow-europe.org/country-ranking
** https://cavaria.be/nieuws/nieuwe-transwet-kan-belgie-koploper-maken-in-europa

majo van ryckeghem
augustus 2017

 

 

Op stap met tante betje en marcelleke

Tags

, , ,

Wetenschaapjes 1 is uit *. De hoofdmoot van mijn secretariaatswerk om mijn papieren schapen in de wei van hun fans los te laten zit erop. Tijd om terug aan de schrijfslag te gaan en zin in weer eens een lichtvoetig taalschaap.

Tijdens het persklaar maken van mijn bundel jaag ik nog eens de spellingscontrole door mijn kudde. Blijkt dat ik de tantebetjeregel overtreden heb. Grappige term die flitsen herinneringen oproept aan mijn tante Betje, een zus van mijn moeder en mijn doopmeter. Aan de basis van de naam van deze stijlfout ligt de taalpurist Charivarius. In zijn taaladviesboek van 1940 Is dat goed Nederlands? uit hij zijn ergernis over deze taalfout die hij steevast tegenkomt in de brieven van zijn tante Betje.

Na het feest komt de afwas. Deze intro laat zich prettig en gemakkelijk schrijven, dat wel. Maar nu komt de kat op de koord. Aan mij om deze stijlfout uitgelegd te krijgen. Daar gaan we. Eerst wat jargon spuien, gevolgd door een paar verhelderende voorbeelden. De tantebetjeconstructie ontstaat als twee hoofdzinnen aan elkaar gekoppeld zijn met ‘en’, ‘want’ of ‘maar’ en in de tweede zin onderwerp en werkwoord ten onrechte omgedraaid zijn. Het eerste type tantebetjes gaat als volgt: ‘We gaan straks naar de speeltuin en komen we pas na het avondeten thuis.’ Weinig gevaar voor deze stijlfout, want we voelen meteen dat deze constructie tegenwringt.

De tweede categorie vinden we in: ‘Met genoegen laat ik u weten dat u verkozen bent tot prijsbeest van het jaar, en hoop ik dat u uw prijs zelf in ontvangst komt nemen’. Grammaticaal klopt de tweede zin, maar de betekenis is onjuist. Ze suggereert dat de ik-persoon met genoegen hoopt op de aanwezigheid van de gevierde op de prijsuitreiking. Correct is: ‘Met genoegen laat ik u weten dat u verkozen bent tot prijsbeest van het jaar, en ik hoop dat u uw prijs zelf in ontvangst komt nemen’. Ik vermoed dat Charivarius in zijn tantes brieven vooral last had van dit soort tantebetjes, want het derde type is even duidelijk fout als de eerste categorie. **

Tante Betje brengt ons bij de volgende – in Nederland dan – beroemde tante, namelijk tante Agaath. De tanteagaathregeling is volgens het boek Binnenhof-bargoens van Emile Bode en Menzo Willems een vondst van PvdA-politicus Rick van der Ploeg. De constructie zou genoemd zijn naar zijn Engelse tante Agatha, die zijn ‘suikertante’ was. Deze regeling maakt het fiscaal aantrekkelijk om geld te steken in startende ondernemingen.

Mijn nieuwsgierigheid naar nog meer op eigennamen gebaseerde regels en voorwerpen is gewekt. Mijn zoektocht levert er nog wat leuke op. Wat te denken van het marcelleke? Ter lering ende vermeack van de Nederlandse medemens, voor wie dit kledingstuk eerder onder het droge singlet dan onder zijn sympathieke naam bekend is: het is een mouwloos, aan de hals uitgesneden onderhemdje, in warme en festivalachtige omstandigheden ook gedragen als T-shirt. Volgens de legende zou het marcelleke zijn naam te danken hebben aan de bokser Marcel Cerdan. Meer waarschijnlijk is dat de naam in de 19de eeuw ontstaan is toen de Etablissements Marcel het kledingstuk in serie fabriceerden.

Ik lees de net verschenen, aangrijpende autobiografie Je ziet mij nooit meer terug van Sonja Barend en kom uit bij de volgende passage: ‘De hoofdverpleegster zei: ‘Je hebt een heel goede dokter, maar dokters kunnen geen wonden verbinden. Als-ie straks weg is, doe ik het opnieuw en dan zit het lekkerder voor je en zie je er meteen een stuk beter uit. Ik geef je een jantje, dat is prettig. Weet je niet wat een jantje is? Dat is een klein kussentje om tegen je wond te houden. Als je eenmaal met zo’n kussentje slaapt, kun je er niet meer buiten.’

In hetzelfde boek ontdek ik tot mijn aangename verrassing dat een voor mij tot nu toe naamloos maar mijn hele leven lang al zeer nuttig voorwerpje toch een naam heeft: een willemientje, ook gekend onder thread needle of draaddoorsteker.

wielemientje, draaddoorsteker, threader

Sonja Barend vond het in het naaimandje van haar net overleden moeder en ze beschrijft het als: ‘het metalen dingetje waarmee je zo handig een draad door het kleine gaatje van de naald kunt halen’.

Al dat gelees en geschrijf rond stijl- en andere taalfouten maakt mij wat onzeker over hoe ik het ervan afbreng zonder een gedegen opleiding tot germaniste. Anderzijds vind ik het heel prettig om mijn eigen woorden te scheppen en het geslacht of genus van begrippen volgens mijn aanvoelen toe te passen. In verband met dit laatste ontdek ik in het boek Hoe bereidt je een paard? & andere onuitroeibare taalfouten van Friederike de Raat dat ik lijd aan de haarziekte. Volgens deze schrijfster grijpen mensen die het spoor bijster zijn betreffende mannelijke en vrouwelijke woorden ten onrechte nogal eens naar ‘haar’.

Ik doe dat ook, maar niet ten onrechte. Vanuit esthetisme, feminisme en lui-isme doorsta ik regelmatig met genoegen en overtuiging een aanval van de haarziekte. Zo heb ik in bovenstaande tekst de term ‘de zin’ vanuit deze drie –ismen vrouwelijk gemaakt, terwijl ‘haar’ geslacht volgens de regels van de spellingskunst mannelijk is. ‘De zin, ze suggereert…’ klinkt mooier, is esthetischer vind ik, maar dat is discutabel natuurlijk. Verder hoef ik onder invloed van deze kwaal het genus van het woord niet op te zoeken. En, last but not least, lever ik een piepkleine bijdrage aan het meer zichtbaar maken van het vrouwelijke in de taal.

* Wetenschaapjes 1, een bundeling van mijn eerste 26 wetenschaapjes is voor € 10 te koop. Interesse? Laat het me weten via wetenschaapjes@gmail.com
** Voor meer uitleg: https://onzetaal.nl/taaladvies/tante-betje

 

majo van ryckeghem
juli 2017

 

 

Wees zelf de verandering die je in de wereld wilt zien (Ghandi)

Tags

, , , , ,

Tien jaar geleden kwamen de boeken en ideeën van Ervin Laszlo, Hongaars wetenschapsfilosoof, op mijn pad. Nu klap ik zijn autobiografie Gewoonweg geniaal! dicht en denk ‘wow!’, en ‘wat moet het fantastisch zijn je talenten zo ruim in de wereld te kunnen inzetten’, vervolgens ‘zou het me lukken enkele van zijn ideeën over de bewustzijnsverschuiving die nodig is om te komen tot een rechtvaardiger wereld in een wetenschaapje te gieten?’.

Ik aarzel… en dan poppen volgende zinnen uit zijn autobiografie op: ‘Bloggen op het internet is niet iets om lichtvaardig van de hand te wijzen: het is een prima manier om steeds meer mensen te bereiken. Veel grotere getallen dan via boeken of zelfs e-books, maar het contact is vluchtiger. Een oud blog is nieuws van gisteren en zelden interessant. Het kan echter toch van duurzaam belang zijn, dacht ik, als het blog het juiste thema behandelt, en op de juiste website.’

smileyEn ik spring.

In 1968 richten Europese wetenschappers de Club van Rome op om hun bezorgdheid over de toekomst van de wereld naar buiten te brengen. Ervin Laszlo sluit zich aanvankelijk aan, maar raakt gefrustreerd door het gebrek aan tastbare veranderingen. Hij ervaart de Club als te elitair, zonder politieke en economische macht, en zoekt met gelijkgestemden naar een werkbaar tegengewicht. ‘Naast de door de rationele, verbale en rechtlijnige linkerhersenhelft gedomineerde huidige leden is het daarvoor nodig de groep aan te vullen met mensen die meer vertrouwen op hun intuïtieve, holistische rechterhersenhelft, zoals kunstenaars, schrijvers, zangers en spirituele leiders’, stelt hij. ‘We moeten door zien te dringen tot de harten van de mensen en niet alleen tot het verstand van hun leiders.’

In 1996 richt hij samen met de Dalai Lama, aartsbisschop Tutu, Jane Goodall, Paolo Coelho en anderen de Club van Boedapest op. Hun Manifest voor mondiaal bewustzijn verwoordt hun doelstellingen en wegen om te komen tot een mondiale verschuiving naar een meer rechtvaardige, duurzame en vredevolle wereld. Dergelijke wereldverschuiving heeft als basis een verandering in ons bewustzijn nodig.

In een interview zegt Ervin Laszlo hierover: ‘Oude overtuigingen zijn onder andere: we zijn allemaal afzonderlijke individuen; de waarde van alles, mensen inbegrepen, kan in geld worden uitgedrukt; de natuur is onuitputtelijk; de weg naar vrede loopt via oorlog.’  Of zoals de Dalai Lama het, vrij vertaald, verwoordt: ‘Mensen zijn geschapen om van te houden. Dingen zijn gemaakt om te gebruiken. De wereld is in chaos omdat we van dingen houden en mensen gebruiken.’

Nieuwe uitgangspunten zijn onder andere: wij mensen vormen één geheel en zijn wederzijds afhankelijk van elkaar; nieuwe dingen omwille van het nieuwe leidt tot verspilling en overconsumptie en maakt in sommige gevallen het leven alleen maar ingewikkelder, stressvoller en ongezonder; het nastreven van niet-materiële waarden, zoals vrede, duurzaamheid, verbondenheid, welzijn, zijn onderdeel van een verantwoordelijke planetaire levenswijze. Denken vanuit eenheid en onze oude denkpatronen achterlaten, leggen de basis voor een andere manier van doen.

Uit de laatste evoluties in de kwantumwetenschappen blijkt dat onze hersenen in staat zijn tot een dergelijk wereld- of kwantumbewustzijn. Ons brein ontvangt niet alleen informatie via onze zintuigen, maar ook rechtstreeks vanuit de wereld om ons heen waarmee we allemaal verbonden zijn. Wijzen, profeten, sjamanen en bepaalde wetenschapsbeoefenaar/ster/s erkennen al langer het bestaan van een ‘kosmisch internet’, het Akasha- of A-veld genoemd, als bron van onze intuïtie en ons innerlijk weten.

Uit Ervin Laszlo’s autobiografie leer ik dat Thomas Edison, de uitvinder van de gloeilamp en nog veel meer, in 1911 verklaarde: ‘Mensen zeggen dat ik dingen heb gecreëerd. Ik heb nooit iets gecreëerd. Ik ontvang indrukken uit het universum zelf en werk ze uit, maar ik ben niet meer dan de beschrijfbare plaat van een opnameapparaat, of een ontvangsttoestel. Gedachten zijn in feite indrukken die we van buiten onszelf opvangen.’ Ook Albert Einstein erkende het belang van een ‘ingeving’ of van iets ‘wat hem invalt’. Voor de rationele diehards, de kwantumwetenschappen leveren ondertussen de wetenschappelijke bewijzen voor dat kosmische informatieveld waar we allemaal toegang tot hebben.*

Ervin Laszlo ziet het kwantumbewustzijn als het volgende stadium in de evolutie van de menselijke geest, dat nu al te zien is in de ontwikkeling van een solidair, op vrede gericht en duurzaam gedachtengoed. ‘Het mondiale bewustzijn inspireert ons tot empathie met andere mensen en de natuur en doet ons onze eenheid met alles ervaren – het geeft ons de zekerheid van verbondenheid. Kwantumbewustzijn brengt ons het besef dat wij alles wat wij de natuur en andere mensen aandoen ook onszelf aandoen.’ Een stelling die grote religies en wereldvisies al eeuwenlang verwoorden in de ‘Universele gouden regel’. **

Ervin Laszlo noemt zichzelf een possibilist, wat hij omschrijft als een activist die zegt: ‘We hebben een kans en het ergste wat je kan doen is niets … Geïnformeerd activisme is de hoogste deugd van onze tijd. Het vertegenwoordigt de beste hoop dat het mogelijk is om zelf invloed te hebben op onze lotsbestemming en de wereld te creëren waarin we kunnen leven en die wij met een gerust geweten kunnen nalaten aan onze kinderen.’

* Zie http://ervinlaszlo.com; http://www.laszloinstitute.com/
** Zie ook wetenschaapje ‘De universele gouden regel’, maart 2016.

majo van ryckeghem
juni 2017

 

Op zoek naar mijn hokjes… Een illustratie

Tags

, ,

In mijn vorig wetenschaapje ging ik op zoek naar mijn hokjes … en kwam ik uit bij caleidoscopisch kijken of denken, ook intersectioneel of kruispuntdenken genoemd.

Caleidoscoop

Anja Meulenbelt en Rachida Aziz geven ons, in hun interview in dS Weekblad van 17 juni 2017, een sprekende illustratie van kruispuntdenken.

Interviewster Ann-Sofie Dekeyser: ‘Jullie gaan allebei prat op intersectioneel feminisme. Wat is dat?’

Anja Meulenbelt: ‘Het betekent dat je altijd rekening moet houden met minstens drie grote bronnen van ongelijkheid tegelijk: klasse, kleur en sekse. Het probleem van de vrouwenbeweging is dat het voornamelijk witte, hoogopgeleide vrouwen zijn die de prioriteiten bepalen en dat onder meer vrouwen uit de arbeidersklasse en zwarte vrouwen zeggen: je spreekt niet namens ons. Het probleem met socialisme en de antiracismebewegingen is dan weer dat zij vaak blind zijn voor genderongelijkheid.’

Rachida Aziz: ‘Ik ben een vrouw in een patriarchale samenleving, ik heb geen academische opleiding, ben de dochter van een arbeidsmigrant die als schaapherder in de bergen is opgegroeid, ik ben een persoon van kleur in een zeer vijandig klimaat, ik zie eruit als een moslima, ik ben queer, dus ik kamp ook met homofobie, ik heb een immuniteitsziekte en ik ben arm.

Ik heb Le Space in Brussel opgericht, voor alle mensen die weigeren in een hokje gestopt te worden. Transgenders kunnen ook moslim zijn. Personen met een functiebeperking kunnen ook vrouw zijn, mensen van kleur worstelen heel vaak met armoede, noem maar op. We aanvaarden elkaars meerlagige identiteiten. We bouwen een netwerk uit waarin we al die verschillende, emanciperende protestbewegingen met elkaar verbinden. Kruispunten tussen de strijden tegen discriminaties wegens gender, etnisch-culturele identiteiten, leeftijd, sociale status, geloofsovertuigingen enzovoort. En het gaat breder dan dat, we betrekken er ook de onderwijshervorming bij, het klimaat, landbouw.
Ik ben er hard van overtuigd dat de nieuwe wereld er al is. Ze heeft gewoon geen macht omdat ze geen structuur heeft. Dat is de taak voor deze en de komende generatie.’

majo van ryckeghem
juni 2017

Op zoek naar mijn hokjes…

Tags

, , , ,

Bij Federatie Werkgroepen Homofilie vertrokken, en bij LGBTI+ uitgekomen.

Wat zeg je? Dat eerste snap ik nog. Ik weet zelfs meer. De term ‘homofilie’ veranderde in de loop van de tijd regelmatig van gedaante. Homofilie werd homoseksualiteit, vervolgens holebi en daarna holebitransgender. Maar dat tweede, die letters op een rij, daar snap ik niets van. Jij breekt er zelf bijna je tong over, hoor ik. Of? Zeg dat het niet waar is. Is dat de laatste evolutie?’

Yep. Lesbisch, Gay/homo, Biseksueel, Transgender, Intersekse.

Intersekse?

Deze term is weggelegd voor mensen met zowel mannelijke als vrouwelijke lichaamskenmerken.

Ah zo. Ik durf het bijna niet vragen, omdat ik het eigenlijk niet wil weten. Het is me nu al zo’n ingewikkelde, onuitspreekbare constructie, maar waar staat die + voor?

Je blaast warm en koud, mijn beste. Wil je het weten of niet?

Ok, doe maar. Ik zal de gevolgen van mijn nieuwsgierigheid gelaten ondergaan.

LGBTI+ = LGBTQIAP.

Ben nooit goed in algebra geweest.

Dat is niet nodig. De uitbreiding gaat over Aseksueel en Panseksueel. Voor deze laatsten heeft het geslacht van iemand geen belang, wel het karakter en de persoonlijkheid.

Wow. En dat Q-ke, wat doet dat daar?

Dat Q-ke? Vreemd in dat geheel, vind ik zelf ook, zeer vreemd zelfs. Die Q staat voor Queer en is een parapluterm voor mensen die zich afzetten tegen het hokjesdenken.

In het midden van al die aparte categorieën zich afzetten tegen de hokjesgeest. Faut le faire!

Ja, maar er is meer. Ik citeer Wikipedia: ‘Progressieve queers beschouwen de homowereld als rolbevestigend en commercieel. Queers vinden bijvoorbeeld dat binnen de heersende homoseksuele opvattingen de hetero-instituten zoals het huwelijk te veel als moreel juiste standaard worden gezien. Ook verafschuwen queers bedrijven die homoseksueel gedrag niet accepteren maar zich wel in commercieel opzicht tot de ‘roze markt’ richten. Meer nog dan een parapluterm kan men ‘queer’ dus ook beschouwen als een politieke stellingname.

Interessant, maar een kat vindt in die hoofdletterwirwar haar jongen toch niet terug! En waar bevindt zich in deze overdonderde constructie aan mensenvariaties onze heteroseksuele medemens? Zo zuiver op de graat zijn ze toch ook niet dat ze maar in één hokje zijn in te passen? Wat denk je, als we de heteroseksuelen met al hun variaties er gewoon bijnemen, dan omvatten we de hele wereldbevolking. Ik ga voor LGTQIAPH!

Caleidoscoop

Op zoek naar mijn hokjes … kom ik uit bij caleidoscopisch kijken

Onze dominante manier van denken over verschil is binair of tweedelig. We benaderen de werkelijkheid vanuit een of-of-perspectief. Iemand is vrouw of man, allochtoon of autochtoon, homoseksueel of hetero. Onderhuids komt hierbij een waardeoordeel mee, de ene categorie als ‘beter’ dan de andere. De machtigste van het paar treedt vervolgens naar voor als de vanzelfsprekende norm. Als het bijvoorbeeld over kinderopvoeding gaat dan blijft, ondanks de onrustbarende cijfers over kindermisbruik, het hetero-gezin boven het lesbisch/homo-ouderschap gewaardeerd.

Binair denken belet een genuanceerde, respectvol insluitende kijk op de wriemelende mensenmassa op onze aardbol. Tegenover deze of-of-benadering staat caleidoscopisch denken, ook kruispunt – of intersectioneel denken genoemd. Deze manier van kijken gaat uit van een en-en-perspectief. Ze vindt haar oorsprong in de Verenigde Staten tijdens de eerste feministische golf. Sojourner Truth, – what’s in a name? -, een voormalige slavin, kwam op voor vrouwenrechten en voor de afschaffing van de slavernij. Ze stelde voor het eerst aan de kaak dat het begrip ‘vrouw’, in die strijd voor vrouwenrechten, enkel witte vrouwen in beeld brengt en zwarte en alle andere vrouwen uitsluit.

We zijn wie we zijn op het kruispunt van onze verschillende rollen en posities. Kruispuntdenken nodigt uit om alle facetten kritisch te benaderen. Over welke privileges en maatschappelijke waardering beschik ik bijvoorbeeld omdat ik wit ben, een universitair diploma bezit en groot-moeder ben? Met welke uitsluitingsmechanismen krijg ik te maken als vrouw, lesbienne en 65-plusster? Het caleidoscopisch denken bekijkt de kleurrijke, voortdurend bewegende facetten van ieder mensenleven zoals in zo’n magische kijker en zet ze in een gelijkwaardig perspectief.

We zijn zo gepokt en gemazeld in binair denken dat onze hersenen in hun voegen kraken wanneer we ons het kruispuntdenken eigen willen maken. Voor mij is het een aantrekkelijk denkkader. Het helpt om zowel verschillen als gelijkenissen tussen mensen op een gelijkwaardige manier te benaderen. Het insluitend karakter spreekt me aan en lijkt me daarom een mogelijk alternatief voor het hokjesbeeld dat LGBTQIAP oproept.

Ik heb weinig tot geen ervaring met de praktische bruikbaarheid van caleidoscopisch denken. Heb geen idee of het de discriminaties, die de LGBTI+ zichtbaar wil maken, ook daadwerkelijk in beeld kan brengen. Laat dit een uitnodiging zijn voor wie wel over die expertise beschikt om je ervaring met ons te delen.

Meer lezen:
http://caleidoscopia.nl/archief/lezing-profdr-gloria-wekker
http://www.ellavzw.be/sites/default/files/Handleiding%20Intersectionaliteit%20ELLA%20VZW.pdf

majo van ryckeghem
juni ‘ 17

Riem onder het hert

Tags

,

Herten eten resten van mensen.
Oei!
Niet ongerust worden. Herten gaan u niet aanvallen in het bos.
Zeker?
Ja, ja, ze eten alleen resten van overleden mensen.
Euh? Waar vinden ze die dan?
Deze ontdekking gebeurde in het kader van een onderzoek naar hoe menselijke lichamen ontbinden in de natuur en hoe dieren daarop reageren.
Ah. Eten ze dan … alles … van die mensen?
Nee neen, herten, gekend als planteneters, richten zich enkel op de beenderen, waarschijnlijk om er de nodige mineralen uit te halen die ontbreken in hun dieet.

Een zogenaamde kwaliteitskrant titelt: ‘Onderzoekers betrappen voor het eerst een hert dat menselijke resten eet’. Bovenstaande dialoog schetst een beeld hoe radiojournalisten op hun beurt dit bericht brengen.

En wat blijft er hangen? Ik hoorde op de radio, las in de krant: Herten eten resten van mensen.

Neen, dat is geen fake nieuws, alleen zou de kwaliteit van de informatie gediend zijn met een meer serene opbouw en nauwkeuriger woordkeuze van deze wetenschappelijke conclusie. De herten zullen ons dankbaar zijn.

 

majo van ryckeghem
mei ‘17

Geld is als water

Tags

, , , ,

geld

‘De eerste gedachte die ik, net als veel andere mensen, ’s morgens heb is: “Ik heb niet genoeg geslapen.” De volgende is: “Ik heb niet genoeg tijd.” Of het nu waar is of niet, de gedachte ‘niet genoeg’ komt automatisch bij ons op, zonder ze in vraag te stellen. Het grootste deel van onze dag en van ons leven zijn we bezig met luisteren naar, of vertellen, klagen of piekeren over waar we niet genoeg van hebben. We hebben niet genoeg tijd om te sporten. We hebben niet genoeg macht. We hebben niet genoeg natuur. En we hebben natuurlijk niet genoeg geld. Bij lange na niet.’

Aan het woord is Lynne Twist, schrijfster van het boek The soul of money en fondsenwerfster voor The Hunger Project, een organisatie die zich inzet voor een duurzame oplossing van de honger in de wereld. In deze laatste functie komt ze wereldwijd in contact met zogenoemde armen en zogenaamde rijken. Zogenaamd omdat de armoede van de ziel van menige rijke hen tot spiritueel armen maakt en de innerlijke rijkdom van ettelijke armen tot rijke medemensen. Met talrijke voorbeelden toont de autrice aan dat zowel het gevoel van schaarste of van niet genoeg, als het gevoel van voldoende, geen verband houdt met over veel of weinig geld beschikken. Genoeg is geen hoeveelheid, maar een ervaring, een erkenning dat er genoeg is en dat we genoeg zijn.

Voor deze erkenning van genoeg te hebben en te zijn is het nodig de drie toxische mythes van schaarste, die onze toegang tot een eerlijke omgang met geld blokkeren, te slechten. De eerste is het geloof dat er niet genoeg is. Lynne Twist vergelijkt de gevolgen van dit verzinsel met het spel ‘de muzikale stoelendans’, waarbij uiteindelijk één iemand eindigt zonder zitplaats. Uit deze overtuiging groeit de aanname dat er nu eenmaal onvermijdelijk haves en have-nots zijn in de wereld, dat er altijd mensen zullen zijn die aan het kortste eind trekken.

De tweede schadelijke mythe is dat meer = beter *, of meer hebben = meer zijn. Door deze fabel krijgen de rijkeren toestemming om financieel armere mensen als dommer, minder waard en tot minder in staat te zien. Armen kunnen in een slachtofferrol vervallen en zichzelf als behoeftigen ervaren die gered moeten worden, met ondermijning van hun zelfredzaamheid en eigenwaarde in het kielzog.

Ten slotte is er het giftige geloof dat er geen uitweg is uit deze situatie, dat niemand in staat is dit zogenaamde probleem van schaarste op te lossen. Deze mythe is het meest ondermijnend van de drie. Door gewoonten, aannames, overtuigingen of life sentences zoals de schrijfster ze noemt, verklaren we onszelf machteloos om iets te veranderen. Nochtans blijkt een integere omgang met geld de woorden van Mathama Gandhi: ‘De aarde biedt voldoende om ieders behoefte te bevredigen, maar niet ieders hebzucht’, te bevestigen. De leugens en de mythes van schaarste ontmaskeren vormt de eerste en meest krachtige stap om van hulpeloosheid en berusting naar mogelijkheden en inzet over te gaan.

Vervolgens kunnen we kijken naar wat ons tegenhoudt om volgens ons geweten of vanuit de intenties van onze ziel met geld om te gaan. Angst blijkt hierbij een stevige stoorzender te zijn. Lynne Twist schrijft hierover: ‘We zijn geen geesteloze, gulzige monsters, maar angst voor schaarste maakt dat we met onze handen in het rond graaien voor steeds meer …  Als we deze angst loslaten en die drang naar meer, bevrijden we onszelf van zijn macht. We kunnen dan stilstaan bij hoe we met wat we al hebben kunnen leven en bekijken of de manier waarop we met ons geld omgaan strookt met onze diepste intenties … Onze relatie met geld stopt dan om een uitdrukking van angst te zijn, en wordt er een van opwindende mogelijkheden.’

In het verhaal over een ervaring die de schrijfster had op een en dezelfde dag levert ze een treffende illustratie van wel en niet integer omgaan met geld is. ’s Morgens heeft ze, als fondswerfster van The Hunger Project, een afspraak met een CEO van een groot voedingsbedrijf dat recent in een negatieve mediastorm is terechtgekomen. De bedoeling van de man is meteen duidelijk: haar zo vlug mogelijk met een voorgedrukte cheque van $50.000 uit zijn kantoor krijgen en overgaan tot de orde van de dag. De donatie is enorm en opent immense mogelijkheden, maar het zit haar niet goed: ‘Hij gaf me het geld én het schuldgevoel van het bedrijf.’

’s Avonds treft ze een 70-tal mensen in een oude kerk in Haarlem-New York, met dezelfde bedoeling als ’s morgens maar in een omgeving die niet meer kan verschillen. Vooral het plink, plink, plink van het lekkende dak als achtergrondgeluid illustreert het contrast op een flagrante manier. Lynne Twist getuigt hoe moeilijk ze het heeft om na haar voorstelling van het hongerproject aan deze groep duidelijk financieel mindervermogende mensen een donatie te vragen. Ze doet het en er valt een voor haar zeer ongemakkelijke stilte. Daarna neemt een vrouw van rond de zeventig het woord.

“Meisje,” zegt ze, “mijn naam is Gertrude en ik hou van wat je zegt en ik hou van jou. Ik heb geen chequeboek en geen kredietkaarten. Voor mij is geld als water. Voor sommigen mensen stroomt het als een woeste rivier. In mijn leven is het niet meer een dun straaltje. Maar ik wil het gebruiken op een manier dat het meeste goed doet voor de meeste mensen. Ik zie dat als mijn recht en mijn verantwoordelijkheid. Het is ook mijn vreugde. Ik heb 50 dollar in mijn tas dat ik verdiende door de was te doen van een witte vrouw en ik wil deze aan jou geven.”

Van Gertrude krijgt Lynne Twist opnieuw bevestigd dat de kracht van geld afkomstig is van de intentie waarmee we het uitgeven en de integriteit waarmee we het de wereld in laten stromen. Ook dat we een gevoel van schaarste niet kwijtraken door te streven naar overvloed, maar door te kiezen voor een gevoel van genoeg. Ze beseft dat de energie van deze 50 dollar, die de stempel van Gertrudes ziel draagt, waardevoller is dan de 50.000 die een schuld moet toedekken. Ze beslist de cheque terug te sturen naar de CEO en voelt een last van zich afvallen.

Zes jaar later krijgt ze een brief van de ondertussen gepensioneerde bedrijfsman. Hij schrijft dat hij zich nog altijd zijn verbijstering herinnert op het moment dat hij de teruggestuurde cheque uit de omslag haalde. Hij ziet nu in dat de donatie van toen de schaduw van kille afstandelijkheid met zich meedroeg en dat de koude cheque haaks stond op het betrokken en bezield partner zijn van het hongerproject. Zijn huidige verbondenheid markeert hij met een gelijkaardige donatie, deze keer uit zijn eigen hart en vermogen.

* zie ook vorig wetenschaapje ‘Is meer = beter?’, maart 2017

majo van ryckeghem
april 2017