Klagen met gezonde botten

Tags

,

Af en toe eens stevig
klagen, vitten, zeuren, grommen, zaniken, lamenteren, malen, meieren, mekkeren, mopperen, drenzen, kankeren, foeteren, gal spuwen
kan deugd doen, en is soms nodig.

Maar als we ‘klagen met gezonde botten’ zoals het spreekwoord zegt, dus als alles min of meer goed gaat, dan is de kans groot dat we op dat moment op automatische zeurmodus varen. Met de actie ’30 dagen zonder klagen’ willen de initiatiefneemsters Greet Van Hecke en Isabelle Gonnissen die negatieve routine een halt toeroepen en ons uitnodigen om bewuster naar de positieve aspecten van het leven te kijken.*

Van automatisch naar bewust reageren is de toverformule. Maar we moeten slim zijn en eerst een onverwachte tactiek van onze hersenen verschalken. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat onze hersenen een negatieve bias of vooringenomenheid hebben. Of zoals neuropsycholoog Rick Hanson het verwoordt: ‘Je hersenen werken als een klittenband bij negatieve ervaringen en als een antibaklaag bij positieve ervaringen’. **

Dit aspect van het functioneren van onze hersenen heeft gemaakt dat onze voorouders overleefden, en wij hier dus nog rondlopen. Gespitst zijn op een driest everzwijn of op een adder onder het gras was letterlijk van levensbelang. Een lekkere bessenstruik voorbijlopen, had minder gewicht. Veel kans dat je nog meer exemplaren op je weg aantrof. Evolutionair gezien heel belangrijk dus die negatieve vooringenomenheid van ons brein. Maar als onze hersenen het zo druk hebben met het negatieve, hoe kan een actie als ’30 dagen zonder klagen’ dan slagen?

Geen nood, naast een negatieve bias heeft ons brein een andere eigenschap die wél haar medewerking verleent aan deze campagne, namelijk haar plasticiteit of vormbaarheid. Dagelijks leggen we nieuwe verbindingen tussen de neuronen of zenuwcellen in onze hersenen. Herhaling versterkt deze linken en maakt dat we beter worden in wat we doen. We hebben dus de verbindingen in ons brein op zo’n manier te verstevigen dat we gemakkelijker het positieve gaan zien.

Om onze positieve bril op te blinken kunnen we omstandigheden opzoeken of ze vermijden. In de natuur zijn staat bijvoorbeeld op numero uno als tegengewicht voor het dagelijkse bombardement aan uitputtende en humeurverpestende prikkels. Negatieve besmetting voorkomen door de overkant van de straat op te zoeken als gekende klaagsters en zagers in beeld komen, is een gewettigd maneuver, gezond voor geest en lichaam. En dit zowel voor onszelf als voor de galspuwsters en mopperaars, die we daardoor een portie zelfvergiftiging besparen.

bos

De opzoekkant van het verhaal noemt Rick Hanson ‘taking in the good’ of ‘het goede binnenhalen’. Hij beschrijft hiervoor een proces van vier stappen, die hij samenvat in het letterwoord HEAL of genezen. De H staat voor ‘heb een positieve ervaring en haal ze op de voorgrond’. De E gaat voor ‘enrich’ of verrijk deze gewaarwording door ze een tijdje vast te houden en ervan te genieten. Absorbeer ze vervolgens door ze helemaal tot je te laten doordringen. Maak er een intense beleving van, en niet enkel een denkoefening. De L ten slotte staat voor het leggen van een hersenverbinding van het positieve naar het negatieve, waardoor de ervaring zich installeert in je brein en waarvoor hij verschillende methodes beschrijft.

Zullen we ons meteen maar wagen aan een leven zonder gezonde-botten-klagen, in plaats van enkel gedurende die 30 dagen?

* https://www.30dagenzonderklagen.be/ en via Facebook.
** Rick Hanson, Geheugen voor geluk. Neem het goede in je op voor een beter leven, 2014.

 

majo van ryckeghem
januari ‘18

Advertenties

Niet jong geleerd is simpelweg niet oud gedaan

Tags

, , , ,

Uit een kindermond: ‘In de herfst is er sinterklaas, in de winter de kerstman, in de lente de paasklok, maar in de zomer zijn er geen kadootjes. Gelukkig ben ik dan jarig.’

Verjaardagsscène: Matthew, 3 jaar, zit voor een berg pakjes, met veel liefde gekocht en gestapeld door de bijna ontelbare nieuw-samengestelde ouders en grootouders. De derde doos die uit het geschenkpapier tevoorschijn komt, betovert hem helemaal. Verwarring slaat toe. Binnenin hem woedt een strijd tussen gehoorzamen aan de volwassen stemmen die hem aanmoedigen om de andere kadootjes te openen en zijn eigen borrelend verlangen zich in het spel te smijten. Vertwijfeling alom. Eindresultaat, een wenend kind en beschaamd-teleurgestelde volwassenen.

De grote Chinese filosoof Lao Tse schreef het al in de 6e eeuw voor Christus: ‘Er is geen groter onheil dan niet weten van genoeg.’ In de meer proletarische versie van de jaren ’60 verwoord door toenmalig premier Paul Vanden Boeynants klinkt het: ‘Trop is te veel en te veel is trop’. In onze tijd zingt Admiral Freebee het uit in Too much of everything. *

In The soul of money beschrijft Lynne Twist de gevolgen van ‘De op winstgerichte commerciële en culturele boodschappen, die suggereren dat we met geld geluk kunnen kopen. We gaan deze slogans geloven en beginnen buiten onszelf te kijken om vervuld te zijn. (…) We laten onze ziel in de steek en groeien steeds verder weg van onze kernwaarden en onze hoogste engagementen.’ Wanneer we hier bij stilstaan kunnen we op een dieper niveau het besef vinden dat over-consumeren niet bijdraagt tot meer blijheid, geluk en dankbaarheid.

kind-zeepbel-1170x300

In Discipline. Overleven in overvloed stelt Marli Huijer dat zelfcontrole, zich leren beheersen in overvloed, een van de big five persoonlijkheidskenmerken is om het ver te schoppen in het leven. Ze concludeert: ‘Niet jong geleerd is simpelweg niet oud gedaan. Het is dus aan ons, volwassenen, om rolmodel te zijn voor onze kinderen en kleinkinderen.’

Rolmodel zijn. Opvoeden. Wanneer doen we het goed!?

Marieke Henselmans, omschreven als dé experte op het gebied van vrolijk besparen, is intens bezig met het thema consuminderen en meer bepaald met wat we onze kinderen op dat vlak kunnen meegeven.** Ze legt in haar lezingen aan ouders de vraag voor of ze het idee hebben dat ze genoeg doen, zowel op materieel als op niet-materieel vlak, dat laatste onder de vorm van tijd, aandacht, liefde, geduld. Uit de antwoorden blijkt dat een gevoel van tekortschieten permanent op de loer ligt.

Zeker in een scheidingssituatie is een diep schuldgevoel over het verdriet dat daardoor in het leven van kinderen is gekomen permanent op de achtergrond aanwezig. De verleiding is groot om te proberen dit gevoel met materie te compenseren. Bij mensen in armoede kan dit leiden tot een constant gevecht met het beschikbare budget, bij wie beschikt over voldoende middelen tot een schier eindeloze materiële verwennerij.

Die vage gevoelens van onbehagen en schuldig zijn onder de loep nemen is de eerste opdracht. Zijn ze terecht? Misschien ontdek je dat je kinderen over voldoende speelgoed, boeken en andere spullen beschikken, maar dat je eigenlijk tekortschiet in aandacht en geduld. Hoe kan je daar iets aan veranderen? Als je minder spullen koopt, moet je misschien minder werken en heb je meer tijd voor de kinderen. Praat met de kinderen als je je schuldig voelt over de scheiding. Je kunt je spijt uitdrukken en vragen of ze je iets kwalijk nemen. Misschien valt het antwoord best mee.

‘Als je na al je gepieker concludeert dat je het zo slecht nog niet doet, afgezien van enkele onvermijdelijke uitglijders, leg dat dan vast voor jezelf. Schrijf het op en lees het als de koopdrift weer toeslaat. Bestempel een leuke foto tot symbool van het feit dat jullie het fijn hebben met elkaar. Komen er dure wensen op: werp een blik op de foto. We hebben het goed, ook zonder nieuwe broek of wereldreis’, is een concreet bruikbare suggestie te lezen bij Marieke Henselmans.

samen spelen

En dan zijn er nog de oma’s en opa’s, die soms wel in een wedloop met elkaar verwikkeld lijken voor de bovenste plek op het erepodium van de beste grootouder. Wat zijn onze motieven? Vrezen we dat we de kleinkinderen zullen teleurstellen wanneer we niet meedoen aan het opbod? Je kan de ontgoocheling lezen in ‘Eén kadootje maar, oma?’. Veel enthousiasme is verder niet te verwachten over je keuze voor St Niklaas of Kerstmis. Misschien ook niet over het feit dat je pakjes voorziet voor minder bevoorrechte kindjes. Dat voor jou een boswandeling, speeltuinuurtjes samen of een gezelschapsspel een even waardevol geschenk zijn, is mogelijk niet vanzelfsprekend. Maar hopelijk leren kleinkinderen hieruit dat het anders kan en durf je steeds meer de ‘zuinige of gierige’ oma of opa zijn.

* http://songteksten.net/lyric/1995/98658/admiral-freebee/too-much-of-everything.html
** Haar ervaringen pende Marieke Henselmans neer in Consuminderen met kinderen. Wat geef je ze mee?, 2014

 

majo van ryckeghem
januari 2018

Een kapotte ruit nodigt uit

Tags

, ,

‘Het vuil van een ander oprapen, daar moet ge toch goed zot voor zijn. Mij niet gezien.’ Ik ben dus goed zot, en gezien. Of niet? Zijn er misschien redenen om gewapend met een grijper als zwerfvuilvrijwilligster mijn omgeving onveilig te maken? Of is veilig hier de gepaste term?

Enkele jaren geleden kwam ik op het spoor van de Broken windows theory of de Theorie van de kapotte ruiten.* Deze criminologische theorie van de jaren ’80, ontwikkeld door George Kelling en zijn team, demonstreert de kracht van de context zoals dat in het jargon heet. Met andere woorden, omdat wij mensen in wezen sociaal zijn laten we ons gedrag onbewust beïnvloeden door omgevingsfactoren.

Gebroken ruiten dagen uit om er nog een paar te molesteren. Straten en pleintjes met her en der verspreid vuil kunnen een uitnodiging zijn om nog meer rommel achter te laten. De criminologen verwoordden het zo: vieze buurten en kapotte ramen zijn fysieke bewijzen van klein crimineel gedrag. Ze creëren een gevoel van onveiligheid en leiden naar meer misdrijven, klein én groot. Uit het oorspronkelijke onderzoek kwam volgend advies om de misdaad in het algemeen te bestrijden: ‘Hang geen camera’s op, maar veeg de straat schoon en repareer de kapotte ramen.’

Recent onderzoek vindt geen voldoende bewijs dat deze conclusie ook voor de grote criminaliteit opgaat, maar voor het thema zwerfvuil en vandalisme blijft ze interessant. Meer actuele experimenten, onder andere die door omgevingspsycholoog Kees Keizer van de Universiteit van Groningen, tonen aan dat de invloed van de omgeving op de morele kwaliteit van onze handelingen indrukwekkend groot is. Orde en respect is voor de meeste mensen minstens zo besmettelijk als chaos en geweld.

Proef zelf hoe het aanvoelt wanneer je op je trein of metro wacht in een verloederd en met allesbehalve kunstzinnige graffiti besmeurd station. Een sfeer van onveiligheid en wetteloosheid is dwingender aanwezig dan wanneer de omgeving er proper bij ligt. Een je-m’en-foutisme of onverschilligheid steekt onder groezelige omstandigheden gemakkelijker de kop op en kan je eigen gedrag negatief beïnvloeden.

Ik doe mijn eerste ronde als zwerfvuilvrijwilligster in het gezelschap van mijn overtuigde kleindochter, die met een verwoed rondspeurende blik geen enkele sigarettenpeuk, verpletterd papiertje of stukje plastiek over het hoofd ziet. Opgeruimd komen we thuis. Op de plek waar we de meeste rommel bij elkaar vonden, ligt pas veertien dagen later weer een blikje te blinken. Uiteraard zijn kille herfst- en winterdagen niet zo uitnodigend voor een frisse drink, maar toch.

Het onderzoek van Kees Keizer levert een interessante tip op voor dergelijk opruimwerk. Het schoonmaken van straten gebeurt namelijk beter overdag dan in de ochtenduren. Als niemand de inzet voor een propere buurt ziet, gaat een deel van het Broken windows-effect verloren. ‘Goed gedrag moet goed zichtbaar zijn’, stelt hij. Woorden wekken, voorbeelden trekken dus. Gemeenschapszin, samen zorgen voor een mooie omgeving, werkt.

Een boeddhistisch geïnspireerde vriendin wijst mij met recht en rede op een aandachtspunt. Naast een zoekend oog voor zwerfvuil, is het blijven zien van al het moois in onze buurt een essentiële aanvulling.

In zijn roman Leeftocht. Veertig jaar onderweg schrijft Adriaan Van Dis over de Jardin de Luxembourg in Parijs: ‘Wie dagelijks duizenden mensen wil ontvangen, moet wel een strenge gastheer zijn. En het vreemde is, iedereen houdt zich aan de regels omdat men lijkt in te zien dat een goed onderhouden park troost en geluk aan allen biedt.’

Zwerfafval

* Bron: Rutger Bregman, Met de kennis van toen. Actuele problemen in het licht van de geschiedenis, 2012.

 
majo van ryckeghem
december 2017

 

 

Karolientjes en ijsbergjes

Tags

, , , , ,

Geen idee of jij de figuurlijke vreugdesprongetjes kent bij een onverwachte ontmoeting met een hilarisch of verbazingwekkend weetje of achtergrondverhaal. Voor de fans van deze maatschappelijk onbetekenende, futiele kennis presenteer ik graag een keuze uit mijn met ontdekkingslust* bijeengesprokkelde feitjes.

Weet je hoe onze telefoon-hallo ontstaan is? Tivadar Puskas was een Hongaarse uitvinder in de telefonie en medewerker van Thomas Edison. Volgens de legende zou hij, toen hij in 1877 voor het eerst de hoorn opnam, ‘Hallom!’ hebben geroepen. Dat is Magyaars of Hongaars voor ‘Ik hoor je!’. Deze uitroep is nadien verbasterd tot ‘Hallo!’ dat in veel verschillende talen voorkomt.

1e Stethoscoop van René Laënnec

Op dit plaatje is de eerste stethoscoop te zien. Hij werd een 200 jaar geleden uitgevonden door de Franse arts René Laënnec. Tot die tijd beluisterden dokters de hartslag door het oor tegen de borst te houden. Volgens de overlevering vond hij het niet netjes om zijn oor tegen de vooral vrouwelijke boezem te leggen.

En waarom piraten een ooglapje dragen? In het scheepsruim was er geen kunstlicht. Ogen moeten wennen aan de duisternis en dus waren piraten wanneer ze een schip overmeesterden in het nadeel tegenover de scheepslui op de boot. Het ooglapje deed het oog vooraf wennen aan het donker en bij het enteren trokken ze het doekje weg en konden ze meteen beter zien.

‘Habet!’ of ‘Hij heeft!’ gevolgd door ‘Deo Gratias!’ of ‘God zij geloofd!’. Zijn deze gevleugelde woorden je bekend? Hier schuilt een wat langer verhaal achter, al of niet naar waarheid. We schrijven de 9e eeuw. Om zich vrij te kunnen bewegen in de wereld vermommen veel vrouwen zich als man. Ene Johanna bekleedt twee jaar zeven maanden en vier dagen het ambt van paus door zich als man voor te doen. Volgens de legende is hij, zij dus, een goede en verstandige vertegenwoordigster van God op aarde. Wie zou daar aan twijfelen?

In deze pre-anticonceptietijd raakt ze zwanger van een bevriende monnik. Foei! Het noodlot slaat toe in de vorm van een vroegtijdige bevalling op het moment dat ze processiegewijs in vol pauselijk ornaat door de stad trekt. De verbijstering en woede is enorm. Aan de staart van een paard gebonden worden en vervolgens gestenigd is de fatale prijs die ze betaalt voor haar vermetele daad.

Als gevolg van dit vrouwelijk bedrog bestond tot in de 16e eeuw een vreemd ritueel bij de pausverkiezing. Via een doorkijkstoel, waarvan ik je de afbeelding bespaar, kreeg een jonge prelaat de opdracht om van onder de zitting de genitaliën van de nieuwe paus te betasten. Om vervolgens ‘Habet!’ of volgens een andere versie ‘Duos habet et bene pendentes’ te schreeuwen, wat betekent: ‘Er zijn er twee en ze hangen er goed’. Waarop alle kardinalen opgelucht een ‘Deo Gracias’ naar de hemel stuurden.

In Het absurde idee je nooit meer te zien ** besluit Rosa Montero: ‘Of de legende van pausin Johanna waar was of niet, maakt niet uit. Het gaat om de ongelooflijk symbolische kracht ervan en hoe goed het de angst van de mannelijke wereld weergeeft voor de maatschappelijke vooruitgang van de vrouw. Daarnaast deed het dienst als een didactische parabel waarmee duidelijk werd gemaakt dat vrouwen die de Plaats Van De Man probeerden in te nemen op een vreselijke manier werden gestraft.’

Waar komt de titel van dit wetenschaapje vandaan? De betekenis schetsen van deze voor mij verrassende ontdekking van de benamingen ‘karolientjes’ en ‘ijsbergjes’ kan niet beter gebeuren dan in deze periode van Sinterklaas. De koekjes, die ik onder de naam nic-nac’jes, piknikken of letterkoekjes ken en die mijn kleinkinderen omakoekjes noemen, blijken ook karolientjes te heten.

Karolientjes

Volgens Wikipedia zijn ze in Vlaanderen bekend onder de volgende benamingen: ‘nic-nac’jes’ (in het Antwerpse dialect, afgeleid van een bepaald merk: Nic Nac), ‘piknikken’ (in het West-Vlaamse dialect), ‘karolientjes’ (in het Oost-Vlaamse dialect), en elders ook ‘ABC-koekjes’ of ‘ABC-letterkoekjes’. In het Waasland wordt gesproken over ‘mokskes’. In de Kempen spreekt men dan weer van ‘mopkes’.

Een andere soort verwante koekjes leidden voor mij tot voor kort een naamloos bestaan als koekje-met-een-mopje-suiker-op. Nu weet ik dat ze ijsbergjes heten. De koude naam voor deze kleurige knabbels komt voort, vermoed ik, uit hun omschrijving als ‘ronde koekjes met bevroren suiker erop’.

Ijsbergjes

* Term gemunt door Fritzi ten Harmsen van der Beek, Nederlandse dichteres en tekenares, https://nl.wikipedia.org/wiki/Fritzi_Harmsen_van_Beek
** Zie ook wetenschaapje ‘Er is een steen geboren’, oktober 2017.

 

majo van ryckeghem
december 2017

Oh wat zijn we bijzonder!

Tags

,

Ginkgo biloba

We plantten een baby ginkgo biloba autumn gold in ons voortuintje. Zijn pracht ontdekten en bewonderden we in het Arboretum van Wespelaar *. Een mannelijke schoonheid inderdaad. Gewaarschuwd als we waren voor een vrouwelijk exemplaar dat, alhoewel even verleidelijk als een mannetje, in het najaar niet te genieten is. Haar vruchten verspreiden dan een doordringende onappetijtelijke geur. Hondenkakachtig lichtte een vriendin toe die er eentje in haar buurt heeft staan. Ook liefde voor vrouwen kent haar grenzen.

Een ginkgo biloba is een boom met een fascinerende geschiedenis. De soort bestond al in de tijd van de dinosaurussen en draagt daarom de bijnaam levend fossiel. Ze trotseerden als enige variëteit uiteenlopende levensbedreigende gebeurtenissen. Zeven exemplaren overleefden zelfs de atoombom op Hiroshima. Duizendjarige ginkgo’s vertonen amper verouderingsverschijnselen en de traditionele Chinese geneeskunde maakt al eeuwen gebruik van hun geneeskrachtige eigenschappen. In het Westen kennen we voornamelijk de ondersteuning van het geheugen als toepassing.

Rond de tijd dat we de ginkgo planten lees ik: ‘In een of twee generaties ben je vergeten’. Als een natte dweil kletst die zin mij in het gezicht. Pets! Het contrast met de ginkgo’s kan niet groter. Er over doordenken en –voelen leidt naar een niet te ontlopen waarheid. Voor de vergetelheid zich voltrekt, kan er voor sommigen nog een derde generatie bijkomen, maar ook daarna is het voor hen over en uit. Het besef van deze realiteit confronteert ons nijpend met onze vergankelijkheid en ze levert een indringende les in bescheidenheid af. Wie ben ik … maar? Pets!

Piero Ferrucci schrijft in Vriendelijkheid. Als levenshouding en helende kracht – een pittig inspiratieboek in mijn leven – : ‘Het inzicht dat we niet zo belangrijk zijn als we dachten is wellicht pijnlijk, maar tegelijkertijd bevrijdend. De Amerikaanse president Theodore Roosevelt had de gewoonte om ’s nachts naar buiten te gaan en naar de sterren te kijken. Zo herinnerde hij zichzelf aan de onmetelijkheid van het universum. Aan het hoofd staan van een machtige natie gaf hem een heel ander gevoel wanneer hij het in de context van het sterrenstelsel plaatste.’

De auteur heeft het, naast de schrijnende kant van onze onbelangrijkheid, ook over het bevrijdend aspect ervan. ‘Onze impliciete en irrationele overtuiging dat we anders en speciaal zijn is een overblijfsel uit onze kindertijd die maakt dat we ons gedragen alsof we niet onderhevig zijn aan de algemeen geldende wetten en regels. Nederigheid betekent de dood van deze geheime innerlijke overtuiging.’

Het besef dat we niet het middelpunt van het universum zijn, brengt ons een behoorlijke stap dichter bij een ander basiselement van onze menselijke omgang met anderen, namelijk vriendelijkheid. Het bewustzijn dat we zowel even gewoon als even bijzonder zijn als iedereen noemt de schrijver een essentiële voorwaarde voor vriendelijkheid. ‘Hoe kunnen we ooit vriendelijk zijn als we diep vanbinnen denken dat wij speciaal zijn, dat we niet onderhevig zijn aan de wetten waar alle anderen aan moeten gehoorzamen?’.

Om dit inzicht, dat er andere mensen op de wereld zijn met gelijkaardige behoeften als wij zelf, op kleine en grote schaal om te zetten in daden kunnen we ons beroepen op de universele gouden regel: ‘Behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden’. **

Niet dat Winston Churchill in zijn kleine daden zo voorbeeldig was, maar om zijn grote bijdrage in onze bevrijding van het fascisme citeer ik hem hier graag: ‘We zijn allemaal wormen. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik een glimworm ben’. ***

* http://www.arboretumwespelaar.be/
** Zie ook wetenschaapje ‘De universele gouden regel’, 23 maart 2016.
*** Bron: Stiff upper lips. Waarom de Engelsen zo Engels zijn. Flip Feyten & Harry De Paepe.

 

majo van ryckeghem
november 2017

 

Verwacht het onverwachte

Tags

,

‘Laat ons morgen gaan picknicken.’
‘Ja maar, ze voorspellen regen.’
‘Dan kleden we er ons op en indien nodig vinden we wel een schuilhut waar we kunnen eten. Je weet hoe betrouwbaar die weerberichten zijn.’
‘Maar weet jij dan niet meer dat Ruben uit zijn laarzen gegroeid is.’
‘Neen, niet aan gedacht, maar we hebben nog de tijd om nieuwe te gaan kopen.’
‘Ja maar, we gingen vandaag toch …’

Herkenbare dialogen? Enthousiasme, energieke ideeën geblust door een koude ja-maar-douche.
Vastdenken.

Vastdenken, zij/hij denkt vast, vastgedacht.
Ja-maar-denken

staat tegenover

Omdenken, zij/hij denkt om, omgedacht.
Ja-en-denken.

De grondlegger van het omdenken is Berthold Gunster. * Bij omdenken kijk je naar de werkelijkheid zoals die is en naar de mogelijkheden en kansen die deze realiteit in de aanbieding heeft. Hij schrijft: ‘Ja-maar is bedenken wat zou moeten zijn, maar niet is. Ja-en is zien wat er is en wat je ermee zou kunnen.’ Omdenken is problemen gebruiken als inspiratiebron.

Omdenken 4

De toepassing van omdenken is eindeloos. Inzetbaar bij ernstige problemen in ons leven én in staat om iedere dag te kleuren en op te vrolijken.

Goede dag, een koffie aub 

Kinderen kunnen grandioos omdenken:

‘Ik kan het wel,
maar het lukt me nu alleen even niet.’

‘Opa, het is niet zo erg hoor dat jouw ouders zijn overleden.
Nu kan je wel doen waar je zelf zin in hebt.’

‘Durf je op de achtbaan, Maaike?
‘Dat weet ik niet mama, ik moet eerst proberen of ik het durf.’

Een wandeling in het park op een regenachtige dag.
Benjamin: ‘Het is vandaag al twee keer droog geworden.’

Voor mij zijn cryptogrammen, naast een speelse vorm van hersentraining, een zalige uitnodiging tot omdenken. De krant die uitpakt met de slogan ‘verwacht het onverwachte’ heeft in haar weekendeditie een verrukkelijke cryptogramuitdaging. Hier ten huize noemen we ze kareltjes naar hun bedenker Karel Vereertbrugghen. Zoek en geniet van dit pareltje: ‘Niet mama maar … de rozelaar. Zo vangt hij meer zon’. Het is de bedoeling om op de plaats van de puntjes de zin te vervolledigen op zulke manier dat er tevens een zinvol woord ontstaat. Hint: na mama mogen we papa verwachten. **

Nog enkele cryptogrammen:

De lage begroeiing op een Grieks eiland omvat alles = kos-mos
Dit doekje houdt je voor de gek = poetslap
Een flauw argument van een moordenaar = dooddoener
Eenmaal hier was de wagen snel vertrokken = auto-snel-weg
Begint met t, eindigt met t, en zit vol met t = theepot
Een kareltje: halfdoorbakken informatiebron = medium

omdanAls uitsmijter mijn omdenkfavoriet:

Relax, nothing is under control.

 

* www.omdenken.nl voor meer info over Berthold Gunsters boeken en workshops.
** ‘Niet mama maar papa verplant de rozelaar. Zo vangt hij meer zon’. Het woord is dus papaverplant.

 

majo van ryckeghem
oktober 2017

Er is een steen geboren

Tags

, , , ,

boos meisje

Het absurde idee je nooit meer te zien is nu niet bepaald een boektitel die associaties oproept met het werkwoord genieten. Toch is het wat ik doe bij het lezen van dit boek van Rosa Montero, een Spaanse journaliste, romanschrijfster en leeftijdsgenote. Op het raakvlak tussen fictie en non-fictie schept ze een filosofisch en feministisch kader rond een aantal auto- en biografische data. Ze doet dit in een literair aantrekkelijke taal, gekruid met fijnzinnige humor. Voor mij een ideale cocktail.

Haar vertrekpunt is het dagboek van Manya Sklodowska, over de dagen voor en na het plotse overlijden van haar man Pierre Curie, toen zij 39 jaar was. Subtiel doorweeft ze het levensverhaal van de wetenschapster met haar eigen pijnlijke ervaringen bij het overlijden van haar man.

Lezen over de strijd van Marie Curie voor de erkenning van haar ongelooflijke inzet en kwaliteiten als onderzoekster, doet onvermijdelijk de bedenking opkomen dat de tegenstand een veel magerder beest zou zijn geweest als ze tot de mannelijke kunne had behoord. Zelfs voor een relatie met een getrouwde collega-wetenschapper kreeg zij de hele rekening gepresenteerd, tot en met het neersabelen van haar briljante prestaties op onderzoeksvlak. Ondanks het feit dat hij wegens getrouwd de overspelige was en zij een weduwe, ontsnapte hij de dans.

Het leven van Marie Curie speelde zich af te paard op het jaar 1900. Een tijd dat het patriarchaat in de westerse samenleving nog openlijk en in volle glorie kon beleden worden. Dat patriarchaat dat, vanuit kortzichtig eigenbelang en gebrek aan empathie voor de situatie van vrouwen en van mannen aan de onderkant van de maatschappelijke ladder, vele levens terroriseerde. Maar is het wel gerechtvaardigd om hier de verleden tijd van het werkwoord te gebruiken?

Het rapport van de Verenigde Naties uit 2014 dat de tien landen vermeldt waarin de omstandigheden voor vrouwen het slechtst zijn, is absoluut niet hoopgevend. Afghanistan staat bovenaan deze schokkende lijst. Het is het enige land ter wereld waar meer vrouwen zelfmoord plegen dan mannen. Rob Vreeken, een Nederlandse journalist, schrijft over Afghaanse vrouwen: ‘Als een vrouw de berg afkwam met haar pasgeboren baby – in de linkerarm het kind, en in de rechterarm een bos sprokkelhout – en het was een meisje, dan ging ze beschaamd het huis binnen. “Er is een steen geboren”, stelde de schoonfamilie dan teleurgesteld vast.’ *

De tweede in die trieste rij is de Democratische Republiek Congo, waar verkrachting als oorlogswapen dient en de gruwel zover gaat dat zonen gedwongen worden hun moeder te onteren. Vervolgens komt Irak. Saddam Hussein stelde basisrechten in voor vrouwen waardoor dat land ooit het hoogste aantal geletterde vrouwen in de Arabische wereld telde. Dit effect is nu compleet teniet gedaan, in die mate zelfs dat dit aantal nu tot het laagste gezakt is. Vervolgens treffen we Nepal, Soedan, Guatemala, Mali, Pakistan, Saudi-Arabië en Somalië aan.

In deze opsomming schuilt het gevaar dat, wat we in het westen zo gemakkelijk doen, de islam het etiket van de grote boosdoener opgekleefd krijgt. ‘Wie onderdrukking van vrouwen en islam een op een aan elkaar koppelt, bagatelliseert de gure werkelijkheid in andere delen van de wereld’, schrijft Rob Vreeken in zijn boek Baas in eigen boerka: van Koran tot girlpower. En inderdaad in deze lijst treffen we ook landen aan die een overwegend christelijke, hindoeïstische en zelfs boeddhistische levensvisie aanhangen. Niet religie is de boosdoener, maar een verouderde traditionele visie op de vrouw-man-verhoudingen.

Najma Bin Laden, de eerste vrouw van, getuigt: ‘Saudi-Arabië heeft een uitgesproken patriarchaal systeem al sinds het begin der tijden. (…) Nadat Mohammed de basis had gelegd voor het islamitische geloof trad er een sterke verbetering op in het leven van vrouwen. De islam verbood het doden van meisjesbaby’s. Vrouwen kregen speciale financiële rechten, waaronder het recht op bezit. De islam beperkte het aantal vrouwen tot vier, met de belangrijke voorwaarde dat de man al zijn vrouwen op precies dezelfde manier moest behandelen.’

Wij westerlingen kunnen nu hoog van de toren blazen: veelwijverij, vrouwen die zich moeten inpakken om de seksuele lusten van mannen niet op te wekken en een rechtssysteem dat een man de vrije baan geeft om te doen wat hij wil met de meisjes en de vrouwen van zijn familie. Zulke excessen van dergelijke traditionele vrouw-man-opvattingen zien we hier inderdaad niet meer. Alhoewel. Zijn vrouwen hier wel zo vrij en gelijkwaardig aan mannen?

Wat met intrafamiliaal geweld? Wat met de loonkloof? Wat met dat onpraktische uniform als bewijs van vrouwelijkheid: lange haren, korte rokken, hoge hakken. Kies je voor comfortabele kledij en een sportief kapsel zoals ik, wat – toevallig? – nogal in de lijn ligt van de easy going mannelijke dresscode, dan valt ‘dag meneer’ je regelmatig te beurt. Wat met een maatschappij waarin een vrouwelijk model met verkrachting bedreigd wordt omdat ze het aandurft met behaarde benen aan een reclamecampagne deel te nemen? Ziedaar de westerse vrijheid en gelijkwaardigheid.

Laten we de vinger op de on-gelijkwaardigheid in de wereld houden, alert blijven voor de grote en kleine mistoestanden en ze signaleren. En laten we ons tegelijkertijd bewust zijn van de vooruitgang die dappere vrouwen, en steeds meer dappere mannen, teweegbrengen. Zoals Rula Ghani, de Afghaanse presidentsvrouw, in Ieper uitgenodigd door de Moeders voor Vrede, het verwoordt: ‘De verbetering van de situatie voor de vrouwen in Afghanistan is een lang proces, maar het gaat in de goede richting.’ ***

* In Anja Meulenbelt & Renée Römkens, Het F-boek. Feminisme van nu in woord en beeld, 2015.
** Uit Jean Sasson, Najwa & Omar Bin Laden. Mijn leven met Osama. Opgroeien in de schaduw van terreur, 2010.
*** https://mothersforpeace.be/

 

majo van ryckeghem
oktober 2017

Zeikwijven

Tags

,

Heverlee. We hebben het geluk aan een groen pleintje te wonen, met wat kinderspeeltuigjes en een paar banken. Wanneer we in onze keuken aan het huishouden zijn, gaat onze blik al eens die richting uit. Onvoorstelbaar vaak treffen we daar een plassende man aan. Sommigen doen niet eens de moeite zich volledig te fatsoeneren vooraleer ze ons hun vooraanzicht laten zien. Ooit ie-man-d veroordeeld voor deze vorm van zedenschennis en milieuvervuiling?

Amsterdam. Midden in de nacht. Een vrouw moet dringend en lost haar plas in een steegje. Ze ziet enkele agenten aankomen, maar kan niet meer stoppen. Ze vragen wat ze daar doet, wat maar al te duidelijk is. ‘Denk je echt dat ik hier voor de lol met mijn broek op mijn knieën zit? Er is geen enkele andere mogelijkheid in de buurt.’ Ze krijgt een boete van € 90 en volgende suggestie tot  ‘op/verlossing’ van de rechter: ‘Het is misschien niet prettig, maar je kan als vrouw ook in een urinoir plassen’. Hallo!?

Ben je deze dagen in Nederland en moet je dringend plassen? Risicovol, want het urinoir kan bezet zijn door vrouwen die dapper proberen de suggestie van de rechter in praktijk te brengen. Via de zoekterm ‘Zeikwijven plassen uit protest in urinoirs’ krijg je de kleurrijkste en meest hilarische beelden van deze actie voor meer toiletten voor vrouwen.

majo van ryckeghem
september 2017

Een ongezochte vondst

Tags

, , , ,

Gezellig in mijn eentje in de trein. Veel medereizig/st/ers kondigen zich niet aan. Zalige rust. Ik lees een interview met Lais Bodanzky, regisseuse van de net gelanceerde film Just like your parents, en stuit op een voor mij onbekende meetlat, de bechdeltest. Deze toets beoordeelt het aantal vrouwelijke personages in een film, hun plaats en interacties. De regisseuse zegt: ‘Die bechdeltest is bijna een provocatie en toont via objectieve informatie hoezeer onze maatschappij de vrouw als bijkomstig, als toeschouwster ziet’. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Hier wil ik meer over weten. Een nieuw wetenschaapje lonkt.

Op een schoteltje krijg ik vervolgens, via een ander krantenartikel, een futuristische versie van dit fenomeen gepresenteerd: ‘Mannen schrijven vaker over mannen. In het ene genre al wat meer dan in het andere: de grap is dat aliens die hun kennis van de aarde op Hollywoodfilms baseren, nogal zullen schrikken als ze zien dat meer dan 5% van de wereldbevolking vrouw is.’

De bechdeltest kreeg haar naam van Alison Bechdel, een Amerikaanse cartooniste. In een beeldverhaal van 1985 uit de serie Dykes to watch out for voert ze de stripfiguur Mo op. Dit personage vertelt dat ze alleen naar films kijkt waarin minstens twee vrouwen voorkomen, die met elkaar praten over een ander onderwerp dan mannen. De test is een informele toets die kan gebruikt worden om fictie, of op fantasie berustende films of verhalen, te testen op seksisme. Een film slaagt voor deze proef als ze aan de criteria van Mo voldoet. Hoewel oorspronkelijk bedacht voor films, is deze meetlat ook op andere verhalende media van toepassing, zoals computerspellen, stripverhalen en boeken.

Ongeveer de helft van alle films haalt een onvoldoende, maar er zijn ook andere dan seksistische redenen die dit falen kunnen verklaren. Sommige hebben weinig vrouwelijke personages in het script omwille van het verhaal of de omgeving, zoals in de benedictijnenabdij in The name of the rose. Een verhaal kan misogyn of hatelijk zijn ten overstaan van vrouwen door de denigrerende manier waarop deze worden voorgesteld, los van hun aantal of interacties. De bechdeltest valt dus te licht uit om individuele media te beoordelen, maar een algemene trend is er wel mee te achterhalen. *

Alison Bechdel

Nieuwsgierig geworden ga ik op zoek naar de vrouw die haar naam gaf aan de bechdeltest. Ze blijkt een alive and kicking en gevierde lesbische cartooniste te zijn. Van een heerlijk voorbeeld van serendipiteit gesproken.** Meer gegoogel en gegoochel levert me de Nederlandse versie van haar bejubelde autobiografische literaire strip Fun home op. Bij haar verschijnen in 2006 door Time Magazine verkozen tot Beste Boek van het Jaar, wat een unicum voor een graphic novel blijkt te zijn.

Uit het Time Magazine-wierookvat kringelt deze lof: ‘Een veelomvattend boek met een rijk taalgebruik en een nauwgezette beeldtaal. Dit autobiografische verhaal dat kernachtig en tegelijkertijd gedetailleerd is, is zo boeiend en meeslepend dat het voelt alsof je in Bechdels wereld leeft. Het is merkbaar dat er vele jaren werk in zitten. Behalve een ode aan de literatuur, een coming out en een coming of age, is Fun Home tevens een kroniek van de jaren zeventig.’ Deze literaire strip is nog steeds te koop, ook in een Nederlandse vertaling.

Jouw nieuwsgierigheid gewekt? Maak kennis met haar stijl en inhoud op de beeldige website van Alison Bechdel: http://dykestowatchoutfor.com/.

*- http://bechdeltest.com/
Een verduidelijkend filmpje vind je op https://feministfrequency.com/video/the-bechdel-test-for-women-in-movies/
– Voor de liefhebsters/hebbers: aanvullende criteria leveren de Mako Mori test en de Sexy Lamp test https://fanlore.org/wiki/Sexy_Lamp_Test 
**- Pek van Andel & Wim Brands, Serendipiteit. De ongezochte vondst.
– ‘Stel, je bent in je ouderlijk huis op zoek naar je oude rolschaatsen of voetbalschoenen. Kelder, zolder, berging, garage, alle mogelijke stockplaatsen, meestal veel te veel. In de plaats van wat je zoekt vind je toch wel de liefdesbrieven van de oudertjes zeker. Of je dat nu een aangename vondst vindt of niet, je hebt hier te maken met een huiselijke vorm van serendipiteit. Een woord waarmee ik nog altijd moeite heb om het uit te spreken, door de Amerikaanse onderzoeker Julius Comroe beeldend omschreven als ‘het zoeken naar een speld in een hooiberg, en eruit rollen met een boerenmeid’. Of droger en wetenschappelijker geformuleerd, serendipiteit betekent iets ontdekken of uitvinden waar je niet naar op zoek was. Op die manier bijvoorbeeld kwam Alexander Fleming achter de bacteriedodende werking van penicilline.’
(Uit wetenschaapje Eindejaarskadootje, december 2015)


majo van ryckeghem
september 2017

Ook wit is een kleur

Tags

, ,

Ben jij ook van de generatie die het zilverpapier van de chocoladereep, die we met veel smaak opaten, spaarde voor de arme negertjes? Vroeg jij je ook af of die kindjes ginder ver weg in Afrika dan geen chocolade lustten? Misschien was het daar te warm en smolt die lekkernij onmiddellijk door de zon, bedachten we als mogelijke verklaring. Stak jij ook af en toe een centje in de spaarpot met een dankbaar knikkend zwart kopje, die menig winkeltoog sierde? Vervlogen tijden. Oh ja? Zijn die tijden wel zo vervlogen?

In de documentaire Wit is ook een kleur *, in 2016 gerealiseerd door Sunny Bergman, is er een passage waarin 4 à 5-jarige kindjes met uiteenlopende huidskleur voor een zwarte en een witte pop zitten. Ze krijgen vragen als: ‘Wie is volgens jou de mooiste en de slimste?’ ‘Wie is de baas?’. Ook bij een rij getekende figuurtjes, gerangschikt van wit naar diep gekleurd, komen dezelfde vragen.

Een meerderheid van de kinderen, ook de gekleurde, wijzen de witte pop en de bleke figuurtjes aan als de mooiste, braafste en slimste. Een zwart jongetje zegt zelfs: ‘Wit is de echte huidskleur.’ Deze jonge kinderen hebben geen weet van zilverpapier sparen voor arme negertjes, maar spiegelen toch het onderhuids racisme van de wereld waarin ze opgroeien. Een groot deel van de ouders is geschokt bij het zien van de reacties van hun kinderen.

Van waar dat neerkijken op mensen met donkere tinten, van waar die ingebakken witte superioriteit? Gloria Wekker schrijft in White Innocence **: ‘Geloven jullie nu echt dat vier eeuwen kolonialisme en slavernij geen sporen heeft nagelaten in ons denken, in onze gevoelens, in hoe we naar onszelf en de ander kijken?’. We pakken graag uit met onze joods-christelijke beschaving en vergeten dat deze ook slavernij, kolonialisme en de holocaust heeft voorgebracht. Onze witte blik is gekleurd. Dit ontkennen betekent opnieuw onze verantwoordelijkheid ontlopen.

Gloria Wekker Witte onschuld

Iemand voor wie de rode loper uitgerold is, heeft meestal geen besef van de eigen privileges. Aan het begin van haar documentaire spreekt Sunny Bergman enkele witte Nederlanders aan op hun witheid en graad van integratie. Een rare vraag vinden de meesten, die reacties van ongemak, onbegrip, zich aangevallen voelen en zelfs woede oproept. Dominante groepen houden er niet van om bekritiseerd te worden of tot onderzoeksobject gemaakt. Uit ons koloniaal verleden nemen we een superieure en paternalistische houding mee, waardoor we ongevoeliger zijn voor de situatie van gekleurde anderen. We gaan ervan uit dat onze witte ervaring universeel is.

Een paar voorbeelden van gekleurde mensen in deze film illustreren het verschil in beleving treffend. Een witte vrouw stapt met alle gemak een bordje ‘Verboden doorgang’ voorbij. Een onbekommerde vrijheid die haar gekleurde vriendin zich niet durft te veroorloven. Blauw op straat betekent voor witte mensen veiligheid, terwijl een gekleurde man getuigt dat hij door die verhoogde aanwezigheid van politiemensen meer gefouilleerd wordt, zich dus meer gecriminaliseerd en juist onveiliger voelt.

Een van de gevolgen van die koloniale erfenis is wat de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Adichie noemt The danger of a single story of Het gevaar van één enkel verhaal. In een doordringende ted talk *** legt ze met aansprekende voorbeelden uit hoe dit mechanisme werkt. Over dominante groepen gaan veel verhalen. Denken we maar aan alle Westerse histories en mythes die de wereld via televisie en internet overspoelen.

Niet-dominante groepen moeten het met single stories stellen: Afrikaanse mensen zijn enkel arm, lijden honger en zijn dus meelijwekkend, homo’s zijn enkel op zoek naar seksuele lust, vluchtelingen enkel uit op onze welvaart, werklozen enkel gericht op profiteren van de sociale zekerheid, moslims enkel van plan de hele wereld te islamiseren. Een single story neemt de waardigheid en uniekheid van mensen af en legt de nadruk op verschillen.
Het enkel verhaal schept afstand, verdeelt en heerst.

 

* https://www.vpro.nl/lees/columns/sunny-bergman/wit-is-ook-een-kleur
** citaat uit Anja Meulenbelt, Feminisme. Terug van nooit weggeweest en Het verschil. Zeventien actuele kwesties bekeken vanuit het feminisme.
In het najaar 2017 verschijnt Witte onschuld. Paradoxen van kolonialisme en ras van Gloria Wekker.
***https://www.ted.com/talks/chimamanda_adichie_the_danger_of_a_single_story/transcript (Nederlandse ondertiteling is aan te vinken)

 

majo van ryckeghem
augustus 2017