Oh wat zijn we bijzonder!

Tags

,

Ginkgo biloba

We plantten een baby ginkgo biloba autumn gold in ons voortuintje. Zijn pracht ontdekten en bewonderden we in het Arboretum van Wespelaar *. Een mannelijke schoonheid inderdaad. Gewaarschuwd als we waren voor een vrouwelijk exemplaar dat, alhoewel even verleidelijk als een mannetje, in het najaar niet te genieten is. Haar vruchten verspreiden dan een doordringende onappetijtelijke geur. Hondenkakachtig lichtte een vriendin toe die er eentje in haar buurt heeft staan. Ook liefde voor vrouwen kent haar grenzen.

Een ginkgo biloba is een boom met een fascinerende geschiedenis. De soort bestond al in de tijd van de dinosaurussen en draagt daarom de bijnaam levend fossiel. Ze trotseerden als enige variëteit uiteenlopende levensbedreigende gebeurtenissen. Zeven exemplaren overleefden zelfs de atoombom op Hiroshima. Duizendjarige ginkgo’s vertonen amper verouderingsverschijnselen en de traditionele Chinese geneeskunde maakt al eeuwen gebruik van hun geneeskrachtige eigenschappen. In het Westen kennen we voornamelijk de ondersteuning van het geheugen als toepassing.

Rond de tijd dat we de ginkgo planten lees ik: ‘In een of twee generaties ben je vergeten’. Als een natte dweil kletst die zin mij in het gezicht. Pets! Het contrast met de ginkgo’s kan niet groter. Er over doordenken en –voelen leidt naar een niet te ontlopen waarheid. Voor de vergetelheid zich voltrekt, kan er voor sommigen nog een derde generatie bijkomen, maar ook daarna is het voor hen over en uit. Het besef van deze realiteit confronteert ons nijpend met onze vergankelijkheid en ze levert een indringende les in bescheidenheid af. Wie ben ik … maar? Pets!

Piero Ferrucci schrijft in Vriendelijkheid. Als levenshouding en helende kracht – een pittig inspiratieboek in mijn leven – : ‘Het inzicht dat we niet zo belangrijk zijn als we dachten is wellicht pijnlijk, maar tegelijkertijd bevrijdend. De Amerikaanse president Theodore Roosevelt had de gewoonte om ’s nachts naar buiten te gaan en naar de sterren te kijken. Zo herinnerde hij zichzelf aan de onmetelijkheid van het universum. Aan het hoofd staan van een machtige natie gaf hem een heel ander gevoel wanneer hij het in de context van het sterrenstelsel plaatste.’

De auteur heeft het, naast de schrijnende kant van onze onbelangrijkheid, ook over het bevrijdend aspect ervan. ‘Onze impliciete en irrationele overtuiging dat we anders en speciaal zijn is een overblijfsel uit onze kindertijd die maakt dat we ons gedragen alsof we niet onderhevig zijn aan de algemeen geldende wetten en regels. Nederigheid betekent de dood van deze geheime innerlijke overtuiging.’

Het besef dat we niet het middelpunt van het universum zijn, brengt ons een behoorlijke stap dichter bij een ander basiselement van onze menselijke omgang met anderen, namelijk vriendelijkheid. Het bewustzijn dat we zowel even gewoon als even bijzonder zijn als iedereen noemt de schrijver een essentiële voorwaarde voor vriendelijkheid. ‘Hoe kunnen we ooit vriendelijk zijn als we diep vanbinnen denken dat wij speciaal zijn, dat we niet onderhevig zijn aan de wetten waar alle anderen aan moeten gehoorzamen?’.

Om dit inzicht, dat er andere mensen op de wereld zijn met gelijkaardige behoeften als wij zelf, op kleine en grote schaal om te zetten in daden kunnen we ons beroepen op de universele gouden regel: ‘Behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden’. **

Niet dat Winston Churchill in zijn kleine daden zo voorbeeldig was, maar om zijn grote bijdrage in onze bevrijding van het fascisme citeer ik hem hier graag: ‘We zijn allemaal wormen. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik een glimworm ben’. ***

* http://www.arboretumwespelaar.be/
** Zie ook wetenschaapje ‘De universele gouden regel’, 23 maart 2016.
*** Bron: Stiff upper lips. Waarom de Engelsen zo Engels zijn. Flip Feyten & Harry De Paepe.

 

majo van ryckeghem
november 2017

 

Advertenties

Verwacht het onverwachte

Tags

,

‘Laat ons morgen gaan picknicken.’
‘Ja maar, ze voorspellen regen.’
‘Dan kleden we er ons op en indien nodig vinden we wel een schuilhut waar we kunnen eten. Je weet hoe betrouwbaar die weerberichten zijn.’
‘Maar weet jij dan niet meer dat Ruben uit zijn laarzen gegroeid is.’
‘Neen, niet aan gedacht, maar we hebben nog de tijd om nieuwe te gaan kopen.’
‘Ja maar, we gingen vandaag toch …’

Herkenbare dialogen? Enthousiasme, energieke ideeën geblust door een koude ja-maar-douche.
Vastdenken.

Vastdenken, zij/hij denkt vast, vastgedacht.
Ja-maar-denken

staat tegenover

Omdenken, zij/hij denkt om, omgedacht.
Ja-en-denken.

De grondlegger van het omdenken is Berthold Gunster. * Bij omdenken kijk je naar de werkelijkheid zoals die is en naar de mogelijkheden en kansen die deze realiteit in de aanbieding heeft. Hij schrijft: ‘Ja-maar is bedenken wat zou moeten zijn, maar niet is. Ja-en is zien wat er is en wat je ermee zou kunnen.’ Omdenken is problemen gebruiken als inspiratiebron.

Omdenken 4

De toepassing van omdenken is eindeloos. Inzetbaar bij ernstige problemen in ons leven én in staat om iedere dag te kleuren en op te vrolijken.

Goede dag, een koffie aub 

Kinderen kunnen grandioos omdenken:

‘Ik kan het wel,
maar het lukt me nu alleen even niet.’

‘Opa, het is niet zo erg hoor dat jouw ouders zijn overleden.
Nu kan je wel doen waar je zelf zin in hebt.’

‘Durf je op de achtbaan, Maaike?
‘Dat weet ik niet mama, ik moet eerst proberen of ik het durf.’

Een wandeling in het park op een regenachtige dag.
Benjamin: ‘Het is vandaag al twee keer droog geworden.’

Voor mij zijn cryptogrammen, naast een speelse vorm van hersentraining, een zalige uitnodiging tot omdenken. De krant die uitpakt met de slogan ‘verwacht het onverwachte’ heeft in haar weekendeditie een verrukkelijke cryptogramuitdaging. Hier ten huize noemen we ze kareltjes naar hun bedenker Karel Vereertbrugghen. Zoek en geniet van dit pareltje: ‘Niet mama maar … de rozelaar. Zo vangt hij meer zon’. Het is de bedoeling om op de plaats van de puntjes de zin te vervolledigen op zulke manier dat er tevens een zinvol woord ontstaat. Hint: na mama mogen we papa verwachten. **

Nog enkele cryptogrammen:

De lage begroeiing op een Grieks eiland omvat alles = kos-mos
Dit doekje houdt je voor de gek = poetslap
Een flauw argument van een moordenaar = dooddoener
Eenmaal hier was de wagen snel vertrokken = auto-snel-weg
Begint met t, eindigt met t, en zit vol met t = theepot
Een kareltje: halfdoorbakken informatiebron = medium

omdanAls uitsmijter mijn omdenkfavoriet:

Relax, nothing is under control.

 

* www.omdenken.nl voor meer info over Berthold Gunsters boeken en workshops.
** ‘Niet mama maar papa verplant de rozelaar. Zo vangt hij meer zon’. Het woord is dus papaverplant.

 

majo van ryckeghem
oktober 2017

Er is een steen geboren

Tags

, , , ,

boos meisje

Het absurde idee je nooit meer te zien is nu niet bepaald een boektitel die associaties oproept met het werkwoord genieten. Toch is het wat ik doe bij het lezen van dit boek van Rosa Montero, een Spaanse journaliste, romanschrijfster en leeftijdsgenote. Op het raakvlak tussen fictie en non-fictie schept ze een filosofisch en feministisch kader rond een aantal auto- en biografische data. Ze doet dit in een literair aantrekkelijke taal, gekruid met fijnzinnige humor. Voor mij een ideale cocktail.

Haar vertrekpunt is het dagboek van Manya Sklodowska, over de dagen voor en na het plotse overlijden van haar man Pierre Curie, toen zij 39 jaar was. Subtiel doorweeft ze het levensverhaal van de wetenschapster met haar eigen pijnlijke ervaringen bij het overlijden van haar man.

Lezen over de strijd van Marie Curie voor de erkenning van haar ongelooflijke inzet en kwaliteiten als onderzoekster, doet onvermijdelijk de bedenking opkomen dat de tegenstand een veel magerder beest zou zijn geweest als ze tot de mannelijke kunne had behoord. Zelfs voor een relatie met een getrouwde collega-wetenschapper kreeg zij de hele rekening gepresenteerd, tot en met het neersabelen van haar briljante prestaties op onderzoeksvlak. Ondanks het feit dat hij wegens getrouwd de overspelige was en zij een weduwe, ontsnapte hij de dans.

Het leven van Marie Curie speelde zich af te paard op het jaar 1900. Een tijd dat het patriarchaat in de westerse samenleving nog openlijk en in volle glorie kon beleden worden. Dat patriarchaat dat, vanuit kortzichtig eigenbelang en gebrek aan empathie voor de situatie van vrouwen en van mannen aan de onderkant van de maatschappelijke ladder, vele levens terroriseerde. Maar is het wel gerechtvaardigd om hier de verleden tijd van het werkwoord te gebruiken?

Het rapport van de Verenigde Naties uit 2014 dat de tien landen vermeldt waarin de omstandigheden voor vrouwen het slechtst zijn, is absoluut niet hoopgevend. Afghanistan staat bovenaan deze schokkende lijst. Het is het enige land ter wereld waar meer vrouwen zelfmoord plegen dan mannen. Rob Vreeken, een Nederlandse journalist, schrijft over Afghaanse vrouwen: ‘Als een vrouw de berg afkwam met haar pasgeboren baby – in de linkerarm het kind, en in de rechterarm een bos sprokkelhout – en het was een meisje, dan ging ze beschaamd het huis binnen. “Er is een steen geboren”, stelde de schoonfamilie dan teleurgesteld vast.’ *

De tweede in die trieste rij is de Democratische Republiek Congo, waar verkrachting als oorlogswapen dient en de gruwel zover gaat dat zonen gedwongen worden hun moeder te onteren. Vervolgens komt Irak. Saddam Hussein stelde basisrechten in voor vrouwen waardoor dat land ooit het hoogste aantal geletterde vrouwen in de Arabische wereld telde. Dit effect is nu compleet teniet gedaan, in die mate zelfs dat dit aantal nu tot het laagste gezakt is. Vervolgens treffen we Nepal, Soedan, Guatemala, Mali, Pakistan, Saudi-Arabië en Somalië aan.

In deze opsomming schuilt het gevaar dat, wat we in het westen zo gemakkelijk doen, de islam het etiket van de grote boosdoener opgekleefd krijgt. ‘Wie onderdrukking van vrouwen en islam een op een aan elkaar koppelt, bagatelliseert de gure werkelijkheid in andere delen van de wereld’, schrijft Rob Vreeken in zijn boek Baas in eigen boerka: van Koran tot girlpower. En inderdaad in deze lijst treffen we ook landen aan die een overwegend christelijke, hindoeïstische en zelfs boeddhistische levensvisie aanhangen. Niet religie is de boosdoener, maar een verouderde traditionele visie op de vrouw-man-verhoudingen.

Najma Bin Laden, de eerste vrouw van, getuigt: ‘Saudi-Arabië heeft een uitgesproken patriarchaal systeem al sinds het begin der tijden. (…) Nadat Mohammed de basis had gelegd voor het islamitische geloof trad er een sterke verbetering op in het leven van vrouwen. De islam verbood het doden van meisjesbaby’s. Vrouwen kregen speciale financiële rechten, waaronder het recht op bezit. De islam beperkte het aantal vrouwen tot vier, met de belangrijke voorwaarde dat de man al zijn vrouwen op precies dezelfde manier moest behandelen.’

Wij westerlingen kunnen nu hoog van de toren blazen: veelwijverij, vrouwen die zich moeten inpakken om de seksuele lusten van mannen niet op te wekken en een rechtssysteem dat een man de vrije baan geeft om te doen wat hij wil met de meisjes en de vrouwen van zijn familie. Zulke excessen van dergelijke traditionele vrouw-man-opvattingen zien we hier inderdaad niet meer. Alhoewel. Zijn vrouwen hier wel zo vrij en gelijkwaardig aan mannen?

Wat met intrafamiliaal geweld? Wat met de loonkloof? Wat met dat onpraktische uniform als bewijs van vrouwelijkheid: lange haren, korte rokken, hoge hakken. Kies je voor comfortabele kledij en een sportief kapsel zoals ik, wat – toevallig? – nogal in de lijn ligt van de easy going mannelijke dresscode, dan valt ‘dag meneer’ je regelmatig te beurt. Wat met een maatschappij waarin een vrouwelijk model met verkrachting bedreigd wordt omdat ze het aandurft met behaarde benen aan een reclamecampagne deel te nemen? Ziedaar de westerse vrijheid en gelijkwaardigheid.

Laten we de vinger op de on-gelijkwaardigheid in de wereld houden, alert blijven voor de grote en kleine mistoestanden en ze signaleren. En laten we ons tegelijkertijd bewust zijn van de vooruitgang die dappere vrouwen, en steeds meer dappere mannen, teweegbrengen. Zoals Rula Ghani, de Afghaanse presidentsvrouw, in Ieper uitgenodigd door de Moeders voor Vrede, het verwoordt: ‘De verbetering van de situatie voor de vrouwen in Afghanistan is een lang proces, maar het gaat in de goede richting.’ ***

* In Anja Meulenbelt & Renée Römkens, Het F-boek. Feminisme van nu in woord en beeld, 2015.
** Uit Jean Sasson, Najwa & Omar Bin Laden. Mijn leven met Osama. Opgroeien in de schaduw van terreur, 2010.
*** https://mothersforpeace.be/

 

majo van ryckeghem
oktober 2017

Zeikwijven

Tags

,

Heverlee. We hebben het geluk aan een groen pleintje te wonen, met wat kinderspeeltuigjes en een paar banken. Wanneer we in onze keuken aan het huishouden zijn, gaat onze blik al eens die richting uit. Onvoorstelbaar vaak treffen we daar een plassende man aan. Sommigen doen niet eens de moeite zich volledig te fatsoeneren vooraleer ze ons hun vooraanzicht laten zien. Ooit ie-man-d veroordeeld voor deze vorm van zedenschennis en milieuvervuiling?

Amsterdam. Midden in de nacht. Een vrouw moet dringend en lost haar plas in een steegje. Ze ziet enkele agenten aankomen, maar kan niet meer stoppen. Ze vragen wat ze daar doet, wat maar al te duidelijk is. ‘Denk je echt dat ik hier voor de lol met mijn broek op mijn knieën zit? Er is geen enkele andere mogelijkheid in de buurt.’ Ze krijgt een boete van € 90 en volgende suggestie tot  ‘op/verlossing’ van de rechter: ‘Het is misschien niet prettig, maar je kan als vrouw ook in een urinoir plassen’. Hallo!?

Ben je deze dagen in Nederland en moet je dringend plassen? Risicovol, want het urinoir kan bezet zijn door vrouwen die dapper proberen de suggestie van de rechter in praktijk te brengen. Via de zoekterm ‘Zeikwijven plassen uit protest in urinoirs’ krijg je de kleurrijkste en meest hilarische beelden van deze actie voor meer toiletten voor vrouwen.

majo van ryckeghem
september 2017

Een ongezochte vondst

Tags

, , , ,

Gezellig in mijn eentje in de trein. Veel medereizig/st/ers kondigen zich niet aan. Zalige rust. Ik lees een interview met Lais Bodanzky, regisseuse van de net gelanceerde film Just like your parents, en stuit op een voor mij onbekende meetlat, de bechdeltest. Deze toets beoordeelt het aantal vrouwelijke personages in een film, hun plaats en interacties. De regisseuse zegt: ‘Die bechdeltest is bijna een provocatie en toont via objectieve informatie hoezeer onze maatschappij de vrouw als bijkomstig, als toeschouwster ziet’. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Hier wil ik meer over weten. Een nieuw wetenschaapje lonkt.

Op een schoteltje krijg ik vervolgens, via een ander krantenartikel, een futuristische versie van dit fenomeen gepresenteerd: ‘Mannen schrijven vaker over mannen. In het ene genre al wat meer dan in het andere: de grap is dat aliens die hun kennis van de aarde op Hollywoodfilms baseren, nogal zullen schrikken als ze zien dat meer dan 5% van de wereldbevolking vrouw is.’

De bechdeltest kreeg haar naam van Alison Bechdel, een Amerikaanse cartooniste. In een beeldverhaal van 1985 uit de serie Dykes to watch out for voert ze de stripfiguur Mo op. Dit personage vertelt dat ze alleen naar films kijkt waarin minstens twee vrouwen voorkomen, die met elkaar praten over een ander onderwerp dan mannen. De test is een informele toets die kan gebruikt worden om fictie, of op fantasie berustende films of verhalen, te testen op seksisme. Een film slaagt voor deze proef als ze aan de criteria van Mo voldoet. Hoewel oorspronkelijk bedacht voor films, is deze meetlat ook op andere verhalende media van toepassing, zoals computerspellen, stripverhalen en boeken.

Ongeveer de helft van alle films haalt een onvoldoende, maar er zijn ook andere dan seksistische redenen die dit falen kunnen verklaren. Sommige hebben weinig vrouwelijke personages in het script omwille van het verhaal of de omgeving, zoals in de benedictijnenabdij in The name of the rose. Een verhaal kan misogyn of hatelijk zijn ten overstaan van vrouwen door de denigrerende manier waarop deze worden voorgesteld, los van hun aantal of interacties. De bechdeltest valt dus te licht uit om individuele media te beoordelen, maar een algemene trend is er wel mee te achterhalen. *

Alison Bechdel

Nieuwsgierig geworden ga ik op zoek naar de vrouw die haar naam gaf aan de bechdeltest. Ze blijkt een alive and kicking en gevierde lesbische cartooniste te zijn. Van een heerlijk voorbeeld van serendipiteit gesproken.** Meer gegoogel en gegoochel levert me de Nederlandse versie van haar bejubelde autobiografische literaire strip Fun home op. Bij haar verschijnen in 2006 door Time Magazine verkozen tot Beste Boek van het Jaar, wat een unicum voor een graphic novel blijkt te zijn.

Uit het Time Magazine-wierookvat kringelt deze lof: ‘Een veelomvattend boek met een rijk taalgebruik en een nauwgezette beeldtaal. Dit autobiografische verhaal dat kernachtig en tegelijkertijd gedetailleerd is, is zo boeiend en meeslepend dat het voelt alsof je in Bechdels wereld leeft. Het is merkbaar dat er vele jaren werk in zitten. Behalve een ode aan de literatuur, een coming out en een coming of age, is Fun Home tevens een kroniek van de jaren zeventig.’ Deze literaire strip is nog steeds te koop, ook in een Nederlandse vertaling.

Jouw nieuwsgierigheid gewekt? Maak kennis met haar stijl en inhoud op de beeldige website van Alison Bechdel: http://dykestowatchoutfor.com/.

*- http://bechdeltest.com/
Een verduidelijkend filmpje vind je op https://feministfrequency.com/video/the-bechdel-test-for-women-in-movies/
– Voor de liefhebsters/hebbers: aanvullende criteria leveren de Mako Mori test en de Sexy Lamp test https://fanlore.org/wiki/Sexy_Lamp_Test 
**- Pek van Andel & Wim Brands, Serendipiteit. De ongezochte vondst.
– ‘Stel, je bent in je ouderlijk huis op zoek naar je oude rolschaatsen of voetbalschoenen. Kelder, zolder, berging, garage, alle mogelijke stockplaatsen, meestal veel te veel. In de plaats van wat je zoekt vind je toch wel de liefdesbrieven van de oudertjes zeker. Of je dat nu een aangename vondst vindt of niet, je hebt hier te maken met een huiselijke vorm van serendipiteit. Een woord waarmee ik nog altijd moeite heb om het uit te spreken, door de Amerikaanse onderzoeker Julius Comroe beeldend omschreven als ‘het zoeken naar een speld in een hooiberg, en eruit rollen met een boerenmeid’. Of droger en wetenschappelijker geformuleerd, serendipiteit betekent iets ontdekken of uitvinden waar je niet naar op zoek was. Op die manier bijvoorbeeld kwam Alexander Fleming achter de bacteriedodende werking van penicilline.’
(Uit wetenschaapje Eindejaarskadootje, december 2015)


majo van ryckeghem
september 2017

Ook wit is een kleur

Tags

, ,

Ben jij ook van de generatie die het zilverpapier van de chocoladereep, die we met veel smaak opaten, spaarde voor de arme negertjes? Vroeg jij je ook af of die kindjes ginder ver weg in Afrika dan geen chocolade lustten? Misschien was het daar te warm en smolt die lekkernij onmiddellijk door de zon, bedachten we als mogelijke verklaring. Stak jij ook af en toe een centje in de spaarpot met een dankbaar knikkend zwart kopje, die menig winkeltoog sierde? Vervlogen tijden. Oh ja? Zijn die tijden wel zo vervlogen?

In de documentaire Wit is ook een kleur *, in 2016 gerealiseerd door Sunny Bergman, is er een passage waarin 4 à 5-jarige kindjes met uiteenlopende huidskleur voor een zwarte en een witte pop zitten. Ze krijgen vragen als: ‘Wie is volgens jou de mooiste en de slimste?’ ‘Wie is de baas?’. Ook bij een rij getekende figuurtjes, gerangschikt van wit naar diep gekleurd, komen dezelfde vragen.

Een meerderheid van de kinderen, ook de gekleurde, wijzen de witte pop en de bleke figuurtjes aan als de mooiste, braafste en slimste. Een zwart jongetje zegt zelfs: ‘Wit is de echte huidskleur.’ Deze jonge kinderen hebben geen weet van zilverpapier sparen voor arme negertjes, maar spiegelen toch het onderhuids racisme van de wereld waarin ze opgroeien. Een groot deel van de ouders is geschokt bij het zien van de reacties van hun kinderen.

Van waar dat neerkijken op mensen met donkere tinten, van waar die ingebakken witte superioriteit? Gloria Wekker schrijft in White Innocence **: ‘Geloven jullie nu echt dat vier eeuwen kolonialisme en slavernij geen sporen heeft nagelaten in ons denken, in onze gevoelens, in hoe we naar onszelf en de ander kijken?’. We pakken graag uit met onze joods-christelijke beschaving en vergeten dat deze ook slavernij, kolonialisme en de holocaust heeft voorgebracht. Onze witte blik is gekleurd. Dit ontkennen betekent opnieuw onze verantwoordelijkheid ontlopen.

Gloria Wekker Witte onschuld

Iemand voor wie de rode loper uitgerold is, heeft meestal geen besef van de eigen privileges. Aan het begin van haar documentaire spreekt Sunny Bergman enkele witte Nederlanders aan op hun witheid en graad van integratie. Een rare vraag vinden de meesten, die reacties van ongemak, onbegrip, zich aangevallen voelen en zelfs woede oproept. Dominante groepen houden er niet van om bekritiseerd te worden of tot onderzoeksobject gemaakt. Uit ons koloniaal verleden nemen we een superieure en paternalistische houding mee, waardoor we ongevoeliger zijn voor de situatie van gekleurde anderen. We gaan ervan uit dat onze witte ervaring universeel is.

Een paar voorbeelden van gekleurde mensen in deze film illustreren het verschil in beleving treffend. Een witte vrouw stapt met alle gemak een bordje ‘Verboden doorgang’ voorbij. Een onbekommerde vrijheid die haar gekleurde vriendin zich niet durft te veroorloven. Blauw op straat betekent voor witte mensen veiligheid, terwijl een gekleurde man getuigt dat hij door die verhoogde aanwezigheid van politiemensen meer gefouilleerd wordt, zich dus meer gecriminaliseerd en juist onveiliger voelt.

Een van de gevolgen van die koloniale erfenis is wat de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Adichie noemt The danger of a single story of Het gevaar van één enkel verhaal. In een doordringende ted talk *** legt ze met aansprekende voorbeelden uit hoe dit mechanisme werkt. Over dominante groepen gaan veel verhalen. Denken we maar aan alle Westerse histories en mythes die de wereld via televisie en internet overspoelen.

Niet-dominante groepen moeten het met single stories stellen: Afrikaanse mensen zijn enkel arm, lijden honger en zijn dus meelijwekkend, homo’s zijn enkel op zoek naar seksuele lust, vluchtelingen enkel uit op onze welvaart, werklozen enkel gericht op profiteren van de sociale zekerheid, moslims enkel van plan de hele wereld te islamiseren. Een single story neemt de waardigheid en uniekheid van mensen af en legt de nadruk op verschillen.
Het enkel verhaal schept afstand, verdeelt en heerst.

 

* https://www.vpro.nl/lees/columns/sunny-bergman/wit-is-ook-een-kleur
** citaat uit Anja Meulenbelt, Feminisme. Terug van nooit weggeweest en Het verschil. Zeventien actuele kwesties bekeken vanuit het feminisme.
In het najaar 2017 verschijnt Witte onschuld. Paradoxen van kolonialisme en ras van Gloria Wekker.
***https://www.ted.com/talks/chimamanda_adichie_the_danger_of_a_single_story/transcript (Nederlandse ondertiteling is aan te vinken)

 

majo van ryckeghem
augustus 2017

 

 

 

 

Malta, ten points

Tags

, ,

Rainbowindex 2017

Jaarlijks publiceert de Europese holebi- en transgenderorganisatie ILGA-Europe een Rainbowindex *, die alle Europese landen rangschikt naar hun holebi- en transgender-vriendelijkheid in hun wetgeving en beleid.

Op de ranking van mei van dit jaar neemt België de vierde plaats in. In 2016 stond ons land tweede na Malta, dat nu terug de hoofdprijs wint. Dat de nieuwe Transwet ** nog niet gestemd was op het moment van deze registratie is een van de redenen van onze lagere positie.

Ook het feit dat een nieuw interfederaal actieplan tegen holebi- en transfobie op zich laat wachten heeft de rangschikking van België op de Rainbowindex negatief beïnvloed.

Daarnaast is het niet verankeren van de antidiscriminatiewetgeving in de grondwet, waar ons land achterloopt op sommige Europese landen, een ander bepalend minpunt.

Deze enkele bedenkingen mogen niet in de weg staan van dankwoorden aan allen die zich de voorbije decennia hebben ingezet voor de vele wetten die de levenskwaliteit van holebi’s en transgenders verbeteren, en België toch maar mooi op de vierde plaats van deze index doen belanden.

Rainbowindex 2017.png Grafiek

Nu is het aan ieder van ons om onze steen bij te dragen tot de noodzakelijke mentaliteitsverandering om deze wetten van droge letters naar een gelijkwaardige benadering van mensenlevens om te zetten .

* https://rainbow-europe.org/country-ranking
** https://cavaria.be/nieuws/nieuwe-transwet-kan-belgie-koploper-maken-in-europa

majo van ryckeghem
augustus 2017

 

 

Op stap met tante betje en marcelleke

Tags

, , ,

Wetenschaapjes 1 is uit *. De hoofdmoot van mijn secretariaatswerk om mijn papieren schapen in de wei van hun fans los te laten zit erop. Tijd om terug aan de schrijfslag te gaan en zin in weer eens een lichtvoetig taalschaap.

Tijdens het persklaar maken van mijn bundel jaag ik nog eens de spellingscontrole door mijn kudde. Blijkt dat ik de tantebetjeregel overtreden heb. Grappige term die flitsen herinneringen oproept aan mijn tante Betje, een zus van mijn moeder en mijn doopmeter. Aan de basis van de naam van deze stijlfout ligt de taalpurist Charivarius. In zijn taaladviesboek van 1940 Is dat goed Nederlands? uit hij zijn ergernis over deze taalfout die hij steevast tegenkomt in de brieven van zijn tante Betje.

Na het feest komt de afwas. Deze intro laat zich prettig en gemakkelijk schrijven, dat wel. Maar nu komt de kat op de koord. Aan mij om deze stijlfout uitgelegd te krijgen. Daar gaan we. Eerst wat jargon spuien, gevolgd door een paar verhelderende voorbeelden. De tantebetjeconstructie ontstaat als twee hoofdzinnen aan elkaar gekoppeld zijn met ‘en’, ‘want’ of ‘maar’ en in de tweede zin onderwerp en werkwoord ten onrechte omgedraaid zijn. Het eerste type tantebetjes gaat als volgt: ‘We gaan straks naar de speeltuin en komen we pas na het avondeten thuis.’ Weinig gevaar voor deze stijlfout, want we voelen meteen dat deze constructie tegenwringt.

De tweede categorie vinden we in: ‘Met genoegen laat ik u weten dat u verkozen bent tot prijsbeest van het jaar, en hoop ik dat u uw prijs zelf in ontvangst komt nemen’. Grammaticaal klopt de tweede zin, maar de betekenis is onjuist. Ze suggereert dat de ik-persoon met genoegen hoopt op de aanwezigheid van de gevierde op de prijsuitreiking. Correct is: ‘Met genoegen laat ik u weten dat u verkozen bent tot prijsbeest van het jaar, en ik hoop dat u uw prijs zelf in ontvangst komt nemen’. Ik vermoed dat Charivarius in zijn tantes brieven vooral last had van dit soort tantebetjes, want het derde type is even duidelijk fout als de eerste categorie. **

Tante Betje brengt ons bij de volgende – in Nederland dan – beroemde tante, namelijk tante Agaath. De tanteagaathregeling is volgens het boek Binnenhof-bargoens van Emile Bode en Menzo Willems een vondst van PvdA-politicus Rick van der Ploeg. De constructie zou genoemd zijn naar zijn Engelse tante Agatha, die zijn ‘suikertante’ was. Deze regeling maakt het fiscaal aantrekkelijk om geld te steken in startende ondernemingen.

Mijn nieuwsgierigheid naar nog meer op eigennamen gebaseerde regels en voorwerpen is gewekt. Mijn zoektocht levert er nog wat leuke op. Wat te denken van het marcelleke? Ter lering ende vermeack van de Nederlandse medemens, voor wie dit kledingstuk eerder onder het droge singlet dan onder zijn sympathieke naam bekend is: het is een mouwloos, aan de hals uitgesneden onderhemdje, in warme en festivalachtige omstandigheden ook gedragen als T-shirt. Volgens de legende zou het marcelleke zijn naam te danken hebben aan de bokser Marcel Cerdan. Meer waarschijnlijk is dat de naam in de 19de eeuw ontstaan is toen de Etablissements Marcel het kledingstuk in serie fabriceerden.

Ik lees de net verschenen, aangrijpende autobiografie Je ziet mij nooit meer terug van Sonja Barend en kom uit bij de volgende passage: ‘De hoofdverpleegster zei: ‘Je hebt een heel goede dokter, maar dokters kunnen geen wonden verbinden. Als-ie straks weg is, doe ik het opnieuw en dan zit het lekkerder voor je en zie je er meteen een stuk beter uit. Ik geef je een jantje, dat is prettig. Weet je niet wat een jantje is? Dat is een klein kussentje om tegen je wond te houden. Als je eenmaal met zo’n kussentje slaapt, kun je er niet meer buiten.’

In hetzelfde boek ontdek ik tot mijn aangename verrassing dat een voor mij tot nu toe naamloos maar mijn hele leven lang al zeer nuttig voorwerpje toch een naam heeft: een willemientje, ook gekend onder thread needle of draaddoorsteker.

wielemientje, draaddoorsteker, threader

Sonja Barend vond het in het naaimandje van haar net overleden moeder en ze beschrijft het als: ‘het metalen dingetje waarmee je zo handig een draad door het kleine gaatje van de naald kunt halen’.

Al dat gelees en geschrijf rond stijl- en andere taalfouten maakt mij wat onzeker over hoe ik het ervan afbreng zonder een gedegen opleiding tot germaniste. Anderzijds vind ik het heel prettig om mijn eigen woorden te scheppen en het geslacht of genus van begrippen volgens mijn aanvoelen toe te passen. In verband met dit laatste ontdek ik in het boek Hoe bereidt je een paard? & andere onuitroeibare taalfouten van Friederike de Raat dat ik lijd aan de haarziekte. Volgens deze schrijfster grijpen mensen die het spoor bijster zijn betreffende mannelijke en vrouwelijke woorden ten onrechte nogal eens naar ‘haar’.

Ik doe dat ook, maar niet ten onrechte. Vanuit esthetisme, feminisme en lui-isme doorsta ik regelmatig met genoegen en overtuiging een aanval van de haarziekte. Zo heb ik in bovenstaande tekst de term ‘de zin’ vanuit deze drie –ismen vrouwelijk gemaakt, terwijl ‘haar’ geslacht volgens de regels van de spellingskunst mannelijk is. ‘De zin, ze suggereert…’ klinkt mooier, is esthetischer vind ik, maar dat is discutabel natuurlijk. Verder hoef ik onder invloed van deze kwaal het genus van het woord niet op te zoeken. En, last but not least, lever ik een piepkleine bijdrage aan het meer zichtbaar maken van het vrouwelijke in de taal.

* Wetenschaapjes 1, een bundeling van mijn eerste 26 wetenschaapjes is voor € 10 te koop. Interesse? Laat het me weten via wetenschaapjes@gmail.com
** Voor meer uitleg: https://onzetaal.nl/taaladvies/tante-betje

 

majo van ryckeghem
juli 2017

 

 

Wees zelf de verandering die je in de wereld wilt zien (Ghandi)

Tags

, , , , ,

Tien jaar geleden kwamen de boeken en ideeën van Ervin Laszlo, Hongaars wetenschapsfilosoof, op mijn pad. Nu klap ik zijn autobiografie Gewoonweg geniaal! dicht en denk ‘wow!’, en ‘wat moet het fantastisch zijn je talenten zo ruim in de wereld te kunnen inzetten’, vervolgens ‘zou het me lukken enkele van zijn ideeën over de bewustzijnsverschuiving die nodig is om te komen tot een rechtvaardiger wereld in een wetenschaapje te gieten?’.

Ik aarzel… en dan poppen volgende zinnen uit zijn autobiografie op: ‘Bloggen op het internet is niet iets om lichtvaardig van de hand te wijzen: het is een prima manier om steeds meer mensen te bereiken. Veel grotere getallen dan via boeken of zelfs e-books, maar het contact is vluchtiger. Een oud blog is nieuws van gisteren en zelden interessant. Het kan echter toch van duurzaam belang zijn, dacht ik, als het blog het juiste thema behandelt, en op de juiste website.’

smileyEn ik spring.

In 1968 richten Europese wetenschappers de Club van Rome op om hun bezorgdheid over de toekomst van de wereld naar buiten te brengen. Ervin Laszlo sluit zich aanvankelijk aan, maar raakt gefrustreerd door het gebrek aan tastbare veranderingen. Hij ervaart de Club als te elitair, zonder politieke en economische macht, en zoekt met gelijkgestemden naar een werkbaar tegengewicht. ‘Naast de door de rationele, verbale en rechtlijnige linkerhersenhelft gedomineerde huidige leden is het daarvoor nodig de groep aan te vullen met mensen die meer vertrouwen op hun intuïtieve, holistische rechterhersenhelft, zoals kunstenaars, schrijvers, zangers en spirituele leiders’, stelt hij. ‘We moeten door zien te dringen tot de harten van de mensen en niet alleen tot het verstand van hun leiders.’

In 1996 richt hij samen met de Dalai Lama, aartsbisschop Tutu, Jane Goodall, Paolo Coelho en anderen de Club van Boedapest op. Hun Manifest voor mondiaal bewustzijn verwoordt hun doelstellingen en wegen om te komen tot een mondiale verschuiving naar een meer rechtvaardige, duurzame en vredevolle wereld. Dergelijke wereldverschuiving heeft als basis een verandering in ons bewustzijn nodig.

In een interview zegt Ervin Laszlo hierover: ‘Oude overtuigingen zijn onder andere: we zijn allemaal afzonderlijke individuen; de waarde van alles, mensen inbegrepen, kan in geld worden uitgedrukt; de natuur is onuitputtelijk; de weg naar vrede loopt via oorlog.’  Of zoals de Dalai Lama het, vrij vertaald, verwoordt: ‘Mensen zijn geschapen om van te houden. Dingen zijn gemaakt om te gebruiken. De wereld is in chaos omdat we van dingen houden en mensen gebruiken.’

Nieuwe uitgangspunten zijn onder andere: wij mensen vormen één geheel en zijn wederzijds afhankelijk van elkaar; nieuwe dingen omwille van het nieuwe leidt tot verspilling en overconsumptie en maakt in sommige gevallen het leven alleen maar ingewikkelder, stressvoller en ongezonder; het nastreven van niet-materiële waarden, zoals vrede, duurzaamheid, verbondenheid, welzijn, zijn onderdeel van een verantwoordelijke planetaire levenswijze. Denken vanuit eenheid en onze oude denkpatronen achterlaten, leggen de basis voor een andere manier van doen.

Uit de laatste evoluties in de kwantumwetenschappen blijkt dat onze hersenen in staat zijn tot een dergelijk wereld- of kwantumbewustzijn. Ons brein ontvangt niet alleen informatie via onze zintuigen, maar ook rechtstreeks vanuit de wereld om ons heen waarmee we allemaal verbonden zijn. Wijzen, profeten, sjamanen en bepaalde wetenschapsbeoefenaar/ster/s erkennen al langer het bestaan van een ‘kosmisch internet’, het Akasha- of A-veld genoemd, als bron van onze intuïtie en ons innerlijk weten.

Uit Ervin Laszlo’s autobiografie leer ik dat Thomas Edison, de uitvinder van de gloeilamp en nog veel meer, in 1911 verklaarde: ‘Mensen zeggen dat ik dingen heb gecreëerd. Ik heb nooit iets gecreëerd. Ik ontvang indrukken uit het universum zelf en werk ze uit, maar ik ben niet meer dan de beschrijfbare plaat van een opnameapparaat, of een ontvangsttoestel. Gedachten zijn in feite indrukken die we van buiten onszelf opvangen.’ Ook Albert Einstein erkende het belang van een ‘ingeving’ of van iets ‘wat hem invalt’. Voor de rationele diehards, de kwantumwetenschappen leveren ondertussen de wetenschappelijke bewijzen voor dat kosmische informatieveld waar we allemaal toegang tot hebben.*

Ervin Laszlo ziet het kwantumbewustzijn als het volgende stadium in de evolutie van de menselijke geest, dat nu al te zien is in de ontwikkeling van een solidair, op vrede gericht en duurzaam gedachtengoed. ‘Het mondiale bewustzijn inspireert ons tot empathie met andere mensen en de natuur en doet ons onze eenheid met alles ervaren – het geeft ons de zekerheid van verbondenheid. Kwantumbewustzijn brengt ons het besef dat wij alles wat wij de natuur en andere mensen aandoen ook onszelf aandoen.’ Een stelling die grote religies en wereldvisies al eeuwenlang verwoorden in de ‘Universele gouden regel’. **

Ervin Laszlo noemt zichzelf een possibilist, wat hij omschrijft als een activist die zegt: ‘We hebben een kans en het ergste wat je kan doen is niets … Geïnformeerd activisme is de hoogste deugd van onze tijd. Het vertegenwoordigt de beste hoop dat het mogelijk is om zelf invloed te hebben op onze lotsbestemming en de wereld te creëren waarin we kunnen leven en die wij met een gerust geweten kunnen nalaten aan onze kinderen.’

* Zie http://ervinlaszlo.com; http://www.laszloinstitute.com/
** Zie ook wetenschaapje ‘De universele gouden regel’, maart 2016.

majo van ryckeghem
juni 2017