Als poëzie onverkoopbaar is, waarom doe je er dan aan?

Tags

, , , , , ,

‘Flitsbezorging maakt van ons allemaal krijsende kleuters.’ Deze titel geeft Anouk Geenen haar opiniestuk* mee dat gaat over de nieuwste evolutie in het verwennen van klanten bij het aan huis bezorgen van spullen. ‘Need-order-get’ is de filosofie van het bedrijf of laat me zeggen, om de term filosofie niet te zeer te schofferen, het oogmerk van de onderneming. Heb je zin in iets, bestel het en krijg het binnen de 10 minuten aan je deur geleverd. Binnen de 10’ !

Een journalist ging undercover bij de koerierdienst en stelde vast dat de klanten niet noodzakelijk druk bezette mensen waren die meteen een voorraad voor de week inslaan. Een flesje wijn ’s avonds of een doos roomijs, zelfs een banaan hoorde bij de bestellingen. Ook mensen die vlak naast een supermarkt wonen, maakten gebruik van dergelijke flitsbezorging.

Anouk Geenen schrijft: ‘Men kan zich afvragen of we hier daadwerkelijk te maken hebben met efficiëntie of met gemakzucht. Of liever: luiheid. (…) Ik wil iets en ik wil het nu. We verworden tot verslaafden die op zoek zijn naar een onmiddellijke fix. We trappen vol in de neoliberale val.’

En met door mij gesmaakte ironie besluit de opiniemaakster: ‘In de tijd die we uitsparen, kunnen we toch maar weer mooi even tien minuten mediteren voor de mentale rust’.

Het vragenlampje in mijn brein licht op. Zou er een link te vinden zijn tussen neoliberale belangen en spirituele waarden? Ik ga de uitdaging aan.

De econome Noreena Hertz noemt neoliberalisme in haar boek De eenzame eeuw. Het herstellen van menselijk contact in een wereld die steeds verder ontrafelt een bijzonder brute vorm van kapitalisme. ‘Het is een ideologie die waarde hecht aan een geïdealiseerde vorm van zelfredzaamheid, een kleine overheid en een meedogenloze competitieve mentaliteit, die het eigenbelang boven de gemeenschap en het gemeenschappelijk belang plaatst.’ Vermarkting en verzakelijking zijn de sleutelwoorden. Mensen staan in functie van ‘de markt’, zijnde de economie en de winst. Ze zijn de nieuwe machines, ‘human capital/menselijk kapitaal’, dag en nacht inzetbaar.

Wanneer zijn we het gewoon gaan vinden dat ‘top’voetballers onbevattelijke lonen uitbetaald krijgen en dat ze worden ‘gehuurd’ en ‘gekocht’, termen die ruiken naar slavernij? Wanneer zijn we het gewoon gaan vinden dat de Chinese zakenman Jack Ma, medeoprichter van het webbedrijf Alibaba, een ‘996’ als werkritme promoot: werkdagen van 9u ’s ochtends tot 9u ’s avonds en dit zes dagen per week? Wanneer zijn we het gewoon gaan vinden dat een medemens, geen robot, één enkele banaan binnen de 10’ aan onze deur aflevert? Consumentisme installeert de overtuiging dat luxe een goed is waar we recht op hebben en dat soberheid een vorm van zelfkwelling is.

De denker en filosoof Erich Fromm schrijft in zijn boek Een kwestie van hebben of zijn: ‘De economische groei bevrijdt de mens weliswaar van de strijd om het bestaan, maar ketent hem tegelijkertijd aan de overvloed’. In dit werk van 1976 vraagt hij zich af hoe we nog waarachtig mens kunnen zijn in een tijd waarin alles draait rond geld en bezit. De tentakels van dit proces hebben ondertussen zelfs de zogenoemde zachte sectoren als de welzijns-zorg en het onderwijs bereikt, die daardoor ook in de molen van de verzakelijking en het winstbejag belanden.

Langzaam beginnen we te zien dat deze leefwijze verwoestend is voor onze wereld en ontevredenheid creëert in plaats van het beloofde geluk. ‘Wees tevreden met wat je hebt’, stelt Piero Ferrucci in zijn boek Vriendelijkheid. Als levenshouding en helende kracht, ‘als we de waarde erkennen van wat we hebben, voelen we ons rijk en bevoorrecht. Erkennen we die waarde niet, dan voelen we ons arm en ongelukkig.’

Wakker worden, bewust zijn, zelfreflectie, aandacht voor de misleiding en de ontmenselijking van het systeem brengen ons richting spirituele waarden. De maatschappelijke oplossingen die de Britse onderzoeksjournalist George Monbiot aanreikt in zijn boek Uit de puinhopen. Een nieuwe politiek in een tijd van crisis, lopen niet uitdrukkelijk achter de vlag spiritualiteit, maar ze zijn wel gebaseerd op een diepe verbondenheid met de mensheid.

De waarden waarvan wij vinden dat ze ons leven de moeite waard maken vormen Monbiot’s vertrekpunt. Hij schrijft: ‘Je persoonlijke waarden kunnen wijsheid zijn en kracht, eerlijkheid en vrijheid. Dit betekent niet dat dit de enige zijn, laat staan dat je ze op ieder moment beleeft, maar ze weerspiegelen wel je intentie en je belangrijkste streven.’

Onze waarden groeperen zich rond een innerlijke of een uiterlijke pool. Wereldwijde onderzoeken tonen aan dat mensen met een grotere set van inwendige in vergelijking met uiterlijke waarden meer empathisch zijn, meer gericht op samenwerken en een grotere interesse hebben in mensenrechten en gelijkwaardigheid. Ze hebben meer zelfrespect en zijn gericht op het helpen van anderen. Degenen die meer focussen op status, beroemdheid, macht en weelde, dus op uiterlijke waarden, hebben meer te kampen met afgunst, angst, ontevredenheid en lopen meer risico op depressies dan mensen aan de andere kant van het spectrum.

Vraagt de journalist aan de dichter: ‘Als poëzie onverkoopbaar is, waarom doe je er dan aan?’

Waarden noemt Monbiot de grondslag van een werkbare politiek. Tegenover de neoliberale obsessie met competitie en extreem individualisme stelt hij een politiek van samenhorigheid en solidariteit. ‘Als ons doel is een vriendelijker wereld te creëren, dan moeten we in ons politiek verhaal die intrinsieke waarden inzetten die ons doel promoten: begrip, verbondenheid, gemeenschappelijk belang. Gaan voor waarden die niet te koop (horen te) zijn dus. Deze deugden zijn geen gebruiksgoederen, hebben geen marktwaarde en verkommeren in een marktgerichte samenleving.’

In het grote en luidruchtige verhaal lijkt het alsof wij mensen steeds verder uit elkaar drijven. Kijken we naar de stille acties van elke dag, dan zien we dat de meeste mensen streven naar verbondenheid en elkaar bijstaan in uiteenlopende situaties: van een plaats afstaan op de bus, over mensen begeleiden in een vaccinatiecentrum, tot massale hulp bieden om de gevolgen van de zware overstromingen van deze zomer te helpen lenigen. Alleen zien we deze inzet niet bij de hoofdtopics van het nieuws verschijnen en is er bij sommigen zelfs verwondering dat Vlamingen in Wallonië steun gaan verlenen …

* de Standaard, 21/08/21, p 23.

majo van ryckeghem
september ‘21

Een steen verlegd in een rivier op aarde

Tags

, , , , , ,

‘Het SQ of spiritueel quotiënt, heel nieuw voor mij, daar wil ik wel meer over weten.’
‘Als ik jouw wetenschaapje lees dan ben ik spiritueler dan ik dacht. Prettig.’
‘Een heel goede vondst om die drie Q’s op een rij te zetten, zo maak je het spirituele gewoner en haal je het van een ogenschijnlijk onbereikbare wolk.’

Deze aangenaam verrassende reacties op mijn vorig wetenschaapje Onze maten tonen aan dat onze spirituele intelligentie best wat meer bekendheid kan gebruiken. ‘We moeten het vreemde vertrouwd maken om het te kunnen herkennen’ schrijft Marjolijn van Heemstra in haar boek waarin ze het over buitenaardse intelligentie heeft *. Net zoals we de Grote en Kleine Beer pas kunnen onderscheiden aan de sterrenhemel als we weten waar en hoe we moeten kijken, zo gaat dat ook met het herkennen van aspecten van spirituele intelligentie.

Het is voor mij even zoeken tussen de vele mogelijke ingangspoorten om het spirituele in ons leven verder in beeld te brengen. Een weer eens niet toevallig toeval opent een geschikte deur. Ik overloop het lijstje van boeken die ik uitleende en zie John Izzo en zijn De vijf geheimen die je moet ontdekken voor je sterft. Bingo!

Misschien denk je nu: ‘Ah, weer zo’n typische titel van een zelfhulpboek van niet dertien maar wel honderd in een dozijn, neen, dank je’. Dat dacht ik aanvankelijk ook. Uit ervaring weet ik ondertussen dat ik in een boek dat op een of andere manier mijn aandacht trekt, toch best eens mijn neus steek om de sfeer op te snuiven. De eerste zinnen van Izzo’s voorwoord trekken me al over de streep. Geen enkel moment heb ik spijt van mijn aankoop, integendeel zelfs. En dit samen met de velen aan wie ik het ondertussen uitgeleend of aangeprezen heb.

Izzo’s vertrekpunt is fascinerend en wekt nieuwsgierigheid op: ‘Ik heb dit boek geschreven omdat ik mijn leven lang heb gezocht naar wat het betekent een vol en zinvol leven te leiden. (…) Er kwam een idee bij mij op: is het mogelijk dat we aan het eind van ons leven dingen ontdekken waar we veel profijt van zouden hebben gehad als we ze eerder hadden geweten?’

Om antwoorden op die vraag te krijgen ging hij op zoek naar wijze mensen met deze nuance: ‘Hoewel wijsheid vaak wordt geassocieerd met leeftijd, komt de ouderdom soms ook zonder wijsheid. Velen van ons kennen ouderen die verbitterd zijn over het leven en die weinig van hun lange leven lijken te hebben geleerd.’ Daarom vroeg Izzo aan 15.000 mensen in de VS en in Canada wie volgens hen wijze vrouwen en mannen waren in hun omgeving, waarbij hij wijsheid onderscheidt van kennis. Hij ziet ‘kennis als een verzameling feiten, terwijl wijsheid het vermogen is om te onderscheiden wat werkelijk belangrijk is en dit in je leven te integreren.’

Hij kreeg een overweldigende respons en interviewde uiteindelijk een selectie van 235 personen, bestaande uit een heel diverse groep tussen 59 en 105 jaar oud. Onder het motto: ‘We hoeven niet te wachten tot we oud zijn om wijs te worden’, stelde hij deze ervaren vrouwen en mannen vragen rond wat volgens hen echt belangrijk is in het leven en wat ze liever eerder hadden geweten. De antwoorden bestempelt hij als de vijf geheimen die we moeten kennen voor we sterven of voor het leiden van een goed leven **.

‘U moet weten wie u van binnen bent, uitvinden hoe uw gevoelens zijn en dat begrijpen. Dat is het begin van weten wie u bent. Als u weet wie u bent, is dat een basis voor uw hele leven. Als alles een mysterie voor u is, komt u in moeilijkheden.’

Zelfkennis, weten wie je bent door bewust te leven en zo te ontdekken wat je enthousiast maakt, je hart verwarmt en hoe je trouw kunt zijn aan jezelf, dat is het eerste geheim. Deze wijze mensen stellen ons voor regelmatig de tijd te nemen om drie belangrijke levensvragen te beantwoorden:
1. Volg ik mijn hart in wat ik dagelijks doe en ben ik trouw aan mezelf?
2. Is mijn leven gericht op de dingen die werkelijk belangrijk zijn voor mij?
3. Ben ik de persoon die ik in deze wereld wil zijn?

‘Ken uw eigen ik en heb de moed om je pad te volgen.’

Het volstaat niet om onszelf te kennen, we hebben ook de guts nodig om volop achter onszelf te gaan staan. Een 76-jarige man zegt: ‘Veel mensen hebben aan het einde van hun leven meer spijt van dingen die ze niet gedaan hebben dan van dingen die ze wel gedaan hebben.’ Durven tegen verwachtingen en gewoonten ingaan, betekent risico’s nemen. ‘Hoe zullen de reacties van onze ouders zijn als we er voor kiezen om geen kinderen op de wereld te zetten?’ vraagt een koppel zich af. ‘Familie is heel belangrijk voor mij, maar hoe kan ik dan mijn verlangen naar een vrouw beleven?’. Een vraag die een vrouw uit een gezin met streng religieuze opvattingen zich stelt.

Om ons lef op te krikken krijgen we drie adviezen mee van de geïnterviewden:
1. Besef dat moed tegenover angst staat en dat angst je leven lamlegt.
2. Als je een risico moet nemen, stel je dan het beste voor dat kan gebeuren en niet het ergste.
3. Vraag je af: zal ik aan het einde van mijn leven wel of niet spijt hebben van de stap die ik ga zetten? Of zoals de Pools-Duitse schrijver Tomasz Jedrowski het verwoordt: ‘Wat zou je met je leven doen als iedereen die je ooit kende er niet meer zou zijn en geld geen probleem was?’

De Navajo-traditie kent een prachtig verhaal.
Een oude Navajo vertelt zijn kleinzoon dat hij soms het gevoel heeft dat er binnenin hem een gevecht gaande is. Hij zegt dat het een gevecht tussen twee wolven is.
‘De ene wolf is slecht. Het is de wolf van woede, jaloezie, verdriet, spijt, hebzucht, arrogantie, zelfmedelijden, schuldgevoel, wrok, minderwaardigheid, superioriteit, angst om mijn lichaam en ziel te genezen, angst om succes te hebben, angst om de waarheden van anderen te onderzoeken, angst om in de mocassins van anderen te staan en om door hun ogen en hun hart glimpjes van hun realiteit te zien en om uitvluchten te verzinnen waarvan ik in mijn hart weet dat ze verkeerd zijn.
De andere wolf is goed. Het is de wolf van plezier, vrede, liefde, hoop, sereniteit, nederigheid, vriendelijkheid, empathie, geven om degenen die mij hebben geholpen – al waren hun pogingen niet altijd perfect – de bereidheid om mijzelf en anderen te vergeven, en beseffen dat mijn lot in mijn eigen handen ligt.’
De kleinzoon denkt erover na en vraagt: ‘Maar grootvader, welke wolf wint er?’
Zijn grootvader antwoordt: ‘De wolf die ik zelf te eten geef.

Kies om een liefdevol mens te zijn, is wat wijze mensen ons vervolgens aanraden. Het grote begrip ‘liefde’ vertaalt zich in de praktijk volgens mij op de eerste plaats in vriendelijkheid en dankbaarheid, ook voor jezelf en voor je eigen leven. De universele gouden regel, namelijk behandel een ander zoals jezelf behandeld wilt worden, is hierbij een grote hulp.

In zijn boek Vriendelijkheid. Als levenshouding en helende kracht haalt Piero Ferrucci een anekdote aan over de Engels-Amerikaanse schrijver Aldous Huxley (1894-1963), die hij een pionier noemt in het bestuderen van filosofieën en technieken die zich richten op de ontwikkeling van menselijke potentialiteiten. Op een lezing vlak voor zijn dood zegt Huxley: ‘Veel mensen vragen me wat nu de meest effectieve methode is om je leven te transformeren. Het is een beetje gênant, maar na al die jaren van onderzoek en experimenteren kan ik alleen maar zeggen: wees gewoon een beetje vriendelijker.’

Nog volgens Ferrucci is dankbaarheid de eenvoudigste manier om gelukkig en bijgevolg vriendelijk te zijn. Als we tevreden zijn met wat we hebben voelen we ons rijk en bevoorrecht. Erkennen we die waarde niet dan voelen we ons arm en ongelukkig. Het mag duidelijk zijn in welke gemoedstoestand het ons het best lukt om een vriendelijke, liefdevolle mens te zijn.

‘Laat morgen en gisteren het geluk van de huidige dag niet stelen, want we weten nooit wanneer we onze laatste zonsondergang zien.’

Hier en nu, meer moet dat niet zijn, in het wetenschaapje met deze titel ga ik dieper in op de gevolgen van in het verleden te blijven hangen en zorgelijk naar de toekomst te kijken. ‘Wie weet wiens hoofd tegen dan pijn zal doen’ is een uitdrukking uit mijn geboortestreek voor doemdenkers.

Het laatste geheim verwoordt zich zo:

‘De gelukkigste mensen die ik sprak wisten dat hun leven belangrijk was geweest, dat ze een bijdrage hadden geleverd aan het doorgeven van een betere wereld aan de volgende generatie. In de loop van hun leven ontdekten ze dat verbondenheid met iets groters het ware voedsel van de menselijke ziel is.
De ongelukkigsten hadden zich op zichzelf gericht, op het ontvangen van liefde, het verzamelen van dingen, status en roem.’

* Marjolijn van Heemstra, In lichtjaren heeft niemand haast. Een zoektocht naar meer ruimte in ons leven.
** De eerste druk is van 2009, bij een latere herdruk krijgt het boek als titel De vijf geheimen voor een goed leven.

majo van ryckeghem
augustus ‘21

Onze maten

Tags

, , , ,

‘Spiritualiteit voor dummies’, dat boek zou ik graag schrijven. Voor beginnelingen op het spirituele pad dus, zoals ik er zelf een ben. Ik droom er niet alleen van, het is een werk in uitvoering. Mijn ervaring over telkens dat stapje voorwaarts in woorden omzetten, mijn voortschrijdend inzicht mede-delen, daar is het mij om te doen.

De eerste vraag is uiteraard ‘wat is een spiritueel pad’? Het algemene antwoord hierop is dat dit de weg is die leidt naar zelfkennis en naar ‘worden wie je werkelijk bent’. Eckhart Tolle zegt hierover: ‘Jezelf leren kennen is, van alles wat je in het leven kunt doen, de meest boeiende weg die je kunt bewandelen. (…) Stel je leeft in het oude Griekenland en je vraagt je af wat de toekomst je zal brengen. Je besluit de tempel van Apollo in Delphi te bezoeken en het Orakel te raadplegen. Boven de ingang van deze heilige plaats staat gebeiteld: ‘Gnothi Seauton – Ken jezelf’. Het is goed mogelijk dat de meeste bezoekers deze kernspreuk lezen wanneer ze het gebouw binnenstappen zonder zich te realiseren dat deze woorden een veel diepere waarheid en wijsheid bevatten dan het Orakel hen ooit kan vertellen.’

In mijn zoektocht om meer vat te krijgen op het spirituele aspect van mijn leven leverde het ideeëngoed van Dana Zohar & Ian Marshall me een invalshoek die me aanspreekt. Hun boek Spirituele intelligentie. De kwaliteit die grenzen verlegt bracht me op het idee om onze maten hier als een ingangspoort te gebruiken.

Onze eerste maat is het IQ of Intelligentie Quotiënt, dat samen met de BMI of Body Mass Index waarschijnlijk tot onze meest bekende maten behoort. Bij de geboorte van het IQ, aan het begin van de vorige eeuw, in een maatschappij die verstandelijk-rationele capaciteiten hoog in het vaandel droeg, waren psychologen ervan overtuigd dat ze met het IQ dé norm, en zelfs een universeel geldende maatstaf, voor de menselijke vermogens hadden ontdekt. Hoe hoger het IQ, hoe intelligenter de persoon, dacht men toen.

In de jaren ’70 van die eeuw, vormden het afnemen en het interpreteren van IQ-tests, de WAIS (Wechsler Adult Intelligence Scale) voor volwassenen en de WISC (Wechsler Intelligence Scale for Children) voor kinderen, een ernstig onderdeel van mijn opleiding tot klinisch psychologe. Ik herinner me nog dat ik toen mijn hoofd brak over hoe men in ’s hemelsnaam de intelligentie van een op de steppe of in het regenwoud levende mens kon meten met een vraag als: ‘Wat zou u doen indien u op straat een geadresseerde brief zou vinden?’

Twintig jaar later, midden de jaren ’90, was het Daniel Goleman die met het EQ of het Emotioneel Quotiënt de emotionele intelligentie naast de kwaliteit van onze denkvermogens zette. Het EQ heeft met onze vermogens om te voelen en met empathie te maken. Een individu kan verstandelijk heel knap zijn, maar onbekwaam om invoelend om te gaan met anderen of omgekeerd kan een persoon zeer medelevend zijn, maar minderbegaafd qua denkvermogen.

Ons EQ is een noodzakelijk hulpmiddel om ons intellect optimaal te gebruiken. Onderstaande beschrijving van Damasio Antonio in zijn boek De vergissing van Descartes. Gevoel, verstand en het menselijk brein illustreert dat als de hersengebieden die ons gevoelsleven sturen beschadigd zijn, we minder effectief kunnen denken en moeilijker rationele beslissingen nemen.

‘Toen maakte ik kennis met de meest koelbloedige, minst emotionele persoon die men zich kan voorstellen. Een intelligente man van wie het praktische verstand desondanks zo aangetast was dat het in de verwikkelingen van zijn dagelijks bestaan tot een aaneenschakeling van beoordelingsfouten leidde en tot een voortdurende veronachtzaming van wat sociaal aangepast werd gevonden en hemzelf ten goede zou komen. Hij was volkomen gezond van geest, totdat een neurologische ziekte een bepaald deel van zijn hersenen verwoestte, waardoor hij van de ene dag op de andere ernstig tekortschoot in zijn vermogen om beslissingen te nemen. Hij beschikte nog steeds over alle hulpmiddelen waarvan we doorgaans denken dat ze voor rationeel gedrag noodzakelijk en voldoende zijn. Hij had de vereiste kennis en aandacht en ook zijn geheugen was toereikend; hij sprak vloeiend en kon berekeningen uitvoeren; hij was in staat abstracte problemen logisch te analyseren. Zijn onvermogen om beslissingen te nemen ging slechts met één belangrijk verschijnsel gepaard: een opvallende verandering in het vermogen om gevoelens te ervaren. De beschadiging van een bepaald deel van de hersenen had niet alleen zijn verstand ontregeld, maar daarnaast ook zijn gevoelsleven, en die samenhang was voor mij een aanwijzing dat het gevoel een wezenlijk deel van de machinerie van de rede was’

Bij de overgang van de 20e naar de 21e eeuw verschijnt onze derde maat op het toneel. Evoluties in het wetenschappelijk onderzoek laten toe te stellen dat er nog een belangrijke Q bestaat, namelijk het SQ of het Spirituele Quotiënt. Dana Zohar & Ian Marshall definiëren dit vermogen als volgt: ‘Met SQ bedoelen we de intelligentie waarmee we problemen van zingeving en waarde aanpakken en oplossen, de intelligentie waarmee we onze daden en ons bestaan in een ruime, vruchtbare, zingevende context plaatsen, de intelligentie waarmee we bepalen dat de ene handelswijze of levensweg zinvoller is dan de andere.’

Hou je van stilte? Ben je behoudend en principieel? Probeer je je emoties zoveel mogelijk onder controle te houden? Ben je positief ingesteld? Vind je het moeilijk om af te wijken van de norm, van het norm-ale? Ben je creatief? Ken je jezelf? Hou je van kinderen en van dieren en houden zij van jou? Sta je enthousiast in het leven? Heb je respect voor anderen en voor jezelf? Vinden mensen je jeugdig, maar niet kinderachtig? Denk je dat het leven zinloos is? Ben je je bewust van je zegeningen en ben je er dankbaar voor? Maakt verwondering deel uit van je dagelijks leven? Ben je blij geboren te zijn?

Dit vragenlijstje zou een onderdeel van een SQ-test kunnen zijn. Prachtig is dat we eigenlijk weten welke antwoorden ons spirituele quotiënt de hoogte doen ingaan en welke niet. Eigen-lijk, een woord dat het onderdeel ‘eigen’ bevat, of wezen-lijk, in het diepste van onszelf dus, wéten we welke handelwijze zinvoller is dan de andere en wat ons tot een beter mens maakt.

Dan Millman beschrijft deze ervaring in zijn boek De reizen van Socrates. ‘Vladimir Ivanoff bezat een imposante verzameling boeken en Sergej las van alles en nog wat. … Algauw deed Sergej een ontdekking die hem een schok bezorgde: bepaalde zinnen leken in zijn innerlijk een immense opslagplaats van inzichten te ontsluiten, in onderwerpen waarover hij zelf nooit had nagedacht, waardoor er vragen bij hem opkwamen die hij nooit had gesteld: ‘Wat is de zin van het leven? Wat zijn de kenmerken van een goed leven? Is de mens in zichzelf deugdzaam of egoïstisch?’ Soms moest hij een boek dichtdoen, zijn ogen sluiten en zijn hoofd tussen zijn handen nemen omdat zijn hart bonsde van opwinding – niet alleen vanwege de woorden die hij had gelezen, maar vooral vanwege de deuren die ze openden. Het was hem alsof hij vreemde landen in zijn eigen innerlijk ontdekte’.

Wetenschappelijk onderzoek kan systemen in de hersenen aantonen, centraal gelegen neurale verbindingen, die de neurologische basis vormen voor het IQ, EQ en SQ. Door deze hersenfuncties kunnen de drie Q’s samenwerken en elkaar ondersteunen, maar ze kunnen ook los van elkaar werkzaam zijn.

Voor spirituele intelligentie in de praktijk moeten we bij kleine kinderen zijn. Zij bezitten dit vermogen nog in een vorm die we als volwassenen in hoge mate verloren zijn. Ze nemen tijd en hebben volle aandacht voor hun activiteit van dat moment* en zijn niet, zoals wij volwassenen, half geconcentreerd op elfendertig dingen tegelijk, met een hopeloos versnipperd bewustzijn tot gevolg. Met hun onuitputtelijke waarom-vragen dagen ze ons uit om onze vanzelfsprekendheden met een frisse, kinderlijke blik en vanuit telkens andere invalshoeken te bekijken. Ze willen weten waarom ze geboren zijn, waar de wereld, het konijntje en de knuffel vandaan komen en waarom iets zo is en niet anders. Op hun manier zijn ze met de zin van leven en dood bezig.

Kleine kinderen zijn spirituele intelligentie in actie.
Een zonsondergang ademloos beleven en bij het einde van de voorstelling, één woord: ‘Nog!’.

* zie ook Wetenschaapje ‘

* zie ook Wetenschaapje ‘Hier en nu, meer moet dat niet zijn’, juni ‘21

majo van ryckeghem
juni ’21

Hier en Nu, meer moet dat niet zijn

Tags

, ,

In het hier en nu zijn. De essentie van dit idee ontglipte me lange tijd. Een mens moet toch plannen kunnen maken voor de toekomst en zich gebeurtenissen uit het verleden herinneren. Ik wist van de klok maar niet van de klepel.

Een behoorlijk aantal jaren ben ik in een grote boog rond het basisboek van Eckhart Tolle, De kracht van het Nu, gefietst. Bij Evert van de Ven, auteur van Een kennismaking met Eckhart Tolle, botste ik op deze hilarische herkenning: ‘En dan te bedenken dat ik aanvankelijk puur op het uiterlijk de Nederlandse uitgave links liet liggen. Het schreeuwende geel in combinatie met het gillende NU maakte zo’n overspannen indruk op me, dat ik alleen maar voelde: laten liggen en doorlopen.’

De corona-lockdown treedt in, katapulteert mij naar verstilling en meer leestijd, en ik verdiep me in … de boeken van Eckhart Tolle, die uitstekende hulpmiddelen blijken te zijn om de klok en de klepel samen te brengen.

Eerst en vooral helpt de auteur me om mijn al te rationele instelling te temperen door zijn leespubliek uitdrukkelijk uit te nodigen om te voelen en te ervaren wat hij schrijft en zijn ideeën niet enkel via het koppeke te benaderen. Hij doet dit door op bepaalde plaatsen het symbool ✽ in zijn tekst aan te brengen. In de inleiding van zijn boek zegt hij hierover: ‘Het symbool ✽ na bepaalde passages geeft aan dat je nu even zou kunnen ophouden met lezen en stil worden van binnen om de waarheid van wat je zojuist gelezen hebt te voelen en te ervaren. Op andere plaatsen in de tekst komt het waarschijnlijk vanzelf in je op om dat te doen’.

Tolle vertrekt vanuit: ‘Kan iets eigenlijk wel buiten het Nu om gebeuren? Het antwoord is duidelijk. Er is in het verleden nooit iets gebeurd. Het gebeurde in het Nu. In de toekomst gebeurt er niets. Toekomstige gebeurtenissen vinden plaats in het Nu.’

Over bepaalde aspecten van ons verleden kunnen we schuldgevoelens en spijt hebben, omdat we bijvoorbeeld iemand kwetsten zonder die intentie te hebben. ‘Had ik dit maar niet op die manier tegen haar gezegd.’  Of we slepen schaamte over vroeger met ons mee. ‘Die vernedering toen de kleuterjuf me vooraan in de klas te kijk zette nadat ik in mijn broek had geplast, die voel ik nog steeds.’ Of we lopen rond met kwaadheid en wrok over een kwetsuur die anderen ons aandeden. ‘Hij heeft echt op mijn ziel getrapt. Vergeten en vergeven, ik kan het niet.’

Twee zenmonniken, Tanzan en Ekido, wandelden langs een weg die heel modderig was door aanhoudende regen. In de buurt van een dorp aan de kant van weg stond een vrouw die er niet in slaagde om over te steken. Tanzan aarzelde niet, nam de vrouw op zijn rug en hielp haar zo naar de overkant.
De monniken stapten in stilte verder.
Vijf uur later, toen ze hun verblijf naderden, kon Ekido zich niet langer bedwingen. ‘Waarom droeg je die vrouw de straat over, Tanzan? Je weet toch dat wij monniken dat niet mogen doen!’ Tanzan antwoordde: ‘Uren geleden zette ik de vrouw neer. Draag jij haar nog steeds mee?’

Herinneringen aan vroegere ervaringen op zich zijn niet het probleem. Aangename geven kleur aan ons leven. Het gaat wringen als we in negatieve herinneringen of boodschappen uit het verleden blijven hangen en ze tot onderdeel van ons zelfbeeld maken. ‘Hadden mijn ouders mij maar geknuffeld, dan zou ik het daarmee nu niet zo moeilijk hebben.’ Dergelijke malende gedachten en dreinende gevoelens houden ons gevangen in een slachtofferbewustzijn. Daardoor blijven we ter plaatse trappelen – ‘Ik ben nu eenmaal geen knuffelaar’ – en zijn we blind voor de mogelijkheden die we in het nu hebben om ons eigen leven in handen te nemen.

Stel je hebt in een berichtje een grapje willen maken maar dat is niet goed aangekomen en je vriendin is gekwetst. De relatie zit gelukkig zo goed dat ze meteen laat weten dat ze niet happy is met je boodschap. Je voelt je schuldig en je hebt spijt van je blunder. Je kan vervolgens jezelf naar beneden halen: ‘Wat ben ik toch een stomme pipo! Waarom doe ik altijd zo’n domme dingen?’. Je kan de bal ook in haar kamp leggen: ‘Ach Nora is zo gevoelig’ of ‘Ze heeft niet zoveel zin voor humor’. Een andere mogelijkheid is, doen alsof je neus bloedt en hopen dat het ‘akkefietje’ zich vanzelf oplost. In die drie gevallen blijf je dit voorval op een of andere manier met je meedragen. Dat is niet zo als je je verontschuldigt en zegt dat haar krenken echt je intentie niet was en als je tegelijk kijkt hoe je in het vervolg attenter kunt omgaan met dat aspect van haar leven, waarin je vriendin blijkbaar kwetsbaarder is dan je had ingeschat.

Meer complexe ervaringen en trauma’s van vroeger vragen uiteraard een meer totale benadering, maar de essentie blijft. Voor je eigen welbevinden, ga niet in de slachtofferrol zitten, maar pak je problemen aan, los ze op en als je voelt dat je therapeutische hulp nodig hebt, ga ervoor.

Wat onze houding tegenover de toekomst betreft, uiteraard hoort plannen maken er bij, maar ons eindeloos zorgen maken over wat er allemaal mis zou kunnen gaan, is zeer ondermijnend. Ook ons geluk in de toekomst projecteren is niet zo’n goed idee. ‘Als ik een lief heb, dan …’. Uitgerekend vandaag krijg ik deze omdenker* in mijn mailbox: ‘Er is slechts één weg naar geluk: ophouden met je zorgen te maken over dingen waar je geen invloed op hebt’. Een citaat van Epictetus, stoïcijns filosoof uit de 1e eeuw na Christus.

De ervaring van in het hier en nu zijn is ons eigenlijk niet vreemd. Verdiept in een boek. Geconcentreerd bij het leren fietsen of skaten, of bij het klaarmaken van een nieuw recept. Dan zijn we in de flow en hebben even geen benul meer van wat er verder rondom ons gebeurt. In de abdij van Orval staat een machtige, eeuwenoude boom. Als ik bij die boom sta herken ik wat Tolle schrijft: ‘Je bent een moment lang bevrijd van tijd. Je komt in het Nu en daardoor neem je de boom waar zonder het scherm van het verstand.’ Ons koppeke kan op dat moment de rol van stoorzender opnemen en zich afvragen: ‘Welk soort boom zou dat zijn? En hoe oud?’, en weg is het in het nu genieten van de schoonheid en de uitstraling van dit prachtexemplaar.

In levensbedreigende noodsituaties treedt de bewustzijnsovergang van tijd naar aanwezigheid in het nu soms vanzelf op. Achteraf zijn we verbaasd hoe alert we reageerden, bijvoorbeeld bij iemand die zich zwaar verslikt, en zeggen we: ‘Op dat moment stond de tijd stil’.

Om in het nu te blijven of erin terug te komen helpen volgende vragen: Wat ontbreekt er op dit moment? Heb ik NU een probleem? En, is er vreugde, ongedwongenheid en lichtheid in wat ik doe? Want dat zijn de geschenken van in het hier en nu zijn: meer gemoedsrust, een eenvoudiger en lichter leven en een goed gevoel over jezelf.

Een zaakvoerder van een koffiebar in corona-tijd verwoordt het zo: ‘In feite moeten wij onszelf nu volledig heruitvinden. En eerlijk gezegd vind ik dat als ondernemer best fijn.’ Dat dit een lange tijd zijn manier van werken zal zijn, dat beseft hij ook. ‘Ik wil niet bezig zijn met einddata, die dan mogelijk toch niet gehaald worden. Dit is het nu. Enkel daarmee bezig zijn, brengt rust en is de enige manier om met de situatie om te gaan.’

* www.omdenker.nl. Zie ook het wetenschaapje ‘Verwacht het onverwachte, oktober 2017. 

majo van ryckeghem
juni 2021

Schaduwgevechten

Tags

, , , ,

‘Majo, ik herken er je Wetenschaapje over schaduw* in.’
‘Ja, dat klopt, je gaat te lijf bij een ander wat je in je eigen lijf niet onder ogen durft zien, wat in je schaduw zit.’

Enkele dagen nadat het Vaticaan heeft verkondigd dat homoseksualiteit zonde is en dat priesters geen homohuwelijken mogen inzegenen, heb ik, op de morgen dat de reacties hierop loskomen, een uitgebreid en boeiend WhatsAppgesprek met de buurvrouw, coronaveilig op anderhalve meter door de scheidingsmuur van onze beide livings. Het levert me het idee op voor dit Wetenschaapje.

Het zoveelste Vaticaanse mes in de rug van katholiek gelovige, maar eigenlijke alle, homoseksuele, lesbische en transgender mensen en hun omgeving. Dit gebeurt vijf maanden nadat paus Franciscus een kleine opening had gemaakt in de documentaire ‘Francesco’, waarin hij verklaarde dat homoseksuelen het recht hebben om een gezin te vormen. ‘Ze zijn kinderen van God. Ze moeten bij wet een samenlevingscontract kunnen afsluiten, zodat ze wettelijk beschermd zijn’, stelde hij toen nog.

De Franse socioloog Frédéric Martel schrijft in zijn boek Sodoma. Het geheim van het Vaticaan ** uit 2019: ‘Hoe vaker en feller iemand een anti-homoboodschap verkondigt, des te groter de kans dat diegene zelf homoseksueel is. Het roeptoeteren is een beproefde tactiek om de eigen homoseksualiteit, de eigen existentiële schizofrenie, het eigen dubbelleven te verbergen.’

Een homofoob discours om het geheim te maskeren. Zelfverloochening om het eigen vel te redden. Het klinkt als een doelbewuste strategie en dat kan het inderdaad zijn, maar het gaat niet altijd om opzettelijk mist spuien. Drie psychologische fenomenen zijn hier in het spel, namelijk de werking van schaduw, verinnerlijking en projectie.


Wanneer we opgroeien, nemen we waarden, normen en verwachtingen over van onze omgeving en van de maatschappij waarin we leven. Met bepaalde aspecten van onszelf zitten we in de verwachte lijn en daar krijgen we dan waardering voor. Andere kenmerken liggen moeilijker en leveren minder applaus op, zoals aantrekking voor een persoon van dezelfde sekse bijvoorbeeld. Om aanvaard te worden onderdrukken we, meestal onbewust, deze facetten van onszelf die afwijzing oproepen. We verdringen deze en brengen ze onder in het donkere deel van ons zijn. Ze vormen onze persoonlijke schaduw.

Schaduw heeft ook een positieve kant. Bewondering, bijvoorbeeld voor iemand die durft naar buiten komen met een zangtalent, kan ons laten zien dat we zelf wel meer met onze creativiteit uit onze pijp mogen komen.

Dus,
schaduwwerking in de negatieve zin is een eerste psychologisch mechanisme achter de afkeuring van homoseksuele, lesbische en transgender mensen in de maatschappij in het algemeen en in het Vaticaans verhaal. De eigen aantrekking voor iemand van hetzelfde geslacht niet toelaten, al of niet bewust uit schrik voor verwerping, komt in de persoonlijke schaduw terecht.


Hier bovenop dringt de verinnerlijking van de negatieve, afkeurende houding van de maatschappij, het tweede psychologisch mechanisme, extra diep de persoon en haar of zijn schaduw binnen.

Dit mechanisme van verinnerlijking vertrekt vanuit de heteronormaliteit in onze samenleving. Als een vrouw zegt: ‘Mijn lief heet Jo, Kris of Dominique’, gaan we vlugger aan een man denken dan aan een vrouw, terwijl bij een man een vrouwelijke partner in beeld komt. Heteronormaliteit is echter niet zo onschuldig als uit dit voorbeeld zou kunnen blijken, omdat ze er niet alleen van uitgaat dat heteroseksualiteit de ‘norm-ale’ seksuele gerichtheid is, maar ook dat ze een meer volwaardige en ‘natuurlijker’ seksuele oriëntatie is.

Heteronormaliteit brengt dus een uitgesproken negatieve lading in haar kielzog mee. Voor veel mensen, holebi’s en betrokkenen, is die maatschappelijke onderwaardering, die afkeuring, dat niet voor vol aanzien van de holebileefstijl, nog steeds heel problematisch. Homonegativiteit raakt persoonlijk op een diep niveau: niet te mogen zijn wie men is, geen bestaansrecht te krijgen als wie men is.

Het risico op verinnerlijking van die respectloze, laatdunkende houding is groot. De veroordeling en minachting laat diepe sporen na bij de geviseerden. Het vreet aan hun zelfvertrouwen en zelfrespect, waardoor ze met zelfhaat te kampen kunnen krijgen, met mogelijk zelfdoding tot gevolg. Andere negatief beoordeelde groepen zoals zwaarlijvige personen of mensen van kleur, of ook nu nog steeds vrouwen in het algemeen, kunnen met gelijkaardige gevolgen van verinnerlijking worstelen.

Dus,
er kan geen twijfel over bestaan dat de uitgesproken negatieve houding van de Rooms-Katholieke Kerk tegenover homoseksualiteit via dit mechanisme van verinnerlijking veel mensen extra pijnlijk raakt in hun diepste wezen. Een pijn die nog dieper in de schaduw verdwijnt, zowel bij de bedienaars van die Kerk, als bij haar gelovigen.


Dit negatief schaduwaspect – homoseksualiteit is verwerpelijk-, versterkt door de werking van verinnerlijking –ik ben verwerpelijk-, vormt de bron van de verontwaardiging over het gedrag van een ander en de afkeuring ervan. Een afwijzing die eigenlijk de projectie is van de zelfafwijzing, het derde psychologisch mechanisme. Je gaat te lijf bij een ander wat je in je eigen lijf niet onder ogen durft zien. Projectie in de psychologische betekenis ontstaat wanneer we eigenschappen of emoties van onszelf trachten te ontkennen, verbergen of verdringen door ze toe te schrijven aan iets of iemand anders.

‘Ik was als de dood dat ik lesbisch zou zijn. Ik wilde dat absoluut niet!’ vertelt Isabel. ‘En dus was ik het niet. Punt. Ik liet wel geen enkele gelegenheid voorbijgaan om lesbiennes verbaal onderuit te halen en belachelijk te maken. En zo ook mezelf.’  

Dus,
de samenwerking tussen deze drie psychologische mechanismen, schaduw-verinnerlijking-projectie, biedt een belangrijke verklaring voor de hoogoplopende emoties rond holebi’s en transgenders, en niet alleen in Vaticaanse middens. Het mag duidelijk zijn dat de omvang van de afkeuring in de omgeving van de persoon en de sterkte van de verinnerlijking ervan, de heftigheid van de projectie in grote mate bepaalt.


Wat we verdrongen hebben om te beantwoorden aan de verwachtingen van onze omgeving en wat in onze schaduw zit, kunnen we per definitie niet rechtstreeks zien. We krijgen onze schaduwaspecten onder ogen via onze reacties op anderen. Wanneer we emotioneel reageren op gedrag van anderen, kunnen we bijna zeker zijn dat onze schaduw in het spel is.

Hoe zit het dan met onze verontwaardiging over de houding van het Vaticaan? Veel mensen hebben geen goede herinneringen aan hun contact met bedienaren van die Kerk, als kind op scholen en internaten bijvoorbeeld. Ook al zijn er goede ervaringen, die wegen vaak niet op tegen de pijnlijke. Een aangetast rechtvaardigheidsgevoel, de confrontatie met onverdraagzaamheid en met hypocrisie kunnen ons terecht opstandig en kwaad maken. En daarnaast kan onze emotionele reactie een uitnodiging zijn om te kijken hoe tolerant we zelf zijn, hoe rechtvaardig, consequent, integer we oordelen als het over situaties gaat waar we ons niet zo nauw bij betrokken voelen.

Het is niet altijd prettig dat we de bron van onze irritatie over iemands gedrag niet bij de ander kunnen leggen, maar bij onszelf mogen zoeken. Als we irritaties en adoraties als uitnodigingen zien, uitnodigingen om onszelf beter te leren kennen, is er niets tegen dat we ons ergeren of in opperste verrukking zijn. We zijn vrij om op de invitatie in te gaan, maar als we dit poortje naar zelfkennis nemen, hoeven we onze zelfontkenning niet langer meer te projecteren op anderen en geen pijnlijk verraad te plegen, ook niet aan onszelf.


* Meer in ‘De vork in de schaduwsteel’ (Schaduw, deel 1) & ‘Mens, erger je’ (Schaduw, deel 2), te vinden op https://wetenschaapjes.wordpress.com : zoeken in Archief op mei 2015 en juni 2015.
** Frédéric Martel, Sodoma. Het geheim van het Vaticaan, 2019, https://historiek.net/sodoma-geheim-van-het-vaticaan-frederic-martel/107538/
Frédéric Martel in De Afspraak, VRT, op 25/02/19: https://www.youtube.com/watch?v=LBdwCjz-d2Q


maart 2021
majo van ryckeghem

Ik ontdek Vivian Gornick

Tags

Ik ontdek Vivian Gornick.
Haar boek ‘Een vrouw apart en de stad. Een memoir’ plant zich pal op mijn pad.

Midscheeps raakt me haar verhaal over Alice, een schrijfster die op haar vijfentachtigste behoeftig wordt en naar een seniorencomplex verhuist.

‘Twee weken na haar verhuizing ging ik bij Alice op bezoek. Verspreid over de hal, die zachtgeel geschilderd was en ingericht met banken en tweezitters in felle kleuren, zaten wat vrouwen en mannen lusteloos voor zich uit te staren. Geen goed voorteken, schoot door mijn hoofd – maar het eenkamerappartement dat ze Alice hadden gegeven was prachtig.

Elke keer dat ik haar kwam opzoeken, zag ze er oneindig vermoeider uit dan de keer ervoor. Inmiddels was ze over de 85 natuurlijk en leefde ze op pijnstillers voor haar gewrichtsontstekingen, maar toch was het eerder een geestelijke dan een lichamelijke vermoeidheid.

Na een paar maanden in het seniorencomplex trof ik haar daar voortaan ineengedoken in haar stoel aan en zag ze er zo uitgeput uit dat ik telkens weer schrok. Niettemin nam ik dan plaats in een stoel tegenover haar en begon, zonder zelfs te vragen hoe het met haar ging, te praten. Zodra ze mijn stem hoorde, begonnen haar gezicht, haar lichaam, haar handgebaren weer tot leven te komen. Al snel zaten we even geanimeerd over boeken en actualiteiten en kennissen te praten als altijd, en zonder te kissebissen.

Ik geloof niet dat ik de aanblik van die wonderbaarlijke metamorfose ooit zal vergeten. Een halfdode persoon tot leven gewekt zien door haar ontwikkelde geest aan te spreken betekende zoveel als getuige zijn van een magische transformatie.

Is hier dan echt niemand met wie je een gesprek kunt voeren?, vroeg ik een keer.
Neen, lieve schat, antwoordde Alice. Gekwebbel, ja. Meer dan genoeg. Maar een gesprek? Nee. Zeker niet dat soort gesprekken dat wij nu voeren.
Het gekeuvel dat dagelijks haar oren vulde was geestdodend, vertelde ze me. Erger dan stilte, zei ze. Veel erger.

Alice had haar leven gewijd aan het streven een bewust mens te worden wier grootste genoegen het gebruik van haar eigen geest was. En nu zat ze opgesloten in een omgeving waarin die lange, moedige inspanning werd genegeerd – sterker nog, waar er geen plaats voor was -. Terwijl het enige wat men een mens verschuldigd is, van het prille begin tot de laatste zucht, de erkenning is van dat streven.’

 

majo van ryckeghem
juli ’20

Wetenschaapjes 2

Met plezier laat ik mijn nieuwe bundel ‘Wetenschaapjes 2’ op de wereld los.

Mijn wetenschaapjes zijn korte bijdragen over uiteenlopende thema’s, een persoonlijke mix van gedachtespinsels op een bedje van boekenwijsheid en eigen ervaringen.

Voor €10 kan je de bundel met 32 schapen in je brievenbus laten belanden.

Interesse? Laat het me weten via wetenschaapjes@gmail.com.

Wetenschaapjes 1 & 2

Hartelijke groeten,
Majo Van Ryckeghem

Actieve hoop

Tags

, ,

Als mijn eigen woorden tekortschieten, zoek ik troost bij woorden van anderen.

In Actieve hoop. Hoe de chaos onder ogen zien zonder gek te worden van Joanna Macy & Chris Johnstone vind ik tegelijk realistische én aanmoedigende gedachten.

We zijn met velen die ons terecht zorgen maken over de wereld.

Omdat het onderwerp meestal beschouwd wordt als te deprimerend om over te praten, heeft het de neiging als een onuitgesproken aanwezigheid in ons achterhoofd te blijven hangen. We horen opmerkingen als ‘Hou je daar niet mee bezig’, ‘Dat is te deprimerend’ of ‘Blijf niet in het negatieve hangen’. Het probleem met deze benadering is dat het onze gesprekken en ons denken stopzet.

Hoe kunnen we zelfs maar beginnen de chaos waarin we zitten aan te pakken als we die te deprimerend vinden om over na te denken? Laten we die gedachten wel binnen, dan kunnen we ons overweldigd en ontmoedigd voelen.

Hier begint actieve hoop. Bij de erkenning dat onze tijd ons confronteert met een realiteit die pijnlijk is om onder ogen te zien, die moeilijk is om binnen te laten en verwarrend om mee te leven.

Het is van wezenlijk belang ons te realiseren dat niet wat gebeurt doorslaggevend is, maar wel hoe we op die gebeurtenissen reageren. Actieve hoop vereist niet dat we hoopvol of optimistisch zijn. Ook op terreinen waarop we ons zonder hoop voelen, kunnen we deze benadering toepassen. Bijvoorbeeld op de vraag of het zin heeft wekelijks met duizenden op straat te komen voor een sociaal klimaatbeleid, terwijl de opwarming zich schrikbarend doorzet en de mensen aan de beslissingsknoppen de andere kant uitkijken.

De sturende impuls is onze bedoeling, onze intentie. We kiezen waar we ons willen voor inzetten en wat we willen realiseren. In plaats van onze kansen te wegen en alleen maar verder te gaan als we ons hoopvol voelen, richten we ons op ons doel en we laten dat onze gids zijn. Als we hopen op en willen gaan voor een leefbare wereld voor iedereen, dan ondernemen we actie in die richting.

We laten onze stem horen en gaan manifesteren, we kopen lokale en fair trade producten, als dat binnen onze mogelijkheden ligt beleggen we in ethische projecten, we nemen deel aan de Refugee Walk of bieden steun met onze vrijwillige inzet, we tekenen verzet aan tegen elke vorm van discriminatie, …

Onder impuls van actieve hoop gebruiken we onze talenten en onze vermogens om bij te dragen aan een maatschappelijke bewustzijnsverschuiving naar meer verbondenheid, rechtvaardigheid en menselijkheid in de wereld.

 

Actieve hoop

majo van ryckeghem
31 mei 2019

27 mei 2019

Tags

,

27 mei 2019

‘De consumptiemaatschappij wordt door massaliteit en uniformiteit gekenschetst en zal onherroepelijk tot de teloorgang van de gemeenschapszin leiden. Dat wil zeggen van de politieke zin zich verantwoordelijk voor de wereld te voelen.’

Hannah Arendt, politiek denkster, (1906-1975)


Geciteerd in: 

Het tij keren Joke Hermsen

 

Majo Van Ryckeghem

Schaarste ontmoet overvloed

Tags

, ,

Aan het einde van je geld nog dagen van de maand over hebben, of eindeloos kunnen putten uit je geldvoorraad. Een wereld van verschil.

SchaarsteOver armoede is heel wat geschreven, over rijkdom veel minder. Lijkt me logisch kan je denken. Maar misschien toch niet. Twee boeken, een rond schaarste en een ander rond rijkdom, nodigen me uit om even de hoofdweg van het schrijven van mijn eigen boek te verlaten en een wetenschaapje de wei in te sturen.

Geld is een raar ding. Oorspronkelijk bedoeld als ruilmiddel is het snel tot een begerenswaardig streven op zich verworden. Voor Aristoteles, de vader van het economisch denken die zo’n 2400 jaar geleden leefde, is het doel van ons bestaan een moreel goed leven. Zijn deugdethiek benadrukt het belang van het samengaan van menselijke waardigheid en economie. In de huidige economische visie, met nadruk op ongebreidelde groei en winst, zien we helaas het menselijke aspect de mist ingaan.

Het ene boek Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepaalt’ * verheldert, via het aantonen van het bestaan van een specifieke psychologie van schaarste, de drijfveren van mensen die in armoede leven. Het andere ‘Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord?’ ** zoemt in op de maatschappelijke gevolgen van een te grote ongelijkheid, en op de karakteristieke problemen die – extreme – rijkdom met zich meebrengt. Er zijn parallellen te trekken tussen de effecten van armoede en de gevolgen van te grote rijkdom.Rijkdom

Zowel een tekort als een teveel aan middelen brengt een tunnelvisie met zich mee. De dagelijkse zorgen en het zoeken naar oplossingen voor de onbetaalde schoolrekening en de kapotte wasmachine dringen zich dwingend op bij mensen in armoede. ‘Schaarste kaapt de geest. De geest keert zich automatisch en krachtig naar onvervulde behoeften’. * De tunnelvisie installeert zich niet alleen bij een gebrek aan geld, maar ook bij tijdsgebrek: ‘Laat me gerust. Ik moet dit verslag nog afmaken!’.

Te weinig geld, tijd neemt onze aandacht in beslag. Deze tunnelvisie levert een klein voordeel op. Ze dwingt ons om dringende behoeften aan te pakken. Maar die doorgedreven gerichtheid op één aspect van het leven heeft ook een prijs. We verwaarlozen en negeren andere belangen, zoals een kind dat vraagt om te spelen terwijl jij drukdrukdruk bent. De hypnotiserende lichtbak van geld en status heeft een gelijkaardig tunneleffect.

Vooral de waarden die ons tot mens maken en die onze verhardende maatschappij zo nodig heeft, schieten er bij in. Respect, zorgzaamheid, vriendelijkheid blijven in de tunnel steken. Mensen onderaan de ladder krijgen in hun dagelijkse strijd om te overleven de ongelijkheid in het gezicht gesmeten en zijn verplicht zich vooral met materiële bekommernissen in te laten. ‘Drukke, rijke mensen worden ongevoelig voor de waarde van activiteiten die niet draaien om materiële goederen en status.’ ** Aristoteles waarschuwde in zijn tijd al voor het toegeven aan hebzuchtige impulsen, die het gevaar voor verlies van innerlijke deugden inhoudt.

Hier ontmoeten schaarste en overvloed elkaar. Mensen in armoede en in rijkdom, beide groepen hebben er voor hun eigen welzijn en tevredenheid alle belang bij dat er een meer gelijkheid en bijgevolg meer menselijkheid is in de samenleving. Waar we toevallig geboren zijn bepaalt zoveel. ‘Wie het beste lotje trekt in de loterij van het leven, zou dus de anderen met een slechter lot moeten steunen’, stelt Ingrid Robeyns, hoogleraar ethiek van instituties. **

Haar besluit: ‘Het eerste wat we nodig hebben is bewustzijn, bij een veel bredere groep in de samenleving, dat als we het over kwesties van rijkdom en ongelijkheid hebben, het niet alleen over economie gaat, maar ook over politiek, en al helemaal over moraliteit.’ Deze ideeën vinden hun weerklank in het burgerinitiatief van Hart boven Hard.

 

* Sendhil Mullainathan & Eldar Shafir, Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepaalt.
** Ingrid Robeyns, Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord?
*** www.hartbovenhard.be/

 

majo van ryckeghem, mei ‘19