Schaarste ontmoet overvloed

Tags

, ,

Aan het einde van je geld nog dagen van de maand over hebben, of eindeloos kunnen putten uit je geldvoorraad. Een wereld van verschil.

SchaarsteOver armoede is heel wat geschreven, over rijkdom veel minder. Lijkt me logisch kan je denken. Maar misschien toch niet. Twee boeken, een rond schaarste en een ander rond rijkdom, nodigen me uit om even de hoofdweg van het schrijven van mijn eigen boek te verlaten en een wetenschaapje de wei in te sturen.

Geld is een raar ding. Oorspronkelijk bedoeld als ruilmiddel is het snel tot een begerenswaardig streven op zich verworden. Voor Aristoteles, de vader van het economisch denken die zo’n 2400 jaar geleden leefde, is het doel van ons bestaan een moreel goed leven. Zijn deugdethiek benadrukt het belang van het samengaan van menselijke waardigheid en economie. In de huidige economische visie, met nadruk op ongebreidelde groei en winst, zien we helaas het menselijke aspect de mist ingaan.

Het ene boek Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepaalt’ * verheldert, via het aantonen van het bestaan van een specifieke psychologie van schaarste, de drijfveren van mensen die in armoede leven. Het andere ‘Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord?’ ** zoemt in op de maatschappelijke gevolgen van een te grote ongelijkheid, en op de karakteristieke problemen die – extreme – rijkdom met zich meebrengt. Er zijn parallellen te trekken tussen de effecten van armoede en de gevolgen van te grote rijkdom.Rijkdom

Zowel een tekort als een teveel aan middelen brengt een tunnelvisie met zich mee. De dagelijkse zorgen en het zoeken naar oplossingen voor de onbetaalde schoolrekening en de kapotte wasmachine dringen zich dwingend op bij mensen in armoede. ‘Schaarste kaapt de geest. De geest keert zich automatisch en krachtig naar onvervulde behoeften’. * De tunnelvisie installeert zich niet alleen bij een gebrek aan geld, maar ook bij tijdsgebrek: ‘Laat me gerust. Ik moet dit verslag nog afmaken!’.

Te weinig geld, tijd neemt onze aandacht in beslag. Deze tunnelvisie levert een klein voordeel op. Ze dwingt ons om dringende behoeften aan te pakken. Maar die doorgedreven gerichtheid op één aspect van het leven heeft ook een prijs. We verwaarlozen en negeren andere belangen, zoals een kind dat vraagt om te spelen terwijl jij drukdrukdruk bent. De hypnotiserende lichtbak van geld en status heeft een gelijkaardig tunneleffect.

Vooral de waarden die ons tot mens maken en die onze verhardende maatschappij zo nodig heeft, schieten er bij in. Respect, zorgzaamheid, vriendelijkheid blijven in de tunnel steken. Mensen onderaan de ladder krijgen in hun dagelijkse strijd om te overleven de ongelijkheid in het gezicht gesmeten en zijn verplicht zich vooral met materiële bekommernissen in te laten. ‘Drukke, rijke mensen worden ongevoelig voor de waarde van activiteiten die niet draaien om materiële goederen en status.’ ** Aristoteles waarschuwde in zijn tijd al voor het toegeven aan hebzuchtige impulsen, die het gevaar voor verlies van innerlijke deugden inhoudt.

Hier ontmoeten schaarste en overvloed elkaar. Mensen in armoede en in rijkdom, beide groepen hebben er voor hun eigen welzijn en tevredenheid alle belang bij dat er een meer gelijkheid en bijgevolg meer menselijkheid is in de samenleving. Waar we toevallig geboren zijn bepaalt zoveel. ‘Wie het beste lotje trekt in de loterij van het leven, zou dus de anderen met een slechter lot moeten steunen’, stelt Ingrid Robeyns, hoogleraar ethiek van instituties. **

Haar besluit: ‘Het eerste wat we nodig hebben is bewustzijn, bij een veel bredere groep in de samenleving, dat als we het over kwesties van rijkdom en ongelijkheid hebben, het niet alleen over economie gaat, maar ook over politiek, en al helemaal over moraliteit.’ Deze ideeën vinden hun weerklank in het burgerinitiatief van Hart boven Hard.

 

* Sendhil Mullainathan & Eldar Shafir, Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepaalt.
** Ingrid Robeyns, Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord?
*** www.hartbovenhard.be/

 

majo van ryckeghem, mei ‘19

 

Advertenties

Een raadsel opgelost

Tags

, ,

‘Wat doet een getrouwde vrouw als ze thuiskomt van haar werk?’ Ze neemt het aanrecht af, strijkt de was en helpt de kinderen bij hun huiswerk.

‘Wat doet een getrouwde man als hij thuiskomt van zijn werk?’ Hij leest de krant, kijkt televisie en speelt misschien even met zijn kinderen.

Vrouwen met werk buitenshuis besteden een groter deel van hun vrije tijd aan het huishouden en dat is vermoeiender dan vrij hebben. Dit verklaart waarom het rationeel is dat vrouwen lagere lonen krijgen.

Aan het woord is professor Gary Becker (1930-2014), hoogleraar economie aan de Universiteit van Chicago en een van de grondleggers van het neoliberalisme

61 een raadsel opgelost

Een raadsel opgelost. Door al dat soppen en voorlezen zijn vrouwen veel meer vermoeid dan mannen. En dus kunnen ze zich op hun job niet even hard inspannen, wat logischerwijze tot minder centen op de vrouwelijke bankrekening leidt.

Wat een valabele reden om vrouwen voor hetzelfde werk minder te betalen dan mannen! Dat ik daar nooit zelf ben opgekomen. Als vrouw ben ik daarvoor waarschijnlijk te vermoeid en ook niet slim genoeg. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit een Nobelprijs gewonnen, wat onze Gary wel deed in 1992 en dan wel voor economie.

Een 25 jaar geleden dus. Ondertussen nemen steeds meer mannen taken op in het huishouden. Dat ze maar oppassen dat ze niet te vermoeid raken.

Alle gekheid op een stokje: er is voortschrijdend inzicht op het punt van gelijke verloning voor vrouw en man, maar helaas werken soortgelijke onzin-zaadjes, geplant door economen als Gary Becker, nog steeds door.


Inspiratiebron: Katrine Marçal, Je houdt het niet voor mogelijk. Katrine Marçal rekent af met (mannelijk) egoïsme in de economie, 2015.

 

majo van ryckeghem
januari 2019

Stil

Tags

, ,

Stil was het rond mijn wetenschaapjes de laatste maanden. Maar schijn bedriegt. Ik ben stevig aan het lezen en studeren, want ik ben een vrouw met een plan. Een ambitieus plan, zegt mijn zoon. En gelijk heeft hij.

In een notendop is het doel dat ik voor ogen heb het volgende: bevallen van een vlot geschreven en goed begrijpelijk wetenschaap over de gevolgen van de levenswijze van onze voorouders op de werking van ons brein. Vervolgens ingaan op het effect van deze invloed op de manier waarop wij mensen met elkaar omgaan, en dit toegespitst op het thema in- en uitsluiting.

Nieuwsgierig? Ja, ik ook. We’ll see of ik slaag in mijn opzet. Snel of scheetsgewijs – een ondeugend woord dat ik net ontdekte – zal het boek er niet liggen, maar met tijd en boterhammen en voortschrijdend inzicht kom ik er wel.

 

Susan Cain Stil

Stil is ook de titel van het boek van Susan Cain waar ik tijdens mijn opzoekwerk op botste en dat een stroom van herkenning meebracht, gevolgd door weer een stukje meer erkenning van mezelf en opluchting.

Ja, ik druk mezelf vaak liever schriftelijk uit dan door te praten.
Ja, ik vind het prettig om alleen te zijn of in rustig gezelschap.
Ja, drukte vermoeit me snel, terwijl ik in stilte oplaad.
Ja, ik hou niet van een overboekte agenda.
Ja, ik kan me goed concentreren.
Ja, ik hou ontzettend van lezen.
Ja, ik praat graag diepgaand over onderwerpen die me interesseren en voel me rap verveeld bij geklets.

Lange tijd wrong ik me in een extraverte rol die me eigenlijk niet past. Ik vroeg ik me ook regelmatig af of ik niet asociaal ben. Nu weet ik dat meerdere introvert ingestelde mensen in dat schuitje varen. Onderzoek wijst uit dat 1 op 3 mensen zich kan terugvinden in bovenstaande ja’s en zich probeert staande te houden in een luide, actieve, naar buiten en op groepen gerichte samenleving, die de hunne niet is.

‘Niets tegen extraverten’, schrijft Susan Cain. ‘Wel tegen het extraverte ideaal in onze maatschappij. … De meeste introverte mensen zijn sociaalvaardig op hun manier. … Op jezelf zijn is een belangrijke sleutel tot creativiteit en vernieuwende ideeën’.

Herkenning? Dan is Stil ook een kostbaar boek voor jou.

majo van ryckeghem
oktober 2018

Moeten staat op stal

Tags

, , ,

kalf-moette

Ik moet nog … Ik zou nog moeten … Tegen morgen moet ik … Je zou dat echt moeten doen … .

Waagde ik als kind te zeggen: ‘Ma, ik moet een nieuwe vulpen hebben want deze is kapot’, dan kreeg ik gegarandeerd te horen: ‘Moeten is dwang en bleiten (wenen) kindergezang.’ Helemaal duidelijk was de betekenis van dit spreekwoord toen voor mij niet. Het woordenboek leert me dat de uitdrukking beduidt: ‘Ik wil het wel doen, maar niet als ik verplicht word’. Ik denk niet dat mijn moeder het zo zag. De ervaring leerde mij dat haar reactie betekende dat ik naar mijn nieuwe pen kon fluiten.

Eens vertrokken uit de West-Vlaamse contreien leerde ik het gezegde ‘Moeten staat op stal’ of ‘De muittes (kalveren) staan in de stal’ kennen. Samen met de opgehokte kalveren is er niets te moeten dus. Drie jaar geleden ging ik met pensioen onder het motto ‘van moeten naar mogen’. Schitterende intentie, maar het kalf blijkt een eerder moeilijk te temmen stier. Hoe allergisch ik zelf ook ben voor het werkwoord moeten, ik betrap me er te vaak op dat ik zelf van mogen moeten maak, waardoor het plezier wegsijpelt uit wat ik doe.

Als dat een troost mag wezen we zijn niet alleen met dit geworstel. De media en de reclamewereld bieden ons weinig steun hierin, integendeel. Lijstjes van ‘must read’-boeken, ‘must see’-films en ‘must hear’-muziek zijn in alle weekendedities van de krant te vinden. Bart Eeckhout, journalist van De Morgen, concludeert: ‘Zo raakt vrije tijd verkaveld met dingen die je misschien wel wil doen, maar waarvan je toch vooral het gevoel hebt dat je ze moet doen, wil je niet van de wereld afvallen. En dus staan we vrijwillig maar gestrest in de file om allemaal dezelfde expo, dezelfde panda’s of dezelfde smartphone te kunnen bewonderen. De vraag die we ons moeten stellen, is niet of we voldoende vrije tijd hebben, wel of die tijd nog wel werkelijk vrij is.’

En dan valt mijn oog (nou ja *) op Ankertje 302 uit 2005 in mijn boekenkast. Een kleinood, geschreven door Paul Liekens en getiteld Gevangen in taal, dat mij regelmatig bruikbare inzichten verschaft. Moeten valt onder wat de auteur stemmingmakers noemt, naast bijvoorbeeld proberen en hopen. ‘Er zijn hulpwerkwoorden die een stemming geven aan de hele zin en die de aandacht – zowel die van jezelf als van de ander – in een bepaalde richting sturen. … Deze hulpwerkwoorden hebben een onvermoed krachtige invloed op jouw systeem, vooral omdat ze niet opvallen, zoals scherpschutters in een hinderlaag.’

Vooral moeten heeft als stemmingmaker een slechte reputatie omdat het werkwoord een sfeer van tegenzin oproept. Met het gebruik van moeten overdrijven we de last en sluiten we ons af van enthousiasme, creativiteit, flexibiliteit en efficiëntie die de aan te vatten taak lichter maakt. Ik herken het zo door de manier waarop ik me ieder jaar richting Tax-on-web sleep. – Voor de Nederlandse taalgenoten, dit is het Belgisch belastingaangiftesysteem via internet -. In een ander wetenschaapje citeer ik journaliste Jelle Van Riet: ’Woorden hebben een verpletterende kracht, en het is waar dat onze gedachten niet alleen de taal aantasten, maar de taal ook onze gedachten.’ **

We houden dus moeten het best op stal. Hoe doen we dat? De eerste stap bij elke verandering is  ons bewust zijn van ons eigen aandeel en er verantwoordelijkheid voor opnemen. Paul Liekens stelt de volgende vragen voor: Van wie moet dat? Wat zou er gebeuren als ik het niet deed? Welk voordeel levert het me op als ik het doe? Wil ik dit voordeel?’. Als het antwoord op de laatste vraag ‘ja’ is, gaan we moeten door willen vervangen en meteen voelen we een andere, vrijere en prettiger energie stromen. Ik moet dit boek nog lezen – ik wil dit boek nog (graag) lezen. Ik moet het gras nog afrijden – ik wil het gras afrijden. Ik moet Tax-on-web nog aangaan – ik wil Tax-on-web aanvatten en beslis de klus niet langer voor me uit te schuiven.

Naar aanleiding van mijn pensioenmotto ‘van moeten naar mogen’ kreeg ik van een collega volgende sms: ‘Geniet van het mogen en niet moeten. Het zou voor iedereen zo moeten zijn.’ Hardnekkig zo’n taalgewoonten! Ook ik betrap me er regelmatig op dat ik mijn slagzin verbaster tot ‘van mogen naar moeten.’ Deze volgorde ligt me duidelijk beter in de mond dan ‘van moeten naar mogen’.

Dus werk aan de winkel, proberen moeten te vermijden. Neen! Niet proberen ***, maar doèn!

 

* Meer lezen over beeldend of concreet denken in wetenschaapje ‘Tantezegger en oomzegster’, juni ’16.
** Wetenschaapje ‘Elke koningin zijn eigen kasteel’, mei ’15.
*** Proberen is net zo’n stemmingmaker als moeten. Dit hulpwerkwoord introduceert onzekerheid over het te bereiken resultaat met een groter risico op mislukking.

 

majo van ryckeghem
juni ‘18

 

 

 

Leespillen

Tags

, , , , ,

Wat is het beste dat een boekenwurm kan overkomen? Een artikel toegestuurd krijgen over de voordelen voor de gezondheid van … lezen. Nu ja, het beste. Die bewuste ‘infografiek’ * is van het internet te plukken en staat dus niet op papier. Voor de aanhang/st/ers van de papyrusrol een klein maar niet onbelangrijk detail. Zoals velen onder jullie ongetwijfeld herkennen: voor letterfret/s/ters gaat niets boven een papieren boek, brief, berichtenblad.

Leespil

Bij het overlopen van de leeswinsten valt me naast vermindering van stress, een herstellende slaap, zelfs een langer leven, een beter contact met andere mensen op. Alhoewel ik me daar wel iets kan bij voorstellen, ben ik toch benieuwd hoe de bijeengesprokkelde onderzoeken ons van A naar Z brengen. Het mag geen verrassing zijn dat veel afhangt van het soort lectuur dat we degusteren. Ze wisten dat trouwens al in 1750! Dit weetje haal ik uit een van mijn favoriete boeken, het fascinerende en nostalgisch makende Ode aan de brief. Kroniek van een verdwijnend fenomeen opgetekend door Simon Garfield.

Meer dan 250 jaar geleden schreef een vader – met een lange adem blijkt uit de eerste zin – het volgende aan zijn zoon: ‘Veel mensen verspillen veel tijd met lezen, want ze lezen lichtvoetige en overbodige boeken, zoals de absurde romanceliteratuur van de laatste twee eeuwen, waarin personages die nooit bestaan hebben op een nietszeggende manier worden neergezet en gevoelens die nooit werden gevoeld met veel poeha omschreven, zoals de oriëntaalse wartaal en buitenissigheden van Duizend en één nacht en Tartaarse geschiedenissen. En zulke overbodige en lichtzinnige dingen voeden en verbeteren de geest precies zo goed als slagroom het lichaam zou voeden.’

Zijn advies: ‘Hou het best bij gevestigde boeken in elke taal en lees gevierde dichters, historici, redenaars en filosofen.’ Ook de infografiek van de 21e eeuw heeft het over ‘in de diepte lezen’ als voorwaarde voor gezondheidswinst. Door op die manier te lezen houden we onze hersenen extra actief en ontwikkelen we wat in de wetenschap te boek staat als de ‘theory of mind’, letterlijk vertaald de ‘theorie van de geest’. Dit is de vaardigheid om gevoelens en overtuigingen van jezelf en anderen te begrijpen en van daaruit te zien dat emoties en gedachten van anderen kunnen verschillen van de jouwe. Over deze kwaliteit beschikken is een voorwaarde om zich in anderen te kunnen inleven.

Door ons open te stellen voor hoe andere mensen in het leven staan, verhogen we dus onze empathie en ook onze emotionele intelligentie. Met als gevolg een opener, milder en toleranter houding tegenover anderen wat leidt naar een breed gamma aan sociale contacten, een ideaal antidotum of tegengif voor isolement en vereenzaming. Volgens deze onderzoeken zouden leespillen onze levensduur met 23% verlengen, maar dan mogen we natuurlijk niet al lezend onder een auto sukkelen of mag de boom waaronder we zitten niet juist dan besluiten om bovenop ons het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen.

De boekenapotheek

Wie inspiratie voor leespillen zoekt, kan ik De boekenapotheek aanbevelen. Ella Berthoud en Susan Elderkin geven onder de meest uiteenlopende lemma’s, zoals ‘maandagochtendgevoel’, ‘schaamte’, ‘ambitie’, ‘ontevreden zijn met wat je hebt’, korte beschrijvingen van boeken die over dit trefwoord gaan. Je vindt er ook ‘De tien beste boeken’-lijsten, bijvoorbeeld ‘… voor op de wc’, of  ‘… om je bloeddruk te verlagen’, of  ‘… voor tieners, twintigers, … tot negentigers’. Ook stelden ze een aparte ‘Index van leeskwalen’ op met suggesties van boeken ter behandeling van die ongemakken. De schrijfsters zijn Engels, maar er is een aanvulling voor Vlaamse en Nederlandse literatuur. **

Brieven van belang

Ik haal mijn leespillen vooral uit autobiografieën en brievenboeken. Naast de in volume eerder bescheiden bovengenoemde Ode aan de brief koester ik een kanjer van formaat, zowel inhoudelijk als in omvang. Het boek Brieven van belang. Onvergetelijke correspondentie samengesteld door Shaun Usher, dat ik ooit als verjaardagsgeschenk kreeg, is prachtig uitgegeven met reproducties van beroemde, beruchte en meer discrete brieven. We ontmoeten er mensen in al hun kwetsbaarheid, zoals de ontroerende en schrijnend invoelbare brief van een slaaf aan zijn meester, of de hartverscheurende afscheidsbrief van Virginia Woolf aan haar man: ‘Liefste, ik weet zeker dat ik gek aan het worden ben.’

Ik zou eindeloos uit deze leespil kunnen citeren. Ik hou me in en stuur jullie enkel nog de lezersbrief die ene Alfred D. Wintle in 1946 aan de redactie van The Times schreef: ‘Heren, ik heb u zojuist een lange brief geschreven. Nadat ik die eens had overgelezen, heb ik hem in de prullenbak gegooid. Ik hoop dat dit uw goedkeuring kan wegdragen. Hiermee verblijf ik, uw nederige dienaar’.

* https://www.treehugger.com/health/7-ways-reading-boosts-health-according-science.html
** voor wie moeilijk aan in de diepte lezen toekomt: https://www.treehugger.com/culture/how-maximize-number-books-you-read.html

majo van ryckeghem
april 2018

 

 

 

 

 

 

 

Ik zal eerlijk zijn

Tags

,

Ik zal eerlijk zijn. Ik heb er last mee. Met momenten veel last zelfs. Dan zoek ik soelaas in mijn boeken. En helpt schrijven om mijn hart en ziel weer in balans te brengen.

Vaak vind ik troostende inspiratie bij Ram Dass. Wanneer ik tegen een muur van desinteresse voor mijn leefwereld als oudere vrouw aangebotst ben, schenkt zijn boek Vanaf hier, vanaf nu me een opstap naar hernieuwde gemoedsrust.

Ik zal eerlijk zijn. Zijn Chinees verhaal is wrang en shockerend. Kippenvel krijg ik ervan en toch werkt het voor mij verzachtend. Daar gaat ie: Een oude man is te zwak om in de tuin te werken of met andere karweitjes in het huishouden te helpen. Hij zit maar op de veranda over de velden te staren, terwijl zijn zoon de grond bewerkt. Op een dag kijkt de zoon naar de oude man en denkt: ‘Waar is hij nog goed voor nu hij zo oud is? Alles wat hij doet is het voedsel opeten. Ik heb een vrouw en kinderen voor wie ik moet zorgen. Het is tijd dat er een eind komt aan zijn leven!’ Dus de zoon maakt een grote houten kist en zet die op een kruiwagen. Hij rijdt de kist naar de veranda en zegt tegen de oude man: ‘Vader, ga in de kist liggen’. De vader gaat in de kist liggen en de zoon doet het deksel erop, waarna hij de kist naar een klif rijdt. Bij de rand van de klip aangekomen, hoort de zoon geklop vanuit de kist. ‘Ja, vader?’ vraagt de zoon. De vader antwoordt: ‘Waarom gooi je me niet gewoon van de klif, dan kun je die kist bewaren. Op een dag zullen je kinderen hem nodig hebben.’

Onze cultuur is in belangrijke mate gericht op jeugdigheid. Oudere mensen zijn meer een probleem dan een zegening. Wij zijn de vergrijzing die de sociale zekerheid in gevaar brengt. We zijn een aanfluiting van de schoonheidsidealen en een obstakel voor de snelheid van het maatschappelijke verkeer. We zijn ‘ongewenste bezoek/st/ers die hun bagage hebben uitgepakt en niet willen vertrekken’. Eens uit het arbeidscircuit verdwenen of als de kinderen het huis uit zijn lijkt het of we niets zinnigs meer te vertellen hebben.

Bij al dat fraais dat onder- en bovengronds tegenover ouderdom leeft, is verinnerlijking van deze opvattingen onvermijdelijk. Via het proces van verinnerlijking betrekken we de veralgemeningen over de groep waartoe we behoren op onszelf en gaan ons er naar gedragen. Door die maatschappelijk diep verankerde bril op te zetten, halen wij ouderen onszelf en onze leeftijdsgenoten naar beneden. Een fenomeen dat zich meestal op onbewust niveau afspeelt. *

Ook hier geldt: niet het feit op zich doet er toe – in dit geval de negatieve kijk op oud zijn die leeft in onze samenleving -, maar wel hoe we er mee omgaan. Het vraagt een grote inzet en mobilisatie van onze veerkracht om, eens onderdaan van dit koninkrijk in verval, van onze wezenlijke waarde te blijven uitgaan. Bewust zicht proberen te krijgen op dit mechanisme van verinnerlijking zodat het ons niet belet om ten volle te gaan voor wie we zijn, is een eerste en essentiële stap.

En dan, wat kunnen wij oude knarren verder doen? Wat kan ik zelf doen als de weemoed en nostalgie toeslaan naar tijden waarin ik een meer vanzelfsprekende plaats innam in de wereld?

Ik zal eerlijk zijn. Ram Dass zet me op mijn plaats waar hij het heeft over ‘doen’ en ‘zijn’. Hij schrijft: ‘De meeste mensen denken dat ze zijn wat ze doen in plaats van te beseffen dat wat we doen maar een deel is van wie we zijn. In het besef van hoe verslaafd we zijn aan bevestiging van buitenaf die ons verzekert dat we ‘goed genoeg’ zijn, voelen we ons niet op ons gemak als we geen prestaties meer leveren’. Dat klopt dus voor mij.

De uitnodiging om te evolueren van minder doen naar meer zijn dringt zich meer dwingend op in de latere levensfase, al is het maar omdat de spieren en de knoken zich gaan verzetten tegen een te doenerig leven. Maar daarnaast hebben wij ouderen vanuit onze levenservaring onze bijdragen te leveren voor een menselijker samenleving. Daarom zit ik vele uren te presteren – en te genieten – aan mijn schrijftafel.

In Vanaf hier, vanaf nu formuleert de auteur het evenwicht dat we te zoeken hebben: ’Hoe kunnen wij, als ouder wordende mensen, onze wijsheid kenbaar maken in de wereld?’ Zijn antwoord: ‘Door die wijsheid te belichamen. We kunnen een gelukkig evenwicht vinden tussen deelname en retraite, in het besef dat hoewel het onze plicht is waar mogelijk dienstbaar te zijn, het ook van belang is dat we ons voorbereiden op onze eigen reis naar de dood door middel van contemplatie, rust en verdieping van de kennis van onszelf’.

rollator wetenschaapjes

Ik zal eerlijk zijn. Dit schrijven heeft me weer een beetje verzoend met wat mijn moeder noemde ‘het geluk hebben van leven’ en het heeft mijn zelfkennis bijgespijkerd. Ik bof dat ik niet moet twijfelen aan de liefde van mijn zoon, én … dat er geen kliffen in de buurt zijn.

* Zie ook wetenschaapje ‘Op een zonnige dag’, mei ’16.

 

majo van ryckeghem
april 2018

 

Wat is er mis met de secretaresse?

Tags

Je moet het maar durven. De jobnaam ‘secretaresse’ vervangen door ‘secretaris’ en dat genderneutraal noemen. Idem dito met het omtoveren van ‘hostess’ tot ‘onthaalmedewerker’. Volgens mij zijn secretaris en onthaalmedewerker mannelijke benamingen, of is mijn vrouwelijk brein helemaal van slag van al die cadeautjes die ons in de buurt van de internationale vrouwendag in de schoot zijn geworpen?

‘Maar neen’, zegt onze Federale minister van Werk Kris Peeters (CD&V), ‘je vergist je, Majo. Mensen moeten op de arbeidsmarkt kansen krijgen op basis van hun competenties. Een vacature voor “hostess” kan mannen afschrikken om te solliciteren, terwijl dat bij “onthaalmedewerker” niet zo is.’

Ah zo, nu begrijp ik het, genderneutraal staat gelijk aan verdoezelen van het vrouwelijke, want anders durven mannen niet solliciteren én kunnen wij vrouwen het slechten – ik schreef eerst slachten – van de loonkloof helemaal vergeten.

kers-op-taart

Want, kers op de taart! ‘Het aanpassen van de functietitels kan iets kleins lijken, maar het draagt bij tot een mentaliteitswijziging om de loonkloof voort te verkleinen. Functieclassificaties met een vrouwelijke titel situeerden zich traditioneel lager in de hiërarchie, terwijl genderneutrale of mannelijke titels hoger stonden. Het maakt dus wel degelijk iets uit’, zegt ons aller minister.

Nu zakt mijn broek, en ja niet mijn rok, helemaal af. Dát is dus vooruitgang? In plaats van vrouwelijke functies op te waarderen met een gelijke en gelijkwaardige verloning, moeten vrouwen zich weer eens onzichtbaar maken en onder een mannelijke jobtitel gaan schuilen, en dan komen er misschien met muizenstapjes meer centen op onze bankrekeningen.

Fantastische redenering. Dat ik er zelf niet ben opgekomen. Maar waarom het ingewikkeld maken, als het simpel kan. Gelijk loon voor gelijk werk, onder welke naam we onze job ook uitvoeren.

 

majo van ryckeghem
9 maart ‘18

Ben jij een woke persoon?

Tags

, , , ,

Je bent wit, man, gezond, hetero, bemiddeld en aan de jonge kant? Dan heb je veel kans te genieten van een pak privileges, gunsten, voorrechten, waarvan je je meestal niet bewust bent. Ons aller dikke Van Dale geeft als algemene definitie van privilege: ‘Bijzonder recht, voorrecht, voor bijzondere personen of groepen van personen’. Peggy McIntosh, professor vrouwenstudies die al in 1988 het thema op de agenda zette, omschrijft privilege als ‘de onzichtbare gewichtsloze rugzak die gevuld is met vermogens en middelen waar je niks voor hebt hoeven te doen, maar waar je wel elke dag gebruik van kunt maken’. *

Deze Amerikaanse onderzoekster deed baanbrekend werk door het aanleggen van lijsten van privileges die wit-zijn en/of man-zijn met zich meebrengen. Zo herkenbaar voor wie zich niet aan de ‘juiste’ kant van de maatschappelijk acceptatie bevindt, maar een ongemakkelijke en moeilijk te vatten boodschap voor de geprivilegieerden. Witte mensen lijden niet onder racisme, hetero’s niet onder discriminatie op basis van hun seksuele oriëntatie, valide mensen niet onder de gevolgen van leven met beperkingen, rijken niet onder de grote impact van armoede op verschillende terreinen van het leven.

Het is niet evident om te zien dat je tot een bevoorrechte groep behoort. Het proppen-experiment maakt dit duidelijk. ** Opdracht: zoveel mogelijk proppen papier in een prullenbak gooien van op drie verschillende rijen. De 1e rij slaagt met veel glans voor hun opdracht, zich onbewust van de situatie van hun collega’s op de 2e en 3e rij. De afstand tot de bak bepaalt uiteraard de kans op gelukte worpen. Zonder besef van hun privileges kan de 1e rij vinden dat de anderen niet moeten klagen en maar beter hun best moeten doen, terwijl de anderen maar al te bewust zijn van de achtergestelde positie waarin ze gezet zijn en de benadeling.

Vanuit de onwetendheid in je eigen bevoorrecht hokje heb je de luxe van de ontkenning. Je hoeft niet te zien: dat een gekleurd persoon die een winkel binnenstapt met meer achterdocht te maken krijgt dan een witte klant; dat vanzelfsprekende tandzorg voor je kinderen en jezelf een onbetaalbare luxe is voor mensen in armoede; dat personen in een rolstoel met letterlijk onoverbrugbare hindernissen te maken krijgen waar jij met alle gemak overheen stapt; dat oudere mensen in groepen geïsoleerd kunnen zijn door een gebrek aan interesse voor hun vroegere en huidige leven; dat transpersonen scheldwoorden en kleinerende opmerkingen moeten ondergaan; dat …

Oef, je ontsnapt aan veel. Ook als je maar in één gediscrimineerde categorie thuishoort, ontsnap je aan veel. Maar je kan een woke persoon worden, met ‘woke’ als de verleden tijd van ‘wake up’. Anousha Nzume verklaart: ‘Woke komt uit de VS en is een korte omschrijving van knowing what’s going on. Het snappen’. Je bewust zijn van het maatschappelijke systeem waarin we leven en hoe discriminatie en sociale onrechtvaardigheid werkt. Lees je in, las ik ergens, en dat is een manier die voor mij heel goed werkt.

In haar boek presenteert Anousha Nzume mij een paar beklijvende eyeopeners. Ik kon me tot nu toe eerlijk gezegd niet goed oriënteren in de Zwarte-Piet-discussie. De schrijfster helpt me een heel eind op weg met als vertrekpunt het begrip blackface, een term voor een zwart geschminkt gezicht in theater gebruikt om een Afro-Amerikaan voor te stellen. De oorsprong van dit stereotype, en de pijnlijke gevoelswaarde ervan, ligt in de slavernij. Tot slaven gemaakte mensen moesten niet alleen volledig ten dienste staan, maar dat ook steeds met de glimlach. Ze moesten hun tevredenheid met hun bestaan uitstralen en dienden op die manier ‘het psychologisch comfort van de witte mens tijdens de slavernij’. ***

Over de rand van je eigen geprivilegieerd hokje of bevoorrechte hokjes kijken, reflecteren op de voordelen van je eigen positie, via betrouwbare bronnen kennis vergaren over ‘de anderen’ en je vervolgens inzetten voor een menswaardige samenleving – en dat niet alleen overzees maar ook in je buurt en in het dagelijkse leven – zo kan het bondgenootschap van woke personen eruitzien.

witte piet en zwarte sint

* https://en.wikipedia.org/wiki/Peggy_McIntosh
** Anousha Nzume, Hallo witte mensen, 2017.
*** Gloria Wekker, Witte Onschuld, 2017. Zie ook wetenschaapje ‘Ook wit is een kleur’, augst ‘17

 

majo van ryckeghem
maart 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

Vreemde snuiters

Tags

,

Tijd om weer eens een taalwetenschaapje op het droge te trekken. Wat een vreemde snuiters duiken soms op in pennenvruchten allerhande. Deze tongbrekers of soms swingende woorden, ze passen niet altijd in Albert Einsteins overtuiging ‘dat de meest fundamentele ideeën van de wetenschap in wezen eenvoudig zijn en in regel kunnen worden uitgedrukt in een taal die voor iedereen begrijpelijk is’. Neen, deze taalsnoeshanen dwingen ons richting woordenboek of Wikipedia.

Starten doe ik met deze onvolprezen struikelaar: ultracrepidarianisme. Dit amper uitspreekbare woord staat voor de onbedwingbare drang om je mening te spuien over dingen waar je geen verstand van hebt. Een uitbundig beoefende bezigheid in deze tijden van sociale media en waaraan ik tracht me niet te bezondigen. De term komt voort uit een reactie van de Griekse kunstenaar Apelles, die de negatieve commentaar van een schoenlapper op zijn schilderijen maar matig kon waarderen. Het spreekwoord ‘schoenmaker blijf bij je leest’ vindt hier haar oorsprong.

Nog eentje om u tegen te zeggen: floccinaucinihilipilificatie. In het Engels uitgesproken als:[flok-suh-naw-suh-nahy-hil-uh-pil-uh-fi-key-shuh n]. Proficiat! Ik trof het aan in het boek Zelfcompassie. Stop jezelf te veroordelen van Kristin Neff *, waar de schrijfster het heeft over het kwalijke aanwensel om onszelf onderuit te halen. Het is een raadsel wie het in 1741 nodig achtte om vier Latijnse woorden die elk op zich ‘voor een kleine prijs’ of ‘voor niets’ betekenen, samen te voegen tot een nauwelijks uitspreekbare benaming. Floccinaucinihilipilificatie betekent dus, in viervoud, de gewoonte om iets als waardeloos of onbeduidend in te schatten. De overeenkomst tussen vorm en inhoud is hier wel erg ver zoek.

vreemde snuiters

Sommige vreemde snuiters zijn best uitspreekbaar, maar prikkelen om andere redenen onze bovenkamer. Enig idee wat er achter Bin Ladens schuilgaat? Briefjes van € 500. En waarom dat zo is? Je weet hoe ze eruitzien, maar ze zijn heel moeilijk te vinden. Plus, ze dienen voor praktijken die het daglicht schuwen, zoals drugsverkeer, afpersing, mensenhandel, terrorisme. Bin Laden himself is ondertussen gevonden en de verhandeling van grote coupures is aan banden gelegd, met voor zware criminelen als collateral damage of nevenschade de zinloosheid van bankovervallen.

Een letterwoord dat we regelmatig gebruiken wanneer we op het web persoonlijke gegevens invullen, maar waarvan ik geen idee had waarvoor het stond, is captcha. Deze term betekent ‘completely automated public Turingtest to tell computers and humans apart’. Eenvoudig gezegd, een reactietest gebruikt bij de gegevensverwerking om te bepalen of er een mens deze items invulde of een machine.

Met een mondegreen treffen we een vriendelijk snoeshaantje aan. Het woord staat voor het verkeerd verstaan van een gedeelte van een tekst, bijvoorbeeld van een liedje of een gedicht, waarbij de hersenen automatisch een passend alternatief bedenken om het tot een kloppend geheel te maken. De luisteraar/ster hoort dan dus andere woorden dan er eigenlijk staan. In het Nederlands zouden we mondegreen als verhoring kunnen vertalen, maar geef toe, erg poëtisch klinkt dat niet.

De inhoud van het woord mondegreen lijkt op niets te slaan, maar toch geniet het van een verrassend achtergrondverhaal. De Amerikaanse schrijfster Sylvia Wright gaf in 1954 deze naam aan het verschijnsel van deze verkeerde interpretaties. Als kind verbasterde ze de versregel van een Schots gedicht ‘and they laid him on the green’ tot ‘and the Lady Mondegreen’, en het begrip was geboren.

Ondertussen doe ik al een paar dagen vergeefse pogingen om een eigen mondegreen uit mijn geheugen op te vissen. Ze zijn er, ik zie ze in de verte zweven, maar kan ze niet aan de haak slaan. Ik kom niet verder dan een grapje van het huis, dat eerder een verkapte versie van het fenomeen is. Het gaat om de tekst van een liedje uit lang vervlogen tijden: ‘De noorderwind blaast, ’t gaat sneeuwen wel haast, en wat zal het roodborstje doen?’. Omdat we ons het vervolg niet herinneren, zingen we dan maar ‘roodborstje tikt tegen ’t raam, tik tik tik, laat me erin, laat me erin’, wat aan een ander liedje toebehoort. Een heel vrije interpretatie van een mondegreen dus. Iemand beter?

Na al die vreemde snuiters toch nog een mooitje om te eindigen: Mini-ster.

* Zie ook wetenschaapje ‘Zelfcompassie verzacht’, maart 2017

majo van ryckeghem
februari 2018

 

 

Vers stokbrood met boter

Tags

,

stokbrood

Als reactie op mijn vorig wetenschaapje Klagen met gezonde botten schrijft een lezeres: ‘Een tip die ik heb toegepast om de automatische negativist in mezelf te dimmen, is het beoefenen van dankbaarheid. Elke dag vijf dingen opschrijven waar je dankbaar voor bent, hoe onnozel ook. Het heeft geholpen’. Woorden die Piero Ferrucci bevestigt in zijn boek Vriendelijkheid. Als levenshouding en helende kracht, waar hij schrijft: ‘Dankbaarheid is de eenvoudigste manier om gelukkig te zijn’, en dus om minder te zeuren.

De woorden ‘onnozel en eenvoudig’ in combinatie met ‘dankbaarheid en geluk’ brengen me bij het boek Kleine genoegens, recent uitgegeven door The school of life. Deze cultureel-filosofische vormingsorganisatie met tien campussen over de hele wereld, ook in Antwerpen en Amsterdam, stelt de ontwikkeling van emotionele intelligentie centraal. Met cursussen en evenementen willen ze bijdragen ‘tot meer wederzijds begrip en compassie, en tot een betere onderlinge communicatie’.*

In onze consumptiemaatschappij, waarin genieten gekoppeld is aan Veel en Groot, gaan we vaak te onachtzaam om met kleine genoegens. ‘De vermaaksmentaliteit is nauw verbonden met zaken die zeldzaam en moeilijk toegankelijk zijn en vaak worden ze gezocht in plaatsen die ver van de eigen woonplaats liggen.’ De speels en bekorend beschreven tweeënvijftig kleine genoegens, met dan nog eens een lijst met hetzelfde aantal zeer kleine genoegens, leveren inspirerende dicht-bij-huis-ideeën met voor elk wat wils.

Voor mij sprongen de herkenbare genoegens eruit die verbonden zijn met schrijven en inspiratie opdoen. Lezen en mijmeren terwijl ik in mijn eentje in een treincoupé zit. Op nieuws over een wetenschappelijke doorbraak stuiten. Het vinden van de juiste woorden. En wat de auteurs onder de titel ‘In het donker over de snelweg rijden’ als rijtherapie benoemen. De nachtelijke auto als een ‘mobiele baarmoeder’ die de optimale omstandigheden levert om gedachten tot hun recht te laten komen: stilte in combinatie met bewegen en een niet al te inspannende taak.

Het is niet altijd gemakkelijk om bewust om te gaan met die kleine genoegens, er dankbaar voor te zijn en er tevredenheid uit te puren. Balen doen we soms van dat complexe leven, waarbij de kleine genoegens achter duistere wolken verdwijnen. Ook onze genen spelen hun rol in het al of niet gemakkelijk kunnen oppikken van de levensvreugde die ze meebrengen. Of een ondermijnende gedachte, zoals de dreiging van de klimaatopwarming die opduikt bij onze poging om te genieten van een veel te vroege krokus of een te prille hazelaarknop.

Maar laat ons de loftrompet steken over een oprechte glimlach **, over samen puzzelen, over buiten zijn als het van binnenuit geen weer lijkt, en natuurlijk over vers stokbrood met boter! Kleine genoegens overladen met superlatieven: ze zijn cruciale ingrediënten voor een beter bestaan, ze versterken onze goede eigenschappen en verzachten emotionele schokken, ze verbeteren onze stemming en verrijken ons leven. Meer moet dat niet zijn.

Boter

* https://www.theschooloflife.com/
** zie ook wetenschaapje ‘Een glimlach in de hoofdrol’, augustus 2016

 

majo van ryckeghem
januari 2018