Tags

,

Elke koningin heeft zijn eigen kasteel.

“Moet je dit horen, een journaliste schrijft: ‘Uit een Brits onderzoek over de wax- en scheergewoontes van 678 vrouwen van alle leeftijden blijkt dat 98% zijn oksels ooit heeft geschoren, 93% zijn benen, 82% epileerde zijn wenkbrauwen en 87% deed wel eens iets aan zijn bikinilijn’.”

“Ja, wij vrouwen zijn daar aardig mee bezig.”

“Hoe, wat? Is dat het enige wat je opvalt?”

“Euh …, aan je toon te horen ontgaat er me blijkbaar iets héél belangrijks.”

“En wat als er het volgende staat? ‘Uit een Brits onderzoek over de wax- en scheergewoontes van 678 mannen van alle leeftijden, blijkt dat x% haar borsthaar scheert, x% haar wenkbrauwen epileert en als klap op de vuurpijl x% wel eens iets aan haar piemelbeharing doet’.”

“Dat is ridicuul, absoluut onzinnig. Zoiets schrijf je toch niet. Je maakt van mannen toch geen vrouwen!”

“Neen, maar van vrouwen wel mannen …. Zijn bikinilijn begot.”

“Ja, dat lijkt me minder erg. Het valt in ieder geval niet zo op.”

“Minder erg? Besef je wel wat je zegt!?”

“Het is toch niet… ongewoon.”

“En omdat het minder ongewoon is, moeten wij vrouwen maar slikken dat men over ons spreekt en schrijft alsof we mannen zijn. Besef je wel dat we op die manier nog maar eens onzichtbaar gemaakt worden!?”

“Nu overdrijf je wel een beetje. Zo vaak gebeurt dat toch ook niet.”

“Oh neen!? Ben je klaar voor nog wat voorbeelden?”

“…”

“Een andere vrouwelijke journalist slaagde erin om volgend onding in een krant gedrukt te krijgen: ‘Elk van de koninginnen, Fabiola, Paola en Mathilde, heeft zijn eigen kasteel op het domein en zijn eigen takenpakket’.”

“Tja.”

“Of eentje geplukt uit een cursus voor gynaecologen. ‘De vraag of de patiënt toestemming geeft voor de ingreep is cruciaal. Hij moet daarom voldoende ingelicht worden over de gang van zaken’.”

“Euh, …”

“Gy-nae-co-lo-gen! Capito?”

“Ja, dat is niet zo fraai, maar ik vind het vooral grappig. Het spijt me, maar erg druk kan ik me daar niet over maken.”

“Je bent niet alleen. De meerderheid van de mensen, en niet alleen mannen, struikelt daar niet over, merkt het zelfs niet eens op. Dus je bevindt je in goed gezelschap van dat zogenaamd ruimdenkend overwicht.”

“Leuk, ….”

“Nochtans lees ik regelmatig ronkende zinnen over de invloed van taal op onze gedachten en op de manier waarop we naar de wereld kijken. Wacht, ik zoek er een paar voor je op. Hier, de historicus Rutger Bregman schrijft: ‘Woorden doen meer dan een voorstelling geven van de werkelijkheid – ze veranderen de wereld om ons heen.’ En Jelle Van Riet, een journaliste die ook in de boekskes publiceert, formuleert het zo: ‘Woorden hebben een verpletterende kracht, en het is waar dat onze gedachten niet alleen de taal aantasten, maar de taal ook onze gedachten. Kleine bijklanken kunnen op een gigantisch waardeoordeel uitdraaien.’

“Tja, in theorie is dat waar, maar de praktijk is anders. Mensen zijn zo’n gewoontedieren.”

“Ok, laten we dan meteen beginnen deze gewoonte te veranderen. Wat denk je van: ‘Bij het optreden van huppeldepup in de AB was er 1800 vrouw aanwezig’. “

“Euh, en waren er dan geen mannen?”

majo van ryckeghem
mei ‘15