Tags

, ,

Waardering gheeft vleugels

“Waardering gheeft vleugels. Amaai, wat een titel. Zeer geschikt voor West-Vlamingen, lijkt me. Maar klopt het wel wat je daar beweert? Geeft en heeft waardering vleugels? Ik ken er nogal wat die, als je ze een complimentje maakt voor een mooi hemd bijvoorbeeld, zeggen: ‘’t Is maar een soldeke’ of ’Het is al zo oud als de straat’. Waar zijn die vleugels dan, vraag ik je?”

“En dan nog iets, het moet mij van het hart. Die kinderen van tegenwoordig, ze worden zo bewierookt! Zelfs al laten ze maar, ik zal het proper zeggen, een wind. Kleine tirannekes maken ze van die kinderen, egoïstjes!”
“How, how, nu ga je wel heel kort door de bocht. Enige nuancering is hier wel op haar plaats.”
“Wel als dat zo is, laat mij die nuancering dan maar horen!”

Waardering krijgen doet goed, zeker als ze welgemeend is. Maar we kunnen er niet allemaal even goed mee om, zoals uit het soldeke blijkt. Verschillen lopen door de generaties. Grofweg geschetst komt die diversiteit hier op neer. Oude mensen groeiden vaak op in een gezin waar hard werken om te overleven de hoofdtoon voerde. Kinderen krijgen werd door het lot en de pastoor bepaald. Er was weinig tot geen plaats voor affectie en appreciatie voor wie je was of wat je deed.

De generatie daarna, kort na de tweede wereldoorlog geboren, maakte de intrede van meer materiële luxe mee, maar ze had ouders die zwaar getekend waren door de ervaring van één of zelfs twee oorlogen. Voor de huidige dertigers en veertigers was er al wat meer liefde beschikbaar, maar ze kregen die warmte vaak met de rem op. Opletten voor het verwennen van kinderen, nefast voor hun veerkracht en hun latere weerbaarheid, waarschuwden pedagogen, en maakten ouders onzeker.

En slaat de slinger nu de andere kant uit? “Dikke duim”. “Prima gedaan”. Kinderen van tegenwoordig krijgen het veel meer te horen dan de vorige generaties. Te veel, volgens sommigen. Zoveel lofbetuigingen zijn schadelijk. Op die manier creëren we narcisten. Ze leven in de waan dat ze godjes zijn, dat de wereld rond hen draait, en vroeg of laat zullen ze hard tegen de realiteit aanlopen.

Recent onderzoek toont aan dat narcisme deels genetisch bepaald is, een kwestie van temperament én deels aangeleerd *. Een kind op een voetstuk zetten, de boodschap geven dat het beter is dan anderen, creëert een overdreven gevoel van eigenwaarde en dus een vals zelfbeeld. Warmte en waardering zonder piëdestal maken kinderen zelfzekerder en scheppen een realistisch zelfbeeld. Deze kinderen zijn meer tevreden met zichzelf, terwijl voetstukkinderen een constante behoefte aan bewieroking hebben. Spelletjes, waarbij kan gewonnen en ook verloren worden, zijn hierbij een goede, maar niet altijd even aangename, leerschool.

Terug naar de volwassenen. Ontvangen van waardering is dus niet altijd evident. “Ach man, doe niet zo melig!”. Er zit een genderaspect aan vast. De mannenziel vaker verstopt achter een stoere houding, bang om te teerhartig en belachelijk over te komen. Maar ook bij vrouwen is er vaak onwennigheid tegenover complimenten krijgen. Oude boodschappen, zoals ‘zorg maar dat je geen dikke nek krijgt’ of  ‘te veel lof stinkt’, spelen parten.

En toch, diep van binnen doet ze deugd, die waardering, die pluimen op je hoed. Ze zijn minst beklijvend als ze over ons uiterlijk gaan: “Je haar zit mooi”; meer als ze te maken hebben met iets wat we gerealiseerd hebben: “Je tekst heeft me echt doen nadenken”, of wanneer ze appreciatie bevatten voor wie we zijn als persoon: “Ik vind je heel attent”. Niet alleen woorden, maar ook daden kunnen waardering overbrengen. Een bos bloemen, een verrassingsuitstap, een ontbijt met toeters en bellen, een kadootje van de buren voor het zorgen voor de poes tijdens hun vakantie.

De formulering luistert nauw. Waardering formuleer je positief en zonder anderen naar beneden te halen. En best zonder dubieuze angels, geen bloemen vergezeld van de bloempot. “Je haar zit echt goed vandaag”, waarbij de ontvangende persoon zich kan afvragen: “Oh ja? Hoe zat het dan de vorige dagen?’. Of, “Toen ik je tekst las dacht ik: ‘Waar zag ik dit idee beter geformuleerd?’, maar toch goed gedaan”.

Waardering geeft vleugels doordat ze, eens binnengelaten, aansluit bij de psychologische basisbehoeften gezien worden en erbij horen. Waardering komt aan dit verlangen tegemoet. Het respect dat uit die appreciatie blijkt doet ons meer mens voelen, maakt ons hart warm, schept verbondenheid met de schenk/st/er.

Waardering heeft ook vleugels. Eens losgelaten vliegt ze enthousiast op het hart van de ontvang/st/er aan. De landingsbaan is er, maar vooraleer het tot een zachte, gesmaakte landing komt, is er soms nog behoorlijk wat opkuiswerk te verrichten. Opruimen van oude gekwetstheid, valse bescheidenheid, onterechte achterdocht, om vervolgens de warmte een kans te geven.

“Wel? Tevreden met de nuancering?”
“Bwa, ik moet het toegeven, niet slecht gedaan,.”
“Ah, ik ben nog iets vergeten. Bij sommige mensen lijkt het alsof ze een stuk van zichzelf weggeven wanneer ze iets positiefs over iemand ‘moeten’ zeggen.”
“Is dat zo?” 

* Eddie Brummelman, http://www.uu.nl/nieuws/kind-op-voetstuk-kan-narcistisch-worden

majo van ryckeghem
september 2015