Tags

Ben ik lucht misschien?

Hoe vaak riep ik het niet uit de laatste tijd: “Ben ik lucht misschien?”

Wie van jullie herkent dit? Vanaf een zekere leeftijd onzichtbaar lijken, lucht waar vooral jongere mensen doorheen kijken, doorheen praten en zelfs doorheen proberen te fietsen. In de Leuvense straten is dat laatste letterlijk te nemen. Ook op voetpaden, in trein, bus of tram, zijn ouderen voor sommigen geesten van het eiland Amoras.

Zit dit gedrag vervat in het dure woord agisme? Discriminatie van oudere personen, vanuit vooroordelen die verband houden met verstard zijn in denken en doen, van weinig waarde zijn, een maatschappelijke last zelfs.

Vanzelfsprekend respect voor grijs en wijs, dat hoeft voor mij niet. Ik wil ervoor gaan om het elke dag te verdienen. Maar een systematisch negeren van grijs, dat is voor mij een brug te ver. Zo’n luchtbehandeling krijgen, is moeilijk om te slikken. Dit in een levensfase waar je nuttigheid is onthoofd omdat het betaalde werk erop zit of omdat je onbetaalde inzet voor je vrouw-man-kinderen zwaar aan belangrijkheid heeft ingeboet.

Dan maar, machteloos naschreeuwen: “Ben ik lucht misschien?”, wanneer ik voor de zoveelste keer een botsing met een jonkie nipt heb vermeden. En zonder leedvermaak beseffen dat deze jongsters, ‘als ze het geluk van leven hebben’ zoals mijn moeder zo sprekend zei, op een dag ook zelf door het leven zullen worden ingehaald. En hopelijk voor hen is agisme dan ondertussen een stille dood gestorven.

majo van ryckeghem
november 2015