Tags

Kadootje

Wanneer ik in de loop van dit jaar het idee rond mijn wetenschaapjes begin uit te werken, neem ik me voor om regelmatig een wat frivoler schaap in de wei-de wereld los te laten. Maar de meer ernstige onderwerpen eisen steeds opnieuw voorrang, als bezeerde vingertjes en natgeplaste slipjes in de eerste kleuterklas. First things first.

Met het einde van het jaar in zicht ga ik, als een soort eindejaarskadootje, voor een lichtvoetiger ooi, al mag het ook een luchtiger ram zijn. En zoals het gaat met geschenken, je houdt ervan of je vraagt je af “Wat moet ik hiermee?”. Het voordeel van dit presentje is dat je je niet naar de kringloopwinkel hoeft te begeven of het niet op eBay moet achterlaten om er vanaf te geraken. Een druk op de knop en foetsie!

Zoals uit een eerder wetenschaapje* mag duidelijk zijn, mijn geliefkoosd thema voor luchtiger schaapjes is taal in al haar variaties. Daarom, en om in de geschenksfeer te blijven, start ik graag met onderstaand presentje.

Today is a gift

Wat mij fascineert zijn woorden die volstrekt nutteloos en onbruikbaar zijn in dagelijkse gesprekken. Soms verbergen ze een achtergrond of ontstaansgeschiedenis die doet glimlachen. En alhoewel er echte tongbrekers bij zitten, vind ik het leuke dingen voor de mensen en niet alleen voor puzzel- en scrabbelaars/sters.

Stel, je bent in je ouderlijk huis op zoek naar je oude rolschaatsen of voetbalschoenen. Kelder, zolder, berging, garage, alle mogelijke stockplaatsen, meestal veel te veel. In plaats van wat je zoekt vind je toch wel de liefdesbrieven van de oudertjes zeker. Of je dat nu een aangename vondst vindt of niet, je hebt hier te maken met een huiselijke vorm van serendipiteit. Een woord waarmee ik nog altijd moeite heb om het uit te spreken, door de Amerikaanse onderzoeker Julius Comroe beeldend omschreven als ‘het zoeken naar een speld in een hooiberg, en eruit rollen met een boerenmeid’. Of droger en wetenschappelijker geformuleerd, serendipiteit betekent iets ontdekken of uitvinden waar je niet naar op zoek was. Op die manier bijvoorbeeld kwam Alexander Fleming achter de bacteriedodende werking van penicilline.

Een paar amusante termen in het kader van het heholebi-thema vind ik bij Sharon Moalem in zijn fascinerend boek Mijn genen en ik. Hoe onze genen ons leven veranderen en ons leven onze genen. Daar ontdek ik dat ik heterochroom ben. Er zijn nog zekerheden in het leven. Ik heb namelijk irissen die verschillend zijn van kleur en dat fenomeen draagt de naam heterochromie. Ik bevind me daarmee blijkbaar in het gezelschap van onder andere Demi Moore. Nou moe, nu jij.

De heterofyllie van waterranonkels mag ik jullie ook niet onthouden. Dit fenomeen gaat over de soepelheid waarmee die planten kunnen omgaan met de aan- of afwezigheid van water in hun buurt. Ik citeer Sharon Moalem: ‘Waterranonkels zijn in staat hun bladvorm totaal te veranderen, van langwerpige sprieten tot haarachtige draden die blijven drijven als het rivierwater ze bereikt. … Op het oog lijkt het dan een volkomen andere plant, maar diep vanbinnen heeft hij nog dezelfde genen. Alleen zijn fenotype, oftewel het waarneembare uiterlijk, is veranderd.’ Deze heterofyllie komt dicht in de buurt van gelegenheidshomofilie of -homoseksualiteit onder heteroseksuelen in gevangenissen of in oorlogsomstandigheden, lijkt me.

En wat associeer jij bij het woord anakoloet? Ik denk aan een of andere vogel of een voorhistorisch beest. Een omschrijving pluk ik van Wikipedia: “Een ‘anakoloet’ is de zin die niet op de juiste hoewel hij misschien aantoont dat de regels niet in alle gevallen voorzien en er eentje op te schrijven niet meevalt hoewel je ze ik tenminste voortdurend uitspreek.” Neen, deze zin staat niet krom van de fouten. Dit is immers een voorbeeld van een anakoloet, ze weet waar ze begint maar niet waar ze eindigt. In de spreektaal is dat nog enigszins te tolereren en valt een anakoloet onder de stijlfiguren. Maar op die manier schrijven, dat komt niet goed. In de schrijftaal zit ze dus in de categorie van de stijlfouten.

Ten slotte probeer ik met mijn wetenschaapjes om me niet te bezondigen aan epistemische arrogantie, maar te gaan voor epistemocratie, begrippen gebaseerd op de term epistemologie of kennisleer. Graag mijn bescheiden kennis delen met jullie, en dat in het besef dat ik van deze onuitputtelijke wereld van weetjes en wetenschap meer niet dan wel snap.

Met mijn hartelijkste wensen voor een serendipitief 2016!

* ‘Een aangename ondeugd’, juli 2015

majo van ryckeghem
december 2015