Tags

,

Tantezegger en oomzegster

Delphine de Vigan schrijft in Niets weerstaat de nacht over een vakantiehuis waar haar ruime familie om beurten verblijft, of exacter gezegd de Nederlander Jan Versteeg vertaalt deze Franse zin als volgt: ‘In de loop van de weken volgden ooms, tantes, broers, zussen, neven, nichten, oom- en tantezeggers en –zegsters elkaar op.’ Qué? Oomzegger, tantezegster, nog nooit over gehoord of gelezen. Het intrigeert me en ik zoek het op. Had ik even nagedacht. Zo voor de hand liggend, en sprekend ook. Een kind van je zus of broer namelijk, dat tante of oom tegen je zegt.

Door dit voorval krijg ik weer zin om, tijdens de zwangerschap van mijn meer volumineuze schaap, een lichtvoetig taalwetenschaapje de wei op te laten. In de wereld van het wetenschaap-je hoeven meervoudige zwangerschappen en tussentijdse bevallingen helemaal niet te verbazen.

Om in de sfeer van familie en verwanten te blijven. Enig idee wie ‘de koude kant’ van je familie vertegenwoordigt? Blijkt een term uit het notarisjargon en het erfrecht te zijn, die ook het dagelijks taalgebruik is binnengeslopen. De ‘koude kant’ slaat op de aangetrouwde familie, – al of niet met boterbriefje of huwelijksakte -, die ons blijkbaar koud hoort te laten en er minder zou toe doen. Bloedverwanten zouden ons dus nauwer aan het hart moeten liggen dan de aangespoelde kant. Familiegeschiedenissen leren dat de realiteit vaak genuanceerder is dan dat.

Hoe is ‘slaat’ in bovenstaande alinea binnengekomen bij jou? Is het werkwoord gewoon voorbijgekomen zoals de andere woorden, of heb je een schokje gevoeld? Zoals ik al in een eerder wetenschaapje schreef, noem ik mezelf hoogtaalgevoelig*. Een van de uitingen van dit fenomeen is concreet of beeldend denken, waarbij de letterlijke betekenis van een woord of uitdrukking zich ongevraagd als eerste meldt. Dit kan prettig en grappig zijn, en ook minder aangenaam.

Hoor ik ‘dit slaat nergens op’, dan denk ik ‘gelukkig’. Lees ik dat ‘de standpunten van de meerderheid zijn afgeklopt’, dan ben ik blij dat het om argumenten gaat en niet om mensen. De zin ‘dit onderzoek zal nu verder uitgerold worden’ roept bij mij spontaan het beeld op van gigantische rollen inzichten die door groepen mensen over velden en wegen worden voortgestuwd. ‘De tijd doden’ heeft voor mij een gruwelijke kant.

Mijn beeldende fantasie schept ook grappige voorstellingen bij: een neus die loopt, een boom die weggaat, iemand kruipt in bed, is haar verstand verloren of van zijn sokken geblazen, Justin Bieber draagt Raf Simons tijdens zijn wereldtournee, iets springt in het oog, de muren hebben oren, zij gooit er met de pet naar en hij gaat met de billen bloot.

Foutieve interpuncties, of het verkeerd zetten van komma’s en andere leestekens in teksten, zijn een andere bron van hilarische verwarring. ‘We eten, oma.’, of ‘We eten oma’. ‘Hij zat op haar, schoot en viel in slaap’.

Ook in de volgende mop maakt de komma het schoon weer. Op een dag komt een panda een bar binnen, vraagt een broodje met ham, eet het op, grijpt zijn revolver en schiet in de lucht. Terwijl hij aanstalten maakt om naar buiten te lopen, roept de barkeeper: ‘Wat heeft dit in ’s hemelsnaam te betekenen?’. De panda draait zich om en gooit een goedkoop boekje over natuurparken op de toonbank. De barman slaat het open, bij het trefwoord ‘panda’ leest hij: ‘Large, black-and-white, bearlike mammal, native to China. Eats, shoots and leaves’. Vertaald krijgen we: ‘Panda. Een groot, zwart-en-wit zoogdier, op een beer gelijkend, afkomstig uit China. De rest van de zin wordt met gebruik van komma ‘Eet, schiet en gaat weg’, zonder ‘Eet scheuten en bladeren’.

Nog een leukerd. Binnen een muziekvereniging is er heftige discussie over de aanschaf van een instrument. De contra’s vinden dat de aankoop ervan hun financiële mogelijkheden ver te buiten gaat en dat de pro’s lijden aan een vorm van hoogmoedswaan. De pro’s maken een tekst met hun argumenten om het bestuur te overtuigen. Maar in plaats van zichzelf te benoemen als ‘melomaan’, wat iemand is met een hartstochtelijke liefde voor muziek, schrijven ze ‘megalomaan’, dus iemand die aan grootheidswaanzin lijdt.

Een onuitputtelijke bron van absurde taalvondsten is het lijvige boek Opperlans! van Battus, pseudoniem voor Hugo Brandt Corstius. Hij schrijft dit onvoorstelbare werkstuk over het Opperlans, dat volgens hem inhoudt: ‘Nederlands met vakantie, Nederlands zonder het akelige nut dat aan die taal nu eenmaal kleeft. De Opperlander bekijkt de Nederlandse woorden en zinnen niet om er wijzer van te worden maar om ervan te genieten. Hij stelde ook de Opperlanse grondwet op: Wat kan dat mag, en wat niet kan dat mag helemaal’.

Het is een hele klus om de beste van de schier eindeloze variaties op het Nederlands, het Opperlans dus, uit deze 676 pagina’s dikke turf te plukken. Het boek is op een eveneens gekke manier alfabetisch gerangschikt. Onderstaande selectie als proevertjes.

Onder het lemma ‘Cn, Collectiefnamen, Opperlans’: een pot lesbo’s, een smak schaatsers, een last pubers, een smak zoenen, een baar moeders, een zee meeuwen, een zak lullen. Onder ‘Kb’: kontje bloter, gapen en scheiten, slaatje bla, verkante keer, kofje koppie. Onder ‘Ct, contaminatie, gespreekwoordgezegdes’: ik ruik nattigheid, roet in het wiel gooien, beter 10 vogels in de hand dan 1 in de lucht, het regent als bakstelen, vuile was niet in de doofpot stoppen, kijken of je neus langer is, oude schoenen weggooien voor de beer geschoten is, ergens dag en nacht van wakker liggen. En als laatste onderdeel ‘Zz, zeer zotte zinnen’: at oom bom?, wie niet erg weg is, is zeer gezien, mijd de meid die de mijt mijdt, geen zin zonder werkwoord.
Voor wie van woordgestoei houdt, pret verzekerd!

Als uitsmijter, eentje van aan de meer poëtische kant van onze taal, gelezen op een raam bij mij in de buurt: ‘Zelfs de zon is in de wolken’.

* ‘Een aangename ondeugd’, juli 2015

majo van ryckeghem
juni ‘16