Tags

, , , ,

geld

‘De eerste gedachte die ik, net als veel andere mensen, ’s morgens heb is: “Ik heb niet genoeg geslapen.” De volgende is: “Ik heb niet genoeg tijd.” Of het nu waar is of niet, de gedachte ‘niet genoeg’ komt automatisch bij ons op, zonder ze in vraag te stellen. Het grootste deel van onze dag en van ons leven zijn we bezig met luisteren naar, of vertellen, klagen of piekeren over waar we niet genoeg van hebben. We hebben niet genoeg tijd om te sporten. We hebben niet genoeg macht. We hebben niet genoeg natuur. En we hebben natuurlijk niet genoeg geld. Bij lange na niet.’

Aan het woord is Lynne Twist, schrijfster van het boek The soul of money en fondsenwerfster voor The Hunger Project, een organisatie die zich inzet voor een duurzame oplossing van de honger in de wereld. In deze laatste functie komt ze wereldwijd in contact met zogenoemde armen en zogenaamde rijken. Zogenaamd omdat de armoede van de ziel van menige rijke hen tot spiritueel armen maakt en de innerlijke rijkdom van ettelijke armen tot rijke medemensen. Met talrijke voorbeelden toont de autrice aan dat zowel het gevoel van schaarste of van niet genoeg, als het gevoel van voldoende, geen verband houdt met over veel of weinig geld beschikken. Genoeg is geen hoeveelheid, maar een ervaring, een erkenning dat er genoeg is en dat we genoeg zijn.

Voor deze erkenning van genoeg te hebben en te zijn is het nodig de drie toxische mythes van schaarste, die onze toegang tot een eerlijke omgang met geld blokkeren, te slechten. De eerste is het geloof dat er niet genoeg is. Lynne Twist vergelijkt de gevolgen van dit verzinsel met het spel ‘de muzikale stoelendans’, waarbij uiteindelijk één iemand eindigt zonder zitplaats. Uit deze overtuiging groeit de aanname dat er nu eenmaal onvermijdelijk haves en have-nots zijn in de wereld, dat er altijd mensen zullen zijn die aan het kortste eind trekken.

De tweede schadelijke mythe is dat meer = beter *, of meer hebben = meer zijn. Door deze fabel krijgen de rijkeren toestemming om financieel armere mensen als dommer, minder waard en tot minder in staat te zien. Armen kunnen in een slachtofferrol vervallen en zichzelf als behoeftigen ervaren die gered moeten worden, met ondermijning van hun zelfredzaamheid en eigenwaarde in het kielzog.

Ten slotte is er het giftige geloof dat er geen uitweg is uit deze situatie, dat niemand in staat is dit zogenaamde probleem van schaarste op te lossen. Deze mythe is het meest ondermijnend van de drie. Door gewoonten, aannames, overtuigingen of life sentences zoals de schrijfster ze noemt, verklaren we onszelf machteloos om iets te veranderen. Nochtans blijkt een integere omgang met geld de woorden van Mathama Gandhi: ‘De aarde biedt voldoende om ieders behoefte te bevredigen, maar niet ieders hebzucht’, te bevestigen. De leugens en de mythes van schaarste ontmaskeren vormt de eerste en meest krachtige stap om van hulpeloosheid en berusting naar mogelijkheden en inzet over te gaan.

Vervolgens kunnen we kijken naar wat ons tegenhoudt om volgens ons geweten of vanuit de intenties van onze ziel met geld om te gaan. Angst blijkt hierbij een stevige stoorzender te zijn. Lynne Twist schrijft hierover: ‘We zijn geen geesteloze, gulzige monsters, maar angst voor schaarste maakt dat we met onze handen in het rond graaien voor steeds meer …  Als we deze angst loslaten en die drang naar meer, bevrijden we onszelf van zijn macht. We kunnen dan stilstaan bij hoe we met wat we al hebben kunnen leven en bekijken of de manier waarop we met ons geld omgaan strookt met onze diepste intenties … Onze relatie met geld stopt dan om een uitdrukking van angst te zijn, en wordt er een van opwindende mogelijkheden.’

In het verhaal over een ervaring die de schrijfster had op een en dezelfde dag levert ze een treffende illustratie van wel en niet integer omgaan met geld is. ’s Morgens heeft ze, als fondswerfster van The Hunger Project, een afspraak met een CEO van een groot voedingsbedrijf dat recent in een negatieve mediastorm is terechtgekomen. De bedoeling van de man is meteen duidelijk: haar zo vlug mogelijk met een voorgedrukte cheque van $50.000 uit zijn kantoor krijgen en overgaan tot de orde van de dag. De donatie is enorm en opent immense mogelijkheden, maar het zit haar niet goed: ‘Hij gaf me het geld én het schuldgevoel van het bedrijf.’

’s Avonds treft ze een 70-tal mensen in een oude kerk in Haarlem-New York, met dezelfde bedoeling als ’s morgens maar in een omgeving die niet meer kan verschillen. Vooral het plink, plink, plink van het lekkende dak als achtergrondgeluid illustreert het contrast op een flagrante manier. Lynne Twist getuigt hoe moeilijk ze het heeft om na haar voorstelling van het hongerproject aan deze groep duidelijk financieel mindervermogende mensen een donatie te vragen. Ze doet het en er valt een voor haar zeer ongemakkelijke stilte. Daarna neemt een vrouw van rond de zeventig het woord.

“Meisje,” zegt ze, “mijn naam is Gertrude en ik hou van wat je zegt en ik hou van jou. Ik heb geen chequeboek en geen kredietkaarten. Voor mij is geld als water. Voor sommigen mensen stroomt het als een woeste rivier. In mijn leven is het niet meer een dun straaltje. Maar ik wil het gebruiken op een manier dat het meeste goed doet voor de meeste mensen. Ik zie dat als mijn recht en mijn verantwoordelijkheid. Het is ook mijn vreugde. Ik heb 50 dollar in mijn tas dat ik verdiende door de was te doen van een witte vrouw en ik wil deze aan jou geven.”

Van Gertrude krijgt Lynne Twist opnieuw bevestigd dat de kracht van geld afkomstig is van de intentie waarmee we het uitgeven en de integriteit waarmee we het de wereld in laten stromen. Ook dat we een gevoel van schaarste niet kwijtraken door te streven naar overvloed, maar door te kiezen voor een gevoel van genoeg. Ze beseft dat de energie van deze 50 dollar, die de stempel van Gertrudes ziel draagt, waardevoller is dan de 50.000 die een schuld moet toedekken. Ze beslist de cheque terug te sturen naar de CEO en voelt een last van zich afvallen.

Zes jaar later krijgt ze een brief van de ondertussen gepensioneerde bedrijfsman. Hij schrijft dat hij zich nog altijd zijn verbijstering herinnert op het moment dat hij de teruggestuurde cheque uit de omslag haalde. Hij ziet nu in dat de donatie van toen de schaduw van kille afstandelijkheid met zich meedroeg en dat de koude cheque haaks stond op het betrokken en bezield partner zijn van het hongerproject. Zijn huidige verbondenheid markeert hij met een gelijkaardige donatie, deze keer uit zijn eigen hart en vermogen.

* zie ook vorig wetenschaapje ‘Is meer = beter?’, maart 2017

majo van ryckeghem
april 2017