Tags

,

Ik zal eerlijk zijn. Ik heb er last mee. Met momenten veel last zelfs. Dan zoek ik soelaas in mijn boeken. En helpt schrijven om mijn hart en ziel weer in balans te brengen.

Vaak vind ik troostende inspiratie bij Ram Dass. Wanneer ik tegen een muur van desinteresse voor mijn leefwereld als oudere vrouw aangebotst ben, schenkt zijn boek Vanaf hier, vanaf nu me een opstap naar hernieuwde gemoedsrust.

Ik zal eerlijk zijn. Zijn Chinees verhaal is wrang en shockerend. Kippenvel krijg ik ervan en toch werkt het voor mij verzachtend. Daar gaat ie: Een oude man is te zwak om in de tuin te werken of met andere karweitjes in het huishouden te helpen. Hij zit maar op de veranda over de velden te staren, terwijl zijn zoon de grond bewerkt. Op een dag kijkt de zoon naar de oude man en denkt: ‘Waar is hij nog goed voor nu hij zo oud is? Alles wat hij doet is het voedsel opeten. Ik heb een vrouw en kinderen voor wie ik moet zorgen. Het is tijd dat er een eind komt aan zijn leven!’ Dus de zoon maakt een grote houten kist en zet die op een kruiwagen. Hij rijdt de kist naar de veranda en zegt tegen de oude man: ‘Vader, ga in de kist liggen’. De vader gaat in de kist liggen en de zoon doet het deksel erop, waarna hij de kist naar een klif rijdt. Bij de rand van de klip aangekomen, hoort de zoon geklop vanuit de kist. ‘Ja, vader?’ vraagt de zoon. De vader antwoordt: ‘Waarom gooi je me niet gewoon van de klif, dan kun je die kist bewaren. Op een dag zullen je kinderen hem nodig hebben.’

Onze cultuur is in belangrijke mate gericht op jeugdigheid. Oudere mensen zijn meer een probleem dan een zegening. Wij zijn de vergrijzing die de sociale zekerheid in gevaar brengt. We zijn een aanfluiting van de schoonheidsidealen en een obstakel voor de snelheid van het maatschappelijke verkeer. We zijn ‘ongewenste bezoek/st/ers die hun bagage hebben uitgepakt en niet willen vertrekken’. Eens uit het arbeidscircuit verdwenen of als de kinderen het huis uit zijn lijkt het of we niets zinnigs meer te vertellen hebben.

Bij al dat fraais dat onder- en bovengronds tegenover ouderdom leeft, is verinnerlijking van deze opvattingen onvermijdelijk. Via het proces van verinnerlijking betrekken we de veralgemeningen over de groep waartoe we behoren op onszelf en gaan ons er naar gedragen. Door die maatschappelijk diep verankerde bril op te zetten, halen wij ouderen onszelf en onze leeftijdsgenoten naar beneden. Een fenomeen dat zich meestal op onbewust niveau afspeelt. *

Ook hier geldt: niet het feit op zich doet er toe – in dit geval de negatieve kijk op oud zijn die leeft in onze samenleving -, maar wel hoe we er mee omgaan. Het vraagt een grote inzet en mobilisatie van onze veerkracht om, eens onderdaan van dit koninkrijk in verval, van onze wezenlijke waarde te blijven uitgaan. Bewust zicht proberen te krijgen op dit mechanisme van verinnerlijking zodat het ons niet belet om ten volle te gaan voor wie we zijn, is een eerste en essentiële stap.

En dan, wat kunnen wij oude knarren verder doen? Wat kan ik zelf doen als de weemoed en nostalgie toeslaan naar tijden waarin ik een meer vanzelfsprekende plaats innam in de wereld?

Ik zal eerlijk zijn. Ram Dass zet me op mijn plaats waar hij het heeft over ‘doen’ en ‘zijn’. Hij schrijft: ‘De meeste mensen denken dat ze zijn wat ze doen in plaats van te beseffen dat wat we doen maar een deel is van wie we zijn. In het besef van hoe verslaafd we zijn aan bevestiging van buitenaf die ons verzekert dat we ‘goed genoeg’ zijn, voelen we ons niet op ons gemak als we geen prestaties meer leveren’. Dat klopt dus voor mij.

De uitnodiging om te evolueren van minder doen naar meer zijn dringt zich meer dwingend op in de latere levensfase, al is het maar omdat de spieren en de knoken zich gaan verzetten tegen een te doenerig leven. Maar daarnaast hebben wij ouderen vanuit onze levenservaring onze bijdragen te leveren voor een menselijker samenleving. Daarom zit ik vele uren te presteren – en te genieten – aan mijn schrijftafel.

In Vanaf hier, vanaf nu formuleert de auteur het evenwicht dat we te zoeken hebben: ’Hoe kunnen wij, als ouder wordende mensen, onze wijsheid kenbaar maken in de wereld?’ Zijn antwoord: ‘Door die wijsheid te belichamen. We kunnen een gelukkig evenwicht vinden tussen deelname en retraite, in het besef dat hoewel het onze plicht is waar mogelijk dienstbaar te zijn, het ook van belang is dat we ons voorbereiden op onze eigen reis naar de dood door middel van contemplatie, rust en verdieping van de kennis van onszelf’.

rollator wetenschaapjes

Ik zal eerlijk zijn. Dit schrijven heeft me weer een beetje verzoend met wat mijn moeder noemde ‘het geluk hebben van leven’ en het heeft mijn zelfkennis bijgespijkerd. Ik bof dat ik niet moet twijfelen aan de liefde van mijn zoon, én … dat er geen kliffen in de buurt zijn.

* Zie ook wetenschaapje ‘Op een zonnige dag’, mei ’16.

 

majo van ryckeghem
april 2018

 

Advertenties